De vernoegde Huisvader.

 Wijze: Gelijk mijn schoone Bloemen kwijnen.
  
 Laat vrij een Vorst naar grootheid streeven,
 Alöm zijn strenge wetten geeven,
     't Heeläl doen buigen voor zijn staf,
     'k Staa alles hem gewillig af. :/:
  
 Laat vrij een Vrek zijn schat vermeêren;
 De Eerzuchtige zijn naam zien eeren;
     'k Verkies, wat ook een ander wensch,
     Wat waarlijk goed is voor den mensch. :/:
  


[p. 43]

 
 't Genoegen kan alléén mij streelen:
 Schoon 'k in geen overvloed mag deelen,
     Ben ik te vreden met mijn' staat,
     En kwel mij met geen nijd noch haat. :/:
  
 Zo dra de zon rijst in de kimmen,
 Voel 'k in mijn hart de blijdschap klimmen;
     'k Beschouw de schoonheên der Natuur
     En roem de gunst van 't Albestuur. :/:
  
 Ik smaak, bevrijd van ongenuchten,
 Van 's menschen vlijt de beste vruchten.
     'k Verricht, met lust, mijn bezigheên
     Altijd, tot nut van 't Algemeen. :/:
  
 Geen ledigheid kan mij behaagen,
 Ik wij' der werkzaamheid mijn dagen;
     Een drukke tijd snelt ras voorbij:
     Hoe zoet is 't rust-uur dan, hoe blij? :/:
  
 Ik zie mijn gade 't all' verrichten,
 Wat overeenstemt met haar plichten:
     In 't huisbestuur, met wijs beleid,
     En voor ons kroost met tederheid. :/:
  


[p. 44]

 
 Moet ik van huis verwijderd weezen,
 'k Vertoef niet, of 't doet ijder vreezen;
     Dan heeft men lust, noch rust, noch duur,
     Dan schijnt elk ogenblik een uur. :/:
  
 Maar 'k heb den drempel naauw bestreeden,
 Of 'k word ontmoet met snelle schreden;
     Elk roept: ‘Daar is hij wederom!’
     Elk heet mij juichend wellekom. :/:
  
 Mijn lieve gade omhelst mij teder,
 Vol blijdschap zit ik bij haar neder,
     Ons jeugdig kroost springt in het rond,
     En toont zijn vreugd met hart en mond. :/:
  
 Dus kan mij 't stil en huischlijk leven
 't Bestendigst vergenoegen geeven;
     Dus geeft me een gulden middenstaat
     Meer heil, dan weelde of overdaad. :/:
  
 En moet ik eindlijk, uit dit leven,
 Mij van mijn gade en kroost begeven.
     Ik ben te vreden in mijn lot;
     Genoeg - het is de wil van God. :/:
  


[p. 45]

 
 'k Laat dan de zorg voor Kroost en Gade
 Aan 't Alvermogen, wiens genade
     Ik ondervond van jongs af aan;
     Die zij hun schild op 's levensbaan. :/:
  
     H.V.M.