Kindervreugd.
- Wijze: schoone Beemden! Zalig veld!
-
- Ziet eens, hoe de lieve jeugd
- Zich met pop en spel verheugt!
- Hoe zij, met geringe zaaken,
- Zich op het levendigst vermaaken;
- Deze koot en d' ander tolt,
- Daar het meisjen.....
- Deze koot, en d' ander tolt,
- Daar het meisjen 't popjen solt.
-
[p. 48]
-
- Hoe gevoelig is heur hart!
- 't Beeft, als de allerminste smart,
- Een van allen komt te treffen;
- Wie toch kan 't geluk beseffen,
- Dat de jeugd door d' onschuld smaakt,
- Die de harten.....
- Dat de jeugd door d' onschuld smaakt,
- Die de harten teder maakt.
-
- Hoe gelukkig is een kind,
- Dat opregt zijne ouders mint!
- Zonder pijnzend overleggen,
- Zal het hen gulhartig zeggen,
- Alles wat het hoort en ziet;
- Want de valschheid....
- Alles wat het hoort en ziet;
- Want de valschheid kent het niet.
-
- Daar het nog zijn pligt niet kent,
- Maar ten goeden wordt gewend,
- Kan men 't, door verscheiden zaaken,
- Voor het kwaad behoedzaam maaken;
- Niets werkt meer op hun gemoed,
- Dan wat vader.....
- Niets werkt meêr op hun gemoed,
- Dan het geen, wat vader doet.
-
[p. 49]
-
- 't Hart, eenvoudig en opregt,
- Twijfelt nooit aan 't geen men zegt;
- 't Zal nooit eenig kwaad vermoeden
- Van zijn evenmenschen voeden,
- Vrienden zijn hem lief en waard,
- En gezellig....
- Vrienden zijn hem lief en waard,
- En gezellig is zijn aart.
-
- ô Wat was 't een kostlijk ding,
- Als dit elk ter harte ging!
- Ongeveinsd in alle zaaken;
- Zich onschuldig te vermaaken;
- En gelijk de lieve jeugd,
- Zich te schikken....
- En gelijk de lieve jeugd
- Zich te schikken tot de deugd.
-
- S.A.R.
|