[p. 50]
De Kindermeid.
- Wijze: Laatstmaal toen ik lag en sliep.
-
- Waar toch vindt men meerder vreugd
- Dan bij de onervaaren jeugd :/:
- Pret, pret, altijd pret,
- Lachen, zingen, dansen, springen,
- Pret, pret, altijd pret,
- Dansend' gaan zij naar heur bed.
-
- Heintjen! speel nu eens wat stil!
- 'k Denk dat zusjen slaapen wil, :/:
- Daar, daar, Koosjen! daar,
- In dat hoekjen, ligt een boekjen,
- Daar, daar, Koosjen! daar,
- Kijk eens prentjens met malkaêr.
-
- Slaap nu Jetjen! slaap nu zagt,
- Lotjen houdt bij u de wagt. :/:
- Slaap, slaap, Jetjen! slaap,
- Slaap mijn liefjen! harte diefjen!
- Slaap, slaap, Jetjen! slaap,
- Ach! wat woelt het kleine schaap!
-
[p. 51]
-
- 't Luchtig kleedjen dekt de wieg,
- Voor 't geplaag van mug of vlieg. :/:
- Frisch, frisch, koel en frisch,
- Ligt mijn Jetjen op heur bedjen,
- Frisch, frisch, koel en frisch,
- Daar 't gevuld met vaaren is.
-
- Wel! wat deert dan 't lieve wicht?
- Mooglijk hindert haar het licht; :/:
- Kom, kom, schatjen! kom,
- 'k Zal 't beletten, 'k zal 't verzetten,
- Kom, kom, schatjen! kom,
- Lotjen schuift het wiegjen om.
-
- 't Is wel waar, een kindermeid,
- Heeft geduurig bezigheid; :/:
- Maar, maar, 't is ook waar,
- 'k Moet bekennen, 't kan gewennen,
- Maar, maar, 't is ook waar,
- 't Valt voor elk niet even zwaar.
-
- 'k Weet ook dat men 't kleine goed,
- Met verstand bestuuren moet;
- Net, net, juist en net,
- Moet ik weeten af te meeten,
- Net, net, juist en net,
- Wat ik toelaat of belet.
-
[p. 52]
-
- Neen! al heb ik weinig rust
- Kind'ren zijn mijn vreugd en lust. :/:
- 'k Weet - 'k weet van geen leed
- Zijn zij olijk, vlug en vrolijk,
- 'k Weet, 'k weet van geen leed,
- 'k Ben voor haar altijd gereed.
-
- Altijd zijn zij om mij heen,
- Lotjen, Lotjen, is 't alleen. :/:
- Nooit, nooit, zeker nooit
- Of zij speelen, of krakeelen,
- Nooit, nooit, zeker nooit
- Wordt het buiten mij voltooit.
-
- 't Is uit liefde, en met vermaak,
- Dat ik voor heur welzijn waak. :/:
- Zoet, zoet, zagt en zoet,
- Lachend, streelend, praatend, speelend,
- Zoet, zoet, zagt en zoet,
- Leide ik best hun teêr gemoed.
-
- En dit is niet vruchteloos,
- 'k Zie 't aan Heintjen, en aan Koos; :/:
- Ziet, ziet, doen zij niet,
- Steeds goedaardig, blij en vaardig,
- Ziet, ziet, doen zij niet,
- Alles wat men hen gebiedt;
-
[p. 53]
-
-
- Maar terwijl ik wiege en zing,
- Lacht en speelt het kleine ding :/:
- Ja! ja! 'k neem weldra,
- 't Lieve Jetjen, uit heur bedjen;
- Ja! ja! 'k neem haar dra -
- Maar - wat vreugd! daar is Mama!
-
- Ma. V.H.
|