De Schoenmaakers knegt.
- Wijze: Gij die thans zijt met mij ter jagt.
-
- Ik zit weêr vrolijk aan mijn werk; ha! ha!
- En maak de schoenen net en sterk, ha! ha!
- Waar door mijn baas veel klanten wint,
- En ik gestadig arbeid vind. ha! ha! ha!
-
[p. 60]
-
- Een arbeidsman moet werkzaam zijn, ha! ha!
- Ik maak geen' maandag of Krispijn, ha! ha!
- Maar werk de heele week stijf door,
- En geef dus aan mijn' pligt gehoor. ha! ha! ha!
-
- De naarstigheid, die schoone deugd, ha! ha!
- Verschaft ons geld en schenkt ons vreugd, ha! ha!
- De luiheid is 't, die smart verwekt,
- Den mensch met 't kleed der armoê dekt. ha! ha! ha!
-
- Dat hij, die 't luste, maandag maak'. ha! ha!
- Ik heb in 't lediggaan geen' smaak; ha! ha!
- Ook voel ik dan geen zelf verwijt,
- Door 't dooden van den dierbren tijd. ha! ha! ha!
-
- Mijn maats! die werken heden niet, ha! ha!
- Maar zitten nu bij dikken Piet, ha! ha!
- Als heeren onder hun gelag,
- En denken aan geen' Saturdag. ha! ha! ha!
-
- Zij hebben elk een ongemak: ha! ha!
- Dat is; het geld danst in hunn' zak, ha! ha!
- En 't moet 'er, tot één kopren duit,
- Des maandags voor den avond uit. ha! ha! ha!
-
- Des dingsdags is hun 't hoofd berooid; ha! ha!
- Vermids men heeft te sterk gepooid, ha! ha!
- Het werken heeft in 't minst geen' val;
- Men druilt en slaapt en lijkt wel mal. ha! ha! ha!
-
-
[p. 61]
-
- Dus zijn 'er reeds twee dagen zoek; ha! ha!
- Maar woensdag, ô dan werkt men kloek; ha! ha!
- Doch hoe men verder sloove en wroet',
- De week is kort en wordt niet goed. ha! ha! ha!
-
- Des saturdags dan ziet men bang, ha! ha!
- Wijl ik dan 't meeste geld ontvang. ha! ha!
- En daar hun week vrij schraaltjens is,
- Verstrek ik hen tot ergernis. ha! ha! ha!
-
- En komt men t'huis bij zijne vrouw, ha! ha!
- Dan speldt men haar wat op de mouw, ha! ha!
- Als of het werk niet heeft gevlot;
- Dus wordt de goede sloof bedot. ha! ha! ha!
-
- Wierdt dan nog maar 't ontvangen geld, ha! ha!
- Aan 't Wijfjen zuiver toegeteld; ha! ha!
- Maar neen! zij krijgt het niet geheel,
- Men lapt 'er nog van door de keel. ha! ha! ha!
-
- Het vrouwtjen zucht, maar 't baat haar niet, ha! ha!
- De week is slegt, gelijk zij ziet. ha! ha!
- En wijl ze 'er over knort en mort,
- Komt zij die week veel geld te kort. ha! ha! ha!
-
- Dan waar het deze week alleen, ha! ha!
- Die liep 'er nog al onder heen.
- Maar ach! de meeste zijn nog kwaad;
- Dus weet de vrouw in 't eind geen' raad. ha! ha! ha!
-
[p. 62]
-
- Hoe zij de zaak ook keere of wend'! ha! ha!
- 't Is armoê van 't begin tot 't ernd. ha! ha!
- Dus werkt men aan zijn ongeluk,
- Stort vrouw en kindren in den druk. ha! ha! ha!
-
- Een Arbeidsman heeft werk genoeg, ha! ha!
- Al spilt hij 't geld niet in de kroeg. ha! ha!
- Dat hij van 't zweet zijns aanschijns leev'.
- En ieder een het zijne geev'. ha! ha! ha!
-
- J.H.
|