[p. 1]

Volks-liedjens, Uitgegeeven door de Maatschappij: Tot nut van 't algemeen.

Vierde stukjen.

Te Amsteldam, bij
Harmanus Keijzer, A. Fokke, Simonsz.
en
Cornelis de Vries,
Boekverkoopers. 1791.

 



[p. 3]

De braave Man.

 Wijze: Schoon bloemgewas, enz.
  
 Wat leeft mijn buurman Jan, vernoegd,
     Te vreeden met zijn' staat.
 Doet nooit wat slechts aan grooten voegt,
     Hij mint de middenmaat:
 De man werdt rijk voor eerlijk zweet:
     En nu hij schatten heeft
 Is hij 't die armen dekt en kleed,
     En helpt en voedsel geeft.
  
 Hij leefde Gode en mensch ter eer,
     Zo lange mij geheugt:
 En was nooit trots als meenig Heer
     Schoon zonder geld en deugd;
 Hij is een vijand van de pracht
     Die 't lieve Vaderland
 ‘Tot zulk een' laagte heeft gebragt,
     Tot veeler leed en schand.’
  


[p. 4]

 
 Nooit pronkte hij met goed of geld,
     Dong naar geen' hoogen staat;
 Maar is ook niet ten doel gesteld
     Aan hoofschen gunst of haat:
 Hij eert altoos zijn overheid,
     Betaalt haar schot en lot.
 En, daar hij haar nooit vloekt of vleit,
     Vreest hij alleen zijn' God.
  
 't Genoegen en de vrede woont
     Met welvaart in zijn huis:
 Gods goedheid, die de deugd beloont,
     Bevrijdt voor ramp en kruis,
 Schonk hem een lieve braave vrouw
 En kindren heusch van aart,
 Die 't voorbeeld volgen en de trouw
     Van oudren hen zo waard.
  
 Het Vaderland beroem' zig vrij
     Op mynen buurman Jan!
 De deugd vormde in een effen pij
     In hem den braaven man;
 Volgt dan Bataven! volgt zijn spoor
     Ontvliedt de weelde en pracht;
 Weest deugdzaam voor u zelf en voor
     Een dankend naageslacht!
  
     M: C: V: H