[p. 7]
Morgenlied.
- Wijze: Wat is ons al vreugd gegeeven, enz.
-
- Welk een vreugde schenkt het leven,
- Aan een ziel van zorg ontheeven,
- Die in 't lieflijk morgenüur,
- Voelt het schoone der Natuur.
-
- 'k Zie de zon der kimme ontwijken,
- En met nieuwen luister prijken,
- Daar de donkre schaduw zwicht,
- Voor heur helder morgen licht.
-
- Bosschen, boomen, bloemen, knoppen,
- Sterk bedaauwd door vrugtbre droppen,
- Op den berg, en in het dal,
- Glinstren, als het schoonst kristal.
-
- 't Vooglenchoor doet, door zijn zangen,
- Mij het zoetst gevoel erlangen,
- Daar mijn ziel in de eenzaamheid,
- Hemelvreugd zich vindt bereid.
-
[p. 8]
-
- Beekjens vol van 't zuiverst water,
- Geeven door heur zagt geklater,
- Kalmte aan ons gevoelig hart,
- Door geen' tegenspoed benard.
-
- 'k Zie den Bouwman vrolijk ploegen,
- Op zijn aanschijn blinkt genoegen;
- Wijl zijn hart geen zorg gevoelt,
- Nimmer schijngeluk bedoelt.
-
- Ja, Natuur! dit zielsverrukken,
- Doet mij vrede olijven plukken,
- Schenk mij vaak dit heilgenot;
- Gij verheft mijn' geest tot God.
-
- Eeuwige oorsprong aller dingen,
- Zegen mijn bespiegelingen!
- Op dat ik, steeds meer en meer,
- Leeve en werk' ter uwer eer!
-
- J.V.W. Jr.
|