[p. 22]
De Minnaar.
- Wijze: Je ne suis qu'une bergere, etc.
-
- OF
-
- Vrijheid, blijheid, lust van 't leven, enz.
-
- Richard moog' zijn Fielis eeren
- Om heur' staat en hoog geslacht;
- Frans zijn Magdalon waardeeren
- Om heur rijkdom, zwier en pragt;
- Lukas roem' zijn schoon Katrijntjen
- Als de uitmuntendste aartsgodin;
- Leönard zijn lief Francijntjen
- Om heur lustjens tot de min.
-
- Boven Magdalon, Katrina,
- Fielis en Francijn, - hoe schoon,
- Rijk of edel, - spant Kristina,
- Als mijn waardste schat, de kroon:
- Zij alleen is de uitverkooren,
- Die mijn hart en zinnen streelt,
- Schoon niet rijk, niet hooggebooren,
- Noch 't volmaakste schoonheids beeld.
-
[p. 23]
-
- 'k Min ze om heur gezonde leden,
- Om heur gul en zoet gelaat,
- Om heur hupsche en kuische zeden,
- Om heur rein en net gewaad,
- Om heur trouw aan de eêlste pligten,
- Om heur heusche vriendlijkheid,
- Om heur vlijtig werksverrigten,
- Om heur schrander huisbeleid.
-
- Zou ik al heur deugden noemen,
- Waar bleef 't einde van mijn lied?
- 'k Zwijg, verrukt! - daar elk zal roemen,
- Die haar kent, haar hoort en ziet.
- Vrienden, buuren en gespeelen,
- Rijk of arm, getuigt voor mij,
- Hoe ze in aller gunst mag deelen,
- Welk een lof ze U waardig zij!
-
- J.D.
|