[p. 35]
De Landman.
- Wijze: Avec les jeux, dans le village, &c.
-
- Of: Al wie genegen is tot vaaren, enz.
-
- Trijntjen 'k ben regt moê van 't werken,
- Maar 't moet met den hooibouw door:
- Morgen zal ik 't niet eens merken;
- Spijs en rust is goed 'er voor.
- Hebt gij ons wat klaar doen maaken?
- Ha! dat is de regte kost,
- Jongens! komt dat zal ons smaaken,
- Als pastijen aan den Drost.
-
- Hadden wij nu stil gezeten,
- Even eens als loome Piet,
- Niemand zou zo smaaklijk eeten,
- Smaaklijk eet de luijaart niet.
- Komt nu vlug eens ingeschonken.
- Drank naa spijs is medicijn,
- 'k Zie het bier in 't glas zelfs vonken,
- Arbeid maakt het bier tot wijn.
-
[p. 36]
-
- Foei! dat 's onmannierlijk gaapen,
- Als een hooischuur gaapt mijn mond;
- Of 'k ook degelijk zal slaapen...
- Jongens! zwerft gij hier nog rond,
- Voort maakt spoedig u naar boven. -
- Trijntjen! hoe ziet gij mij aan,
- 'k Wil een nachtzoen wel belooven...
- Maak dan schielijk maar gedaan.
-
- ô Hoe zalig is ons leven,
- Alles maakt toch de arbeid zoet;
- Wat kan zo veel zegen geeven,
- Als daar bij een rein gemoed...
- Soms komt mij mijn Trijntjen vleijen,
- En mijn kinders - welk een lot...
- 'k Zou van blijdschap kunnen schrijen.
- Trijntjen lief! hoe goed is God!..
-
- A.L.P.Z.
|