Volks-liedjens, uitgegeeven door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen (5 delen)


auteur: anoniem Volks-liedjens van het Nut


bron: Volks-liedjens, uitgegeeven door de maatschappij: Tot nut van 't algemeen (vijf delen). Harmanus Keijzer en anderen, Amsterdam 1789-1807  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Gods voorzorg.

 
Wijze: Waar heen? mijn ziel! waar heen?
 
 
 
Wat leed! helaas! wat leed!
 
Wanneer men nimmer weet,
 
Zich naar zijn lot te voegen;
 
Men delft zijn eigen graf,
 
En rooft zich al 't genoegen,
 
Dat ooit het leven gaf.
 
ô Hemel! laat mijn hart,
 
Geduldig in zijn smart,
 
Standvastig 't leed verduuren!
 
Dat toch niet eeuwig blijft;
 
Daar eens, na weinige uuren,
 
De dood mijn rouw verdrijft.
 
 
[p. 16]
 
De tijd, de vlugge tijd,
 
Die altoos voorwaards glijdt,
 
Slijt ook verdriet en kwelling,
 
En al wat mij ontmoet,
 
Staat onder Gods bestelling,
 
Die 't muschjen zelfs behoedt:
 
Mijn lot is in zijn hand.
 
Zijn onbeperkt verstand,
 
Zal voor mijn welstand zorgen;
 
'k Ben van zijn trouw bewust;
 
En wagt getroost den morgen
 
Van eindelooze rust.
 
 
 
Ma.V.H.



illustratie