Volks-liedjens, uitgegeeven door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen (5 delen)


auteur: anoniem Volks-liedjens van het Nut


bron: Volks-liedjens, uitgegeeven door de maatschappij: Tot nut van 't algemeen (vijf delen). Harmanus Keijzer en anderen, Amsterdam 1789-1807  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 45]

De dankbaare zoon.

 
Wijze: Cloris, die mijn hartjen rooft.
 
 
 
Wel dat had ik niet gedacht,
 
'k Ga nu, zingend', naar mijn wooning,
 
Ik ben rijker dan een koning;
 
Ongevraagd, en onverwacht,
 
Heeft mijn Meester mij gezegd:
 
‘Klaas! uw vlijt is mij gebleeken,
 
Voordaan heb ik alle weeken,
 
U twee gulden toegelegd.’
 
 
 
Hoe verheugd zal ik dit loon,
 
Telkens aan mijn moeder geeven,
 
Die bestendig voor het leven,
 
En de nooddruft van haar zoon,
 
Heeft gezorgd, geslaafd, gezweet;
 
Daar 'k mijn vader vroeg moest derven.
 
Hemel! laat mij liever sterven!
 
Eer ik ooit haar trouw vergeet.
 
 
[p. 46]
 
Moeder werkte vroeg en laat;
 
Gaf mij spijs en drank en kleêren,
 
Heeft mij alles laaten leeren,
 
Wat zich schikte voor mijn staat.
 
Alles ben ik haar verpligt.
 
Schoon ik 't nimmer kan beloonen,
 
Nogthans zal mijn vlijt haar toonen,
 
Dat ik graag heur last verligt.
 
 
 
Ha! dit is dan de eerste keer,
 
Dat ik geld naar huis mag draagen,
 
'k Werk nu vrolijk alle dagen.
 
'k Ben vernoegd, wat wensch ik meer?
 
Elken avond dank ik God,
 
Die mij dezen dag wou zeeg'nen;
 
ô! Wat mij dan moog bejeeg'nen,
 
Hem beveel ik steeds mijn lot.
 
 
 
Ma.V.H.



illustratie