Volks-liedjens, uitgegeeven door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen (5 delen)


auteur: anoniem Volks-liedjens van het Nut


bron: Volks-liedjens, uitgegeeven door de maatschappij: Tot nut van 't algemeen (vijf delen). Harmanus Keijzer en anderen, Amsterdam 1789-1807  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Op den laatsten Dag des Jaars.

 
Stem: ô Zalig, Heilig Bethlehem!
 
 
 
Deez' avond, die een' jaarkring sluit,
 
Doet mij aan de Eeuwigheid gedenken,
 
En noodigt mij tot danken uit,
 
Voor 't heil, dat God mij wilde schenken
 
 
 
Van mijnen vroegsten levensstond
 
Bewaakte mij zijn wijze hoede,
 
En, als ik rampen ondervondt,
 
Bestuurde hij het kwaad ten goede.
 
 
[p. 70]
 
Ondankbaarheid! 'k haat zelfs uw' schijn,
 
Zou ik dan God geen offer brengen,
 
Ach! mogt mijn dank gansch vlekloos zijn,
 
En met der Eng'len toon zich mengen!
 
 
 
Dan, 'k voel hier veel beschuldiging,
 
'k Heb 's Hemels weldaên vaak ontvangen,
 
Terwijl een zwaare, struikeling
 
Den dank kwam in mijn hart vervangen.
 
 
 
Door zo veel voorspoed steeds verzeld,
 
Stelde ik dien zegen op geen waarde,
 
Ik werdt dus door 't verdriet gekweld
 
Dat mij mijn ongenoegen baarde. -
 
 
 
Hier door beledigde ik dien God,
 
Die niets dan mijn geluk bedoelde,
 
Wiens zorg voor mijn volzalig lot,
 
Ik voelen kon, maar niet gevoelde.
 
 
 
Vergeef dus, Vader! mijne schuld;
 
Vergeef de veelheid mijner zonden!
 
Daar 't hart, door waar berouw vervuld,
 
Aan u voor eeuwig blijft verbonden.
 
 
 
Versterk gij mijnen zwakken geest,
 
Laat nimmer mijne deugd bezwijken,
 
'k Ben eens uw beeld gelijk geweest,
 
Ach, mogt ik nog dat beeld gelijken!
 
 
[p. 71]
 
Laat steeds de godsdienst van uw' Zoon,
 
Mijn ganschen levenswandel richten;
 
Zo vindt mijn ziel in zijn geboôn
 
Den aangenaamsten aller pligten.
 
 
 
Dan zal mijn ziel door u geleid,
 
Den dood verwagten, nimmer vreezen,
 
Verzeekerd, dat ze in d'Eeuwigheid,
 
Vereenigd met heur' God zal weezen.
 
 
 
J.V.W. Junior.



illustratie