|
|
|
| |
| |
II. Hoofdstuk.
Aanhangzel. Van het 1ste stuk van
Pag. 18 tot 48.
Bakken van Pasteyen, Taarten, Venezoenen, Vleesch,
Struiven, Poddingen, en allerhande gebakken.
1. Aalbessen-Koekjes, hoe men die bakken zal.
Neemt anderhalf pond Aal-bessen, kookt ze en doet ze door een
zeef; neemt dan 6 eijeren, | | | | een halve stuivers witte brood klein
geryft, wat suiker, kaneel en booter, beslaat dit onder malkanderen, en bakt
het tot koekjes: kookt in wat sap dat van de Aalbessen gekomen is suiker en
heele stukjes kaneel, en doet dat over de koekjes, is puik.
| |
2. Appel-Pastey, hoe men die bakken zal.
Neemt een diepe schotel, legt daar een korst van deeg in die tot
over de rand komt. Neemt dan geschilde appelen die ligt gaar worden, doet 'er
de klokhuizen uit en snyd ze in quartieren, en legt ze in de schotel digt aan
malkanderen tot dat ze vol is: doet 'er dan wat gestoote kaneel en Nagelen
over; bedekt alles met een korst, en laat het aldus gaar bakken. Snyd dan de
boven korst aan driekante stukken en ligt ze 'er af, en doet in die appelen een
goed stuk booter met wat suiker, dat men 'er door schud. Zet dan die driekante
stukken korst, met de punten om hoog, in de pastey, en raspt 'er broodsuiker
over heen, is puik goed.
| |
3. Appel sop, die zo goed is als Appeltaart, hoe men die
maaken zal.
Neemt goede, malse appelen, snyd ze aan dikke schyven, en doet 'er
de klokhuizen uit, en fruit ze eens in de booter lugtig op in de pan: braad dan
eenige sneede tarwe-brood op de Rooster; en zet wat gekarnde melk op het vuur,
en doed 'er booter in; als dit heet en wel doorgeroert is zo steekt men het
geroosterde brood, snede voor snede daar in: Neemt dan een diepe tinne of
kopere schotel, en legt daar een laag van die appelen in, en daar boven op van
dit brood, dan wederom appelen en eindelyk brood | | | | boven op; dog op
ieder laag doet men braaf kaneel en suiker: bedekt uw schotel dan met de deksel
van een Taarte-pan, en zet ze dan zo op het vuur: doet dan suiker en nog wat
booter in het nat daar gy het geroostert brood in gedoopt hebt, en giet dit
over de appel-sop heen als die gaar is, is een zeer goed eeten.
| |
4. Appel-struif, hoe men die in een kopere schootel zal
bakken.
Neemt appelen die ligt gaar worden, snydt die midden door en doet
'er de klokhuizen uit; zet ze dan, met booter en zuiker voorzien, in een
koopere schootel op het vuur, tot dat ze gaar zyn. Neemt dan een stuiver
witte-brood, daar men de korst van afgesneeden, en dat lang in de melk te
weeken heeft gelegen, en wryft dat klein: Neemt dan zes Eijeren, en klopt daar
suiker door heen tot dat alles zeer klein is, en klopt dit dan met het fyne
witte brood door een; indien gy ziet dat 'er te veel nat op de appelen is, zo
giet het af; legt dan een braaf stuk booter in een koopere schotel, doet 'er
dan dit beslag in en legt 'er de appelen op, en doet 'er van dat zelve beslag
over heen; dekt de koopere schotel met de dekzel toe, en zet het te bakken met
wat vuur onder en booven, is zeer goed.
| |
5. Beatille of Oly-podrigo van Hoenders en Duiven, hoe men
die maaken zal.
Neemt een jong hoen, en eenige duiven; snyd het Hoen aan stukjes
als poulet, dog de duiven aan vier stukken: Neemt twee Lamspootjes die in 't
midden door gesneden zyn, kookt het gaar en fruit het | | | | te zaamen
rood in de pan in booter, met een klein gekapte halve uijen; en zet dit te
zaamen een quartier uurs lang met wat vlees-nat te stooven: Neemt dan een pond
gehakt vleesch, kruid het wel, en legt het dan als een boom boven op de
onderkorst, en daar op het Hoen, met de duiven en pootjes net door een
geschikt; ook legt men overal een stukje vers spek, met wat basilicum, dog zo,
dat het de korst niet raakt: doet 'er ook wat foely, Notemuscaat, peper, en
zout by, met wat Morilles en Truffels of schyfjes van aardappelen; en boven op
legt men hanekammen en vogelnesjes, en giet 'er wat vlees-nat over heen; alles
bedekkende met een dun gekneede boom van boter; dan dekt men het toe met de
boven korst, en men laat het aldus een uur ruim staan bakken, is een smaakelyk
eeten.
Tot de onder-korst van diergelyke gebakken neemt men schaars een
pont banket-meel; en tot de bovenkorst een half pond, en het overige half pond
houd men om te strooijen, als men de korst maakt: Neemt dan een dooir van een
Ey, met een kelkje water daar zuiker in is, voor de onder-korst, en even zo
veel voor de bovenkorst. Maakt dan eerst de onderkorst, die het dikst moet zyn,
en kneed dit glaasje water, zuiker en ey, door dat pond meel heen, zonder
booter; als het uitgerolt is dan legt men daar boven dunnetjes op wat Reusel of
booter en men rolt het in een; dan rolt men het wederom uit, en legt 'er
wederom booter op, en herhaald dit 3 a 4 maalen tot dat de korst vet genoeg is:
Op dezelve wyze handelt men met de boven-korst, dog die moet dunder zyn; ook
laat men een gaatje of schoorsteentje in de boven-korst.
Eindelyk maakt men een saus van vlees-nat, boter | | | | en
gebraade Meel, daar men wat Citroen-sap in doet, en als deze saus wel gebonden
is, zo giet men dezelve door het schoorsteentje heen; dit is excellent.
| |
6. Beschuit van bittere Amandelen, hoe men die bakken
zal.
Neemt drie vierendeel bittere en een vierendeel zoete Amandelen:
Neemt uw gekookt water van het vuur af, en doet 'er uwe Amandelen in, en roert
ze om tot gy ze schillen kunt; legt ze dan in koud water en laat ze verleken.
Stoot ze fyn, maar doet 'er tusschen beide een weinigje water in, anders zouden
zy oly uitgeeven. Neemt dan 8 of 9 Eijeren, en geesselt die tot schuim; dog
houd het wit van die Eijeren byzonder, en kneed dat door de gestampte Amandelen
heen, met twee ponden poeder suiker, en doet alles ter deegen door malkanderen,
ook moet dit deeg niet te dun zyn. Neemt schoon papier en vormt van dit deeg
beschuitjes zo groot als een Ryksdaalder, en doet het in vormen die eens zo
lang als breed zyn; raspt 'er broodsuiker over heen en zet ze zo in den oven te
bakken, zyn zeer goed.
| |
7. Beschuit-koekjes, hoe men die bakken zal.
Neemt 10 beschuiten, tot ieder beschuit een ey, doet 'er by
Kruidnagelen met wat geraspte notemuscaat en corenten na goedvinden, met een
klein kommetje gesmolte booter, een weinigje melk, een lepel tarwe meel en een
lepeltje gist, roert dit wel onder malkanderen, en bakt het als koekjes, is
puik.
| | | | | |
8. Bignetten, of gespoote gebak, hoe men dat bakken
zal.
Neemt zes goede handvol tarwe meel, beslaat dit met schaars
anderhalve pint melk, en doet 'er een half vierendeel boter in, met drie loot
suiker, dog doet 'er dit niet in voor dat het deeg styf genoeg is beslagen;
doet 'er 13 Eijeren in, maar gebruikt alleen de helft van het wit; dog men doet
'er maar twee of drie gelyk in, om het wel te mengen. Dit deeg van een
behoorlyke dikte zynde zo doet men het in de spuit, en men spuit het in
gesmolte Reusel, die kookend heet is, want de Bignetten moeten schielyk gaar
zyn, en dan broodsuiker daar over geraspt, is delicaat.
| |
Op een andere wyze zonder spuit.
Neemt een spint Tarwe-bloem; doet 'er drie kleine versche
Roomkaasjes en drie eijeren in, wryft het alles zeer klein en kneed het door
een; doet 'er dan een once poeder-suiker en wat witte wyn in, maar niet te veel
want het beslag moet reedelyk dik zyn; ook kan men 'er fyn gesneeden appelen,
en geraspte Citroen-schillen in doen. Maakt dan dat uwe Reusel, of booter, of
uitgebrande oly, kookent heet is; en maakt dit deeg met twee leepels tot
koekjes, en bakt die daar in, maar schielyk, en raspt 'er broodsuiker over
heen.
| |
Op een gemeene wyze.
Neemt een half pond banket meel, een half pint zoete
melk, 10 eijeren, de helft zonder het wit. Neemt kookende melk, en beslaat 'er
op het vuur staande het meel door, tot het zo styf is, als | | | |
steevige water en bry; dan doet men het in een andere aarde schotel en men
kneet 'er de Eijeren door, met een weinigje brandewyn, en zo wat laaten staan,
en dan in booter gebakken, is goed.
| |
9. Bláks kaps, hoe men die bakken zal.
Neemt doorgesnedene zuure appelen, doet 'er de klokhuizen uit:
Neemt dan gestoote kaneel, wat Nagelen, klein gesneede lamoenschillen en
zuiker, wel onder een geroert, en vult de holligheden der klokhuizen daar mede;
legt ze in een schotel, en laat ze schielyk gaar bakken dat de schillen boven
op wat zwart worden, doet ze dan op, en raspt 'er suiker over heen, is
delicaat.
| |
10. Colombyn-koek, hoe men die maaken zal.
Neemt de dooiren van 20 Eijeren klopt die heel klein; klopt 'er
dan 2 ponden suiker door heen: klopt het wit van die eijeren zo lang tot het
geheel schuim is geworden: Neemt dan vyf vierendeel bloem van meel, en beslaat
'er dit allengs door heen, tot dat alles wel gemengt en beslaagen is, wanneer
men 'er de schillen van twee Citroenen in raspt, en 'er die door mengt, doet
het dan in een taarte-pan, en laat het heel langsaam bakken, is goed.
| |
11. Dordse-struyf, hoe men die bakken zal.
Neemt 9 Eijeren, dog maar zes met het wit, klopt die klein; doet
'er een halve pint zoete room en wat meel 'er in gestrooit by, maakt 'er een
beslag van wat dunder als dat van panne-koeken: doet braaf booter in de pan, en
bakt een derde van dit beslag te | | | | gelyk, maar moet zeer langzaam
bakken, en het beslag gestadig met een mes omgeroert worden.
| |
12. Duiven Pastey, hoe men die excellent maaken
zal.
Neemt groote duiven, en doet 'er het ingewand uit, en slaat het
borstbeen plat: lardeert ze met spek, en vult ze met de lever, gekookte stukjes
spek, gehakte petercelie, kleine uijen, aardappelen, Champignons, het merg uit
een Osse-schinkel, met eenige fyne en welriekende kruiden, na u welgevallen.
Legt van dit vuldsel op de onder-korst, en de duiven daar op, met wat vuldsel
van boven, waar op men eenige Lauwrier-bladeren en eenige dunne stukjes spek
legt, als mede wat gesnede Zweserikken, dan doet men de bovenkorst 'er op, en
zet het dus in den oven te bakken, 't is een goed eeten.
| |
13. Engelsche Ragou, hoe men die bakken zal.
Neemt 2 sweserikken, legt ze wat in 't water, en snyd ze aan
schyfjes, en wenteld die in gehakte petercelie en uijen door een geklopt en in
booter gaar gebakken. Neemt balletjes gehakt-vleesch in de boter gebakken, en
doet 'er wat dun gesneeden spek by, en doet het onder het voorigen. Dan maakt
men een saus van wat water, lamoensap en meel onder een gemengt, daar men 3 a 4
Ansjovissen en wat Notemuscaat in doet; dit kookt men te zamen tot dat het
begint te binden, en dan roert men 'er wat koude boter door, is zeer goed.
| | | | | |
14. Frans-brood, hoe men dat keurlyk bakken
zal.
Haalt voor een halve stuiver deeg by een franse bakker, dat men 8
dagen in een wyngaards blad kan bewaren: mengt dit deeg, des avonds te vooren
in een pond meel met wat water dat wat heeter als laauw is, en laat het die
nagt overstaan: mengt het des morgens met bynaa kookend heet water, en kneed
het met zuur-deeg, dat des avonds te vooren gemengt is, en kneed alles wel een
quartier lang: in den beginnen houdt men wat meel over om onder het deeg voor
het aankleven te strooijen, en onder het kneeden besproeit men het deeg
altemets eens met wat laauw water. Zet het dan op een warme plaat te ryzen,
maar niet te lang, want dan zou het zuur worden, en laat het dan gaar bakken;
ook kan men 'er wat zout in doen als men wil, is lugtig en smakelyk.
| |
15. Gabletten, of Fransche wafelen, hoe men die bakken
zal.
Neemt drie vierendeel pond meel; een half pond zuiker, vier
Eijeren, en een stukje booter zo groot als een ey, en men beslaat het met
water, daar men drie douzyn wafelen uit bakken kan. Na dat men het wafel-yzer
heet gemaakt en een lepel booter daar in gedaan heeft zo begint men te bakken;
ook doet men een stukje booter in een doekje om het yzer geduurig daar mede te
smeeren; zyn lugtig en goed.
| |
16. Gemelyke struyf, hoe men die bakken zal.
Neemt een vierendeel pond meel omtrent 7 loot booter en een half
pintje melk. Dit roert men te za- | | | | men in een pan of het geroerde
Eijeren waaren. Neemt dan een schoteltje en laat het te vooren heet worden, zo
wel als het deksel, en doet dit beslag daar in, en laat het schielyk bakken,
met vuur van boven en onder, is heel goed.
| |
17. Gemeene Massepain, hoe men die maaken zal.
Neemt drie vierendeel pond met Rosewater fyn gestoote Amandelen,
kneed daar het wit van een ey, en een half pond zuiker door heen; en stoot
alles nogmaals in een marmere mortier: strooid dan op een plank poeijer suiker,
en maakt 'er van wat uw behaagd, en zet het op een papier in den oven te
bakken, maar den oven is dan nog warm genoeg als 'er het brood uitkomt: strooit
'er geraspte zuiker over heen en zet het nog wat voor aan in den oven te
droogen, en besteek het dan aanstonds met Citroen of Oranje-schil, eer de
suiker styf word, is puik.
| |
18. Genuesche-Beschuit, hoe men die maaken zal.
Neemt een pond bloem van meel, vier oncen suiker, en zo veel
Coriander en Annys-zaat als het u goeddunkt fyn gestooten; doet 'er vier eyeren
by, en beslaat het met laauw water tot een bequame dikte, en maakt 'er
vierkante stukken van, die men in den oven laat bakken; snyd dit dan in
lankwerpige stukken van twee vingeren breed, die men op nieuw in den oven laat
bakken en hard worden, is goed.
| |
19. Gevulde-Karper, hoe men die bakken zal.
Neemt een karper, maakt ze wel schoon, en doet | | | | 'er
het ingewand uit; schild dan het vel zonder het te schenden met uw vinger van
de vis af, en vuld het op met gekapte paaling, daar men zout, peper,
notemuscaat, kruidnagelen, wat tym, booter en Champignons onder gedaen heeft;
legt ze dan in een aarde pot, daar men vleesch-nat, wat witte wyn, en bruin
gefruite booter in gedaan heeft; sluit de pot digt toe en zet alles in den oven
gaar te bakken, ook kan men het in een Casterol langzaam bakken, is puik.
| |
20. Hoender-Pastey, hoe men die maaken zal. Zie 1ste
stuk Pag, 30. No. 28.
Handelt hier mede gelyk wy van de Duiven-pastey op No. 12. gezegt
hebben, behalven dat men de Hoenders in poulet kapt, is mede puik goed.
| |
21. Kalfs-kop, hoe men die op een excellente wyze zal
prepareeren en bakken.
Neemt een kalfs-kop die wel schoon gezuivert is, en laat die heel
gaar kooken; neemt 'er dan de eene helft van en doet 'er het oog schoon uit, en
men vult de plaats met harssens; [ten ware men, gelyk veele menschen doen, de
harssens 'er uit liet, om die in beschuit gewenteld in de pan te bakken, dog
dan moetenze niet te gaar gekookt zyn.] Dan legt men die halve kop in een
taarte-pan of roode schotel; men bedruipt ze met booter, en bestrooid ze met
gestoote beschuit; laatze dan toegedekt met een taarte-deksel, daar vuur op
legt, rood bakken; dog men moet ze geduurig druipen.
Neemt dan de andere helft van de kop, en snyd ze aan stukjes als
poulet: Neemt een halve pint sop van de kop, en doet dat te zamen in een
bekken, met | | | | 3 Ansjovissen, wat kappers, wat fyn gekurvene
petercelie en een Chalot, wel fyn door een gekapt, en doet 'er wat gestoote
peper en Notemuscaat in. Laat dit te zaamen een quartier kooken, maar langzaam.
Als men het op zal doen zo neemt men 4 dooiren van Eijeren wel geklopt, daar
men wat booter en Citroensap in doet, dat men wel door een roert. Dan legt men
de gebraade kop in een schotel, en men legt de poulet stukjes daar men de saus
over giet, daar ront-om, dog op de gebradene kop moet geen saus gedaan worden;
en rondom de rand van de schotel legt men de harssens, is een excellent
eeten.
| |
22. Karper-pastey, hoe men die maaken zal.
Men vuld ze, en handeld daar meede als op No. 19 gezegt is,
behalven dat men 'er wat Lauwrier bladeren in doet; dan legt men die gevulde
karper met booter en vlees-nat op de onder-korst, en met de boven-korst bedekt,
zet men ze te bakken; dog als ze omtrent gaar is, zo giet door het
schoorsteentje daar een glas witte wyn in, is puik.
| |
23. Kleine-pasteytjes van Osse tongen, hoe men die bakken
zal.
Neemt 2 a 3 groote Osse-tongen klein gesneden, doet daar onder 3
ponden Osse-Niervet, 3 ponden Corenten, 1 loot gestoote Nagelen, met wat foely,
zout en ingelyde Orange-Appelen of Orangeschil, wat suiker, wat dun gescherfde
Lamoenschil, 2 lepels verjuis en een glaasje sek: roert dit alles wel door een,
en doet dit in kleine staande korsjes en laat ze gaar bakken, is zeer
smakelyk.
| | | | | |
24. Koekjes van Mev. van C...... die zeer lekker zyn, hoe
men die bakken zal.
Neemt 1/2 pond banket-meel, 1/2 pond amandelpas, 1/8 pond
korenten, 6 Eijeren, dog de helft maar met het wit, 4 lepels room, een loot
kaneel, 1/2 Notemuscaat, 10 leepels booter; een halve groene sukade schil klein
gesneden, een geraspte Citroen, en wat gist, dit alles wel onder een geklopt,
en in kleine blikken vormen gebakken, is excellent.
| |
25. Koninginne-Beschuit, hoe men die maaken
zal.
Neemt twee oncen meel; een pond fyne witte zuiker; doet 'er 12
Eijeren by; maar drie dooiren daar van, laat men 'er uit, om de beschuit niet
te geel te maaken, anders kan het geen quaad; doet hier by wat anys en
Coriander-zaat: kneed onder dit deeg een weinigje zuurdeeg, en maakt 'er in
vormptjes lankwerpige beschuit van, die men langsaam in den oven of in een
taarte-pan, te bakken zet, is goed.
| |
26. Koninklyke Masse-pain, hoe men die maaken
zal.
Neemt een pond met roose water fyn gestampte amandelen, en een
half pond zuiker die men zeer fyn gewreeven heeft, dat 'er geen klontjes in
blyven: doet dit in een confituur pan en laat de zuiker in het water smelten,
en laat dit deeg kooken tot dat de zuiker begint te lymen, en neemt het dan van
het vuur af: dog men moet dit gestadig roeren, en het onderste boven keeren, en
het deeg zo droog laaten worden dat het van zelve de pan los laat; en dan is
het droog ge- | | | | noeg wanneer het niet aan de hand blyft zitten, dan
moet men het niet meer op het vuur zetten; strooidt dan poeijer-zuiker op een
effe plank of tafel, daar gy uw deeg op te droogen legt, ook raspt men 'er nog
wat brood-zuiker over heen; maakt dan van dit deeg kleine lankwerpige broodjes,
of lankwerpiger figuuren, zo als het u behaagd. Indien het deeg niet leedig
genoeg is, zo geeft men het eenige stooten in een marmere mortier, en men doet
'er wat Eijer-wit by; ook kan men 'er orange en Citroen schil fyn gesneden
onder of op doen, en men maakt 'er als te vooren kleine broodjes van, die men
dan langwerpig uitrold. Neemt dan wit van Eijeren en oranje water, klopt het
klein, doopt het uitgerolde deeg daar in, en als het wat heeft staan verleken,
zo wenteld het in geraspte zuiker; Raspt dan zuiker op schoon papier en legt
het deeg daar op om 'er harten van te maaken, en zet het in den oven te bakken,
dog den oven moet niet te koud nog te heet zyn; want is die te heet zo zal de
Massepain verbranden; en is ze te koud zo blyft het te bleek en droogt uit, is
zeer delicaat.
| |
27. Kungeltjes, hoe men die bakken zal.
Neemt een pond meel, 7 Eijeren, een pintje melk, een lepel zuiker,
een halve lepel gist; dit moet men zeer lang te zamen kloppen, en een uur
laaten ryzen, dan gesneeden appelen in 't beslag gewenteld, en in booter of
reuzel gebakken, is goed.
| |
28. Limoenkoekjes, hoe men die bakken zal.
Neemt een Citroen, 1/2 pond brood-zuiker, raspt het geel van de
uitgedrukte Citroenen, en doet het in de zuiker, met het wit van een Ey dat
klein ge- | | | | klopt is, maakt daar kleine balletjes van, en legt ze op
papieren in een Taart-pan, met een weinigje vuur onder en boven, is goed.
| |
29. Limoen-Taart, hoe men die bakken zal. Zie 1. Stuk pag.
21. No. 8.
Neemt 8 zoete Citroenen, raspt daar het geele af, en drukt 'er het
sap uit, men mag wel een kommetje vol hebben: Neemt dan een Half kommetje zoete
Room, de kruim van een stuivers rond wittebrood fyn gewreven, 1/2 kommetje
boter, zonder zout, 10 Eijeren, de helft zonder het wit; doet 'er dan wat
zuiker, en zo gy wild amandel-pas by: dit mengt men wel onder een, en doet het
in een korst, en een korst daar boven op, en zo te bakken gezet, is puik
goed.
| |
30. Macronnen, hoe men die maaken zal.
Neemt by een pond gestoote Amandelen, een pond fyne witte zuiker,
het wit van vier Eijeren en een weinig Rosewater, of oranje-water, kneed het
wel door een, dog doet 'er zo veel Roose of oranje-water by, dat het deeg wat
leenig word; ten dien einde stampt men het ter degen in een Mortier. Strooid
dan zuiker op u papier en maakt Macronnen daar op van uw deeg, raspt 'er
broodzuiker over, en zet ze in een oven om te bakken en hard te worden: Indien
de oven niet te warm is, zoo kan men ze daar koud in laaten worden, maar anders
niet, dewyl ze te bruine Couleur zouden krygen.
| | | | | |
31. Oly-koeken, hoe men die excellent bakken
zal.
Neemt 2 ponden tarwe meel; een pond rosynen daar de korrels wel
uitgedaan zyn; een half pond Corenten; 6 Eijeren; een half pond Sukade, en een
vierendeel Oranje snippers; dog men kan 'er de Sukade en Oranje snippers
uitlaaten of minder neemen. Neemt dan ontrent een pint melk, en een bierglas
versche gist daar men een lepel zuiker in doet, en als alles wel ter deegen
beslagen en lugtig gereezen is; zo maakt men van dit beslag met twee tinne
leepels, koeken, die men in de kokende oly werpt, daar men die in bruin laat
bakken; is goed. Hier toe neemt men 2 mingelen oly, en men zet die eerst op 't
vuur in een yzere pot om uit te branden, maar langzaam, daar in doende een stuk
Roggenbrood, en men moet de oly zo lang laaten braaden tot dat 'er geen schuim
meer op komt, dan neemt men die gekookte oly en brengt die in de open lugt,
daar men dan allengskens een glas koudt regenwater inwerpt, waar door alle
olyagtige smaak weggenomen word, en is dan puik.
| |
32. Oblie, hoe men die bakken zal. 1. stuk pag. 34.
No. 40.
Neemt 1/4 pond meel, 1/4 pond zuiker en een half Ey zo wit als
dooir, qualyk 2 bierglazen water, wat booter, gestoote gember, kaneel en een
scheutje franse wyn. Laat de zuiker in de booter en het water smelten; klopt
het Ey met de kaneel en gember door 't meel heen en beslaat de booter en zuiker
allengskens daar door, en klopt het wel ter degen; dan giet men het overige van
de boter, met wat wyn daar door en men roert het om; en dan kan men gaan
bakken, in een oblie yzer, is zeer goed.
| | | | | |
Op een andere wyze.
In plaats van het bovenstaande kan men neemen 1/4 pond meel, een
Ey, een half glas franse-wyn, een half glas water, een weinigje gember, 1/4
pond booter, 1/4 pond zuiker en wat Kaneel, en dan handelt men als boven gezegt
is.
| |
Op een andere wyze.
Neemt een pond meel; een loot kaneel; 2 Eijeren, 1/2 pond zuiker,
en een pintje melk, beslaat het wel, en dan aan 't bakken gegaan, is mede
puik.
| |
33. Paling-pastey, hoe men die bakken zal.
Snyd de paaling op, doet 'er de graat uit, laat ze een dag hangen,
en dan braaf gewreven met zout, peper en Notemuscaat: Legt ze dan in een korst
met wat gekapte petercelie, en zet ze te bakken; als ze gaar is zo giet men 'er
door de schoorsteen een saus in van wat wyn, verjuis en eijeren, alles wel te
zaamen geklopt, en men schudt het braaf door een, is goed.
| |
34. Peere-struif, hoe men die bakken zal.
Handelt hier mede gelyk wy van de Appelstruif No. 4. gezegt
hebben, dog men moet 'er wat minder zuiker en wat meerder booter in doen, dewyl
de peeren drooger en zo zuur niet vallen.
| |
35. Peere-Taart die delicaat is, hoe men die bakken
zal.
Neemt gebraade peeren, wryft die klein en doet ze door een wyde
zeef; doet 'er dan by, gestoote amandelen; een kommetje zoete Room, 4 a 5
Eijeren, met wat zuiker en kaneel; roert dit onder mal- | | | | kanderen
en zet het zo te bakken; maar daar word geen boven-korst op gedaan.
| |
36. Persike-Taart, hoe men die maaken zal.
Neemt het vleesch van gaar gekookte appelen, en doet by ieder paar
appelen drie lepels Marmelade van persiken, en handelt 'er verder mede gelyk in
het 1. stuk pag. 20. No. 5. van de amandeltaart geleerd
is. In plaats van appelen kan men daar ook peeren toe gebruiken, na yder zyn
smaak, is delicaat.
| |
37. Podding van de Vrouw van Gunters... hoe men die maaken
zal.
Neemt een pond Tarwe meel, 1/2 pond korenten, anderhalf vierendeel
kalfs-vet klein gesneeden, 2 stuivers geraspt rond wittebrood, een Notemuscaat,
7 a 8 Eyeren de helft met het wit, een lepel gist, 1/2 kommetje gesmolte booter
en wat melk, is zeer goed.
| |
38. Poffertjes, hoe men die bakken zal.
Neemt een halve kop grutte-meel, een half pond tarwe meel, 3
Eijeren en een pintje melk, en een lepeltje gist met wat zuiker gemengt;
beslaat dit te zamen, zet het te ryzen, en bakt 'er poffertjes van.
| |
Op een andere wyze die excellent is.
Neemt een pond tarwe meel, 3/8 pond korenten, een hand vol
gestoote amandelen, een kommetje boter, 4 Eijeren met het wit, een lepeltje
gist met wat zuiker daar onder; beslaat dit met melk, tot de dikte van een
Zuster, en bakt 'er poffertjes van, is excellent goed.
| | | | | |
39. Rolpens, hoe men die bakken zal.
Neemt Rolpens in schyven gesneeden, maar niet al te dun, en bakt
die in goede boter, in de Koeke-pan, tot dat ze bruin word; en eet dezelve met
gebakkene schyfjes appelen, is een smaaklyk eeten: Men kan ze ook zonder
appelen eeten, en doet 'er wat Limoensap over, is meede heel goed.
| |
40. Room-Taart, hoe men die maaken zal.
Neemt 12 Eijeren fyn geklopt, doet 'er een weinigje zout in en
roert het onder zoete Room of goede melk, en strooidt 'er wat banket meel in,
dat het niet te dik nog te dun is; dan zet men die om te styven op het vuur,
waar na men het koud laat worden, en op de onderkorst legt: dan giet men 'er
wat Rose-water of Oranje-water op, en raspt 'er broodzuiker over heen, sluit
het dan met de boven-korst en zet het op een klein vuur te bakken; en als het
gaar is zo raspt brood-zuiker over de boven-korst, is delicaat.
| |
41. Ryst-podding, hoe men die maaken zal.
Neemt 1/4 pond fyn gestampte Ryst; laat die in een mingele melk
kooken tot dat ze mooy dik is; dan laat men het wat koud worden, en men beslaat
het met 6 Eyeren, wat zuiker, 3 lepels Rosewater, een half pond booter, wat
kaneel; dan bestrykt men de schotel met wat boter, daar men gestoote beschuit
op strooidt; dan het beslag 'er in gedaan, en zo met vuur onder en boven gaar
laat bakken; en als men die opdoed, raspt men 'er broodzuiker over.
| | | | | |
42. Savoyse-beschuit die excellent is, hoe men die bakken
zal.
Neemt 4 Eijeren, legt de dooiren byzonder, en klopt het wit tot
schuim; werpt 'er dan de vier dooiren by, en klopt het op nieuw ter degen door
een; doet 'er dan een half pond poeijer zuiker by, en klopt het nogmaals ter
degen. Legt dan uwe Citroen of orange-schillen met wat gestoote annyszaat op
een papier, op heeten assche te droogen, dat gy het klein kunt wryven, en doet
een weinigje daar van in uw beslag, en klopt het door een: dan neemt men
anderhalf vierendeel bloem van meel, en men roert het allengskens onder de
Eijeren en zuiker, en beslaat het lang, dog het deeg moet maar even zo dik zyn
dat het staan wil blyven: maakt 'er dan ronde beschuitjes van zo groot als een
Ryksdaalder; legt ze op een papier met zuiker bestrooid, en raspt 'er
broodzuiker over heen, en zet ze in een warmen oven gaar te bakken: den oven
moet niet te koud wezen, zelfs legt men wel brandent Hout aan de zyden, om ze
een schoone Couleur te doen krygen; is excellent.
| |
43. Spek Struif, hoe men die excellent bakken
zal.
Neemt spek, dun en aan kleine stukjes gesneden en zo eens
opgebraden: Neemt dan de kruim van een halvestuivers wittebrood in Room geweekt
en stukkent gewreeven; doet daar by 8 Eijeren, dog maar 4 met het wit; 4 lepels
meel, wat zuiker, en een half kommetje Room, en men bakt het als pannekoeken,
is goed.
| | | | | |
44. Strevels, hoe men die bakken zal.
Neemt 3 lepels banket meel, 3 eijeren, 1/2 lepel brood-zuiker lang
te zamen geklopt, met 2 koffy kopjes water; dit laat men door een tregter in de
boter in krulletjes loopen, en word zo gebakken, is zeer goed.
| |
45. Zuiker-brood, hoe men dat bakken zal.
Handelt hier mede gelyk hier vooren No. 10, van de Colombyn-koek
geleerd is; met dit onderscheid, dat men de dooiren zo wel als het wit der
Eijeren, met een roede, zo lang geesselt, dat het geheel in schuim verandert
is; ook raspt men 'er geen schillen van Citroen in, maar men doet 'er wat
Rose-water en Brandewyn by om het lugtig te maaken, en dan zet men het in
blikken in den oven te bakken, is alzo goed.
| |
46. Zuiker-gebak, van de Freule van Hars.... dat zeer
excellent is, hoe men dat maaken zal.
Neemt een half pond zuiker, en laat die kooken tot dat het begint
te lymen; werpt 'er dan by, een weinigje te gelyk, een half pond banket-meel
in; dog men moet gestadig roeren, tot dat alles wel vermengt is, zonder het
meer op het vuur te zetten; legt dan uw deeg op een tafel, en raspt 'er braaf
brood-zuiker over heen, en laat het zo koud en styf worden. Stampt het dan fyn
in een Mortier, met wat Oranje-water, Muscus en Amberde-gris, zo veel het u
behaagd, en maakt dan van uw deeg ronde balletjes. Maakt een Ketel kookent
water te hebben, werpt daar die balletjes in, die aanstonds na de grond gaan;
kookt ze zo lang tot ze beginnen te dryven, en schept ze | | | | dan uit
met een schuimspaan, legt ze op een vergiettest te verleken. Legt ze dan op een
papier in den oven gaar te bakken tot dat ze een schoone Couleur hebben
verkregen; en indien ze te vast aan het papier blyven zitten, zo neemt men een
nat servet, dat men met de hand vast en effen geplakt heeft, daar men het
papier op legt, dan gaan ze los.
| |
47. Taart van Aspersjes, hoe men die maaken
zal.
Neemt witte Aspersjes en breekt 'er de koppen af, met het geen
zeer teder is, legt die in water uit te trekken; legt ze dan op de onderkorst,
en doet 'er gesmolten booter overheen, met allerhande fyne kruiden,
Notemuscaat, en dooiren van Eijeren, daar men een soort van Room van gemaakt
heeft; raspt 'er dan een Citroen over heen, en sluit alles met de bovenkorst en
zet het te bakken, is zeer goed.
| |
48. Taart van Baars voor de Roomsgezinden, hoe men die
maaken zal.
Laat uw Baars eens schielyk opkooken zonder zout, zo, dat de vis
van de graad los wil laaten; doet 'er de graaten schoon uit, en het vel 'er ter
degen af; kapt het fyn, en doet 'er zout, peper, Notemuscaat, Kruidnagelen,
Champignons, morilles, booter, en zo het in den tyd is, oesters by; legt dit te
samen op de onderkorst, en dekt het toe met de bovenkorst en zet het te bakken;
en als het gaar is zo drukt 'er een Citroen over uit, is zeer goed.
| | | | | |
49. Taart van Champignons, hoe men die maaken
zal.
Snyd de Champignons in schyfjes, doet 'er wat vleesch nat,
limoensap, fyne kruiden, wat zout, notemuscaat, fyngestoote beschuit en booter
by, legt dit op de onder korst, en de boven-korst 'er over heen, laat het
langzaam bakken; en als men het eeten wil, drukt 'er dan een Citroen over, is
puik.
| |
50. Taart van Eijeren, hoe men die maaken zal.
Neemt dooiren van Eijeren, doet 'er zuiker, Orangewater en booter
by, laat het wat styven op het vuur; raspt 'er dan Citroen schil over, doet het
in de korst, en laat het bakken, en met zuiker bestrooid, is goed.
| |
51. Taart van geschilde garnaalen voor de Roomsgezinden,
hoe men die maaken zal.
Neemt geschilde Rivier garnaalen; of indien gy zee-garnaalen hebt
zo doet 'er de kuit schoon uit, doet daar onder fyn gekapte petercelie, wat
zout, peper, Champignons, Morilles en booter; doet dit zo in de onder en
boven-korst, en laat het gaar bakken, is puik.
| |
52. Taart van geconfyte Citroenen, hoe men die maaken
zal.
Neemt geconfyte Citroenen en wryft of stampt ze fyn, doet 'er twee
Macrons, kaneel en een glas wyn by, nevens een weinigje Orange-water, bekleed
het met de onder en boven-korst, en zet het te bakken, en als het gaar is raspt
men 'er broodzuiker over, is excellent.
| | | | | |
53. Taart van gehakte Zalm, voor de Vasten, hoe men die
maaken zal.
Neemt Mooten Zalm, daar geen graad in is; en hakt ze fyn met wat
booter, Champignons, petercelie, met wat zout, peper, Notemuscaat, stoelen van
artischokken en pistaches, doet het in een korst en zet het te bakken, is
puik.
| |
54. Taart van Meloenen, hoe men die maaken zal.
Neemt dunne sneedjes Meloenen, doet 'er zuiker, kaneel, en een
weinigje zout en oranje-water by, legt het op de onderkorst, en dekt het met de
bovenkorst, en laat het langzaam bakken, is goed, met zuiker over de bovenkorst
geraspt.
| |
55. Taart van Mevrouw Bink.... die ongemeen lekker is, hoe
men die maaken zal.
Neemt een bierglas uitgedrukt sap van Citroenen, zet dit op het
vuur, en laat het op de helft verkooken, na dat men 'er een vierendeel
brood-zuiker in gedaan heeft, doet 'er dan wat room, zes dooiren van Eijeren,
wat booter, geraspte Citroen, gestoote kaneel en Orange bloessem by; doet dit
dan op de onderkorst en dekt het met de bovenkorst toe, en laat het langzaam
gaar bakken, is ongemeen lekker.
| |
56. Taart van Oesters, hoe men die maaken zal.
Neemt uitgedane Oesters met het nat, legt die op de onder-korst,
doet 'er wat booter, peper, Notemuscaat, en gestoote beschuit by, en boven op
wat kappers en schyfjes van Citroenen, en | | | | drukt 'er dan een Orange
appel over heen, dekt het toe met de bovenkorst en bakt het gaar, is zeer
smakelyk.
| |
57. Taart van Orange appelen, hoe men die maaken
zal.
Neemt Orange appelen doet 'er de schil schoon af, en snyd ze aan
schyfjes, dog de pitten moeten 'er wel uitgedaan worden; legt die op de
onder-korst, en strooid 'er zuiker, met wat fyn gestoote macaron, en wat
gestoote kaneel op, doet 'er dan wat gesneedene pistaches by, nevens wat zuiker
'er boven op, en met de boven-korst toegedekt, en gaar laaten bakken, is zeer
verfrissende.
| |
58. Tarw-koekje hoe men dat bakken zal.
Neemt 3/4 pond banket Meel, 5 Eijeren met het wit, ruim een half
kommetje gesmolte booter, een lepel gist, en wat zuiker, met 2 koffykopjes melk
en een met water; beslaat het en klopt het heel lang, en in een Taarte-pan te
ryzen gezet met warme asch onder en booven, als het gerezen is, zo doet 'er
vuur onder en boven, dog moet in een quartier-uurs gaar zyn, is goed.
| |
59. Tenze, hoe men die bakken zal.
Neemt 16 Eijeren, de helft met en de helft zonder het wit; klopt
die heel klein en doet daar onder een pintje sap van spinagie, een lepel vol
sap van Tense of anders wurm-kruid genaamt, met een pintje Room: doet daar in 3
napelse beschuiten, 3/4 pond zuiker, en een Notemuscaat, mengt dit alles wel
door malkanderen en wryft het dan door een zeef, en dan in een saus-pan gedaan,
met een klein stukje booter, en dus op | | | | een weinigje vuur gezet,
maar men moet het gestadig roeren tot dat het mooy dik begint te worden: Neemt
dan een tinne schootel, besmeert ze met een weinigje booter, doet het daar dan
in, en laat het aldus, met wat vuur onder en boven, langzaam bakken; en als het
gaar is legt dan een plaat over de schotel heen en keert het onderste booven,
en zet het met de plaat in een schotel; ook legt men om de rand Oranje-appelen
die men in vier of acht deelen gesneeden heeft: is zeer gezond en excellent
goed.
| |
60. Venezoen, van allerhande Vis, voor de Roomsgezinden, om
in de Vasten koud te eeten, hoe men die maaken zal.
Neemt wat Vis het u behaagd; schrapt ze schoon dat 'er geen
schobben op blyven; ook neemt men daar toe de grootste Visschen in soort, maar
de paling, moet men afhaalen: Doet 'er het ingewand uit; kerft uw Vis en
lardeert ze met vet van paaling, en wryft 'er wat zout, foely of Notemuscaat
in, en doet 'er wat booter op, met eenige schyfjes Citroenen: Voegt de Vis
zodanig in de korst dat ze geperst legt, sluit alles met de bovenkorst, en laat
het gaar bakken, is zeer goed om koud te eeten.
| |
61. Wafelen, hoe men die bakken zal. Zie 1. Stuk Pag.
47. No. 70.
Neemt 2 ponden meel, 8 Eijeren, 1 mingelen melk, ruim 1 pond
booter, wat gist daar men wat zuiker in doet, beslaat dit wel en laat het
ryzen, en giet 'er dan een bierglas koud water in.
Als men in het 1ste Stuk, onder de gebakken van pinten spreekt, zo
denkt dat dit een Haagsche | | | | Dame geschreven had, en dat de Haagse
pint omtrent 1 1/2 pint te Amsterdam uitmaakt, dog in dit 2de stukje hebben wy
de Amsterdamse maat gehouden.
| |
62. Weever spoelen, hoe men die bakken zal.
Neemt tot 1/2 pond meel, 6 eijeren; de helft van een pintje melk,
en beslaat dit te samen in een tinne schotel en doet 'er dan een weinigje vuur
onder en boven, en laat het zo wat staan om styf te worden; snyd het dan in de
gedaante als wever-spoelen; en geeft ieder van booven twee of drie sneeden over
langs, neemt die stukjes en laat ze in de booter gaar bakken. De booter moet
men voor af laaten smelten, en als ze koud is zo schept men die stilletjes van
het gezonkene af; men neemt maar een gedeelte van de boter te gelyk om te
bakken, en als die bruin word zo doet men de overige booter daar by, is
goed.
| |
Op een andere wyze die mede puyk is.
Neemt 1/2 pond Tarwe-meel, 7 Eijeren, de helft van een pintje
zoete melk, 2 kelkjes Regenwater; beslaat dit te zaamen, maar de Eijeren moet
men lang kloppen; doet dit dan in een tinne-schootel, die wel met booter
gesmeert is; en laat het met wat vuur onder en boven styf worden, snyd het dan
als wever-spoelen gelyk boven gezegt is, doet 'er het vlies boven af. Neemt dan
in een bekken wat booter, daar het zout uit gebraden is, en bakt 4 a 5 van
deeze wever-spoelen te gelyk daar in, dog men moet ze geduurig keeren, is
excellent.
|
|
|