|
|
|
| |
| | | | | |
VII. Hoofstuk.
Aanhangzel. Van het I. Stuk, van
Pag, 113. tot 130.
Kooken, stooven van allerhande gerechten, en het
maaken van veelerhande potagien en soepen zo in als buiten de
Vasten.
1. Andyvie, hoe men die stooven zal .
Ziet hier onder van de Kroppen. No. 31. handelt op dezelve
wyze.
| |
2. Appel-podding, hoe men die kooken zal.
Maakt deeg van meel, booter en eijeren met water beslagen: neemt
dan appelen die ligt gaar worden, schild ze, doet 'er de klokhuizen uit en snyd
ze in quartieren: maakt van uw deeg een korst, en legt 'er de appelen in, en
bestrooid ze met wat gestoote Kaneel en Nagelen; doet de korst dan toe, en laat
zo alles in een doek gaar kooken, snyd dan een gat in de korst, en doet 'er
zuiker en booter in; roert of schud het dan door een en raspt 'er zuiker over
heen, is zeer goed.
| |
3. Artischokken, hoe men die kooken zal.
Kookt de Artischokken gaar, en eet ze met een saus van wyn, azyn,
zuiker en booter, is zeer goed.
| | | | | |
4. Artischokken, hoe men die stooven zal.
Kookt de Artischokken heel gaar; doet 'er de kleine blaadjes van
achteren af; en zet dan uwe Artischokken in een platte pot te stooven, met wat
sap, wat wyn en vlier-azyn; doet 'er ook wat booter, wat kruid, wat geraspt
tarwen-brood en wat zuiker by om de saus te binden, is heel goed.
| |
5. Boeuf a la Mode, hoe men dat stooven zal.
Legt een Osse-bil die met spek en Osse-vet, het geen in wat zout,
peper, nagelen en notemuscaat gewenteld, gelardeert is, 4 a 5 dagen in den
azyn, waar na men die des avonds op het vuur zet, daar by doende wat water en
roode wyn, dog eens zo veel wyn als water, met een weinigje azyn en 4 a 5
Lauwrier-bladeren. Wanneer het omtrent gaar is, zo schept men 'er het vet
schoon af, en men doet 'er wat bruin Tarwe-meel in. Men moet het heel langzaam
stooven in een pan daar de dekzel wel op sluit; met een weinigje vuur boven op
het dekzel, is zeer goed.
| |
6. Bike, hoe men die kooken zal.
Neemt 8 Duiven, 2 Zweserikken, aan riempjes gesneden, 2 pond
gekapt vleesch in balletjes, 4 Osse verhemeltens gaar gekookt, en in stukjes
gesneden, wat Morielles, Hane-kammen, met wat notemuscaat, foely, nagelen en
peper; doet 'er dan zo veel sap van Osse-vleesch op dat het bedekt is; laat dit
by naa verkooken; dan doet men 'er nog een mingelen osse sap op, en laat het
wat kooken: als men het op doet zo legt men wittebrood onder op de schootel, en
het vleesch en sap daar op, met pistasjes om de rand, is zeer goed.
| | | | | |
7. Bloemkool, hoe men die kooken zal met een
saus.
Kookt de bloemkool in water daar een weinigje zout in is, zo dat
ze gaar is als men aan de Tafel staat te gaan: maakt dan een saus met wat sap,
gemengt met een weinigje meel om te binden; en laat dit opkooken met wat zout,
notemuscaat, beschuit en foelie; doet 'er dan een goed deel booter by, en
schept dan uw Bloemkook op, en giet 'er de saus over, is een zeer goede
voorspys: ook kan men die met booter stooven.
| |
8. Boere-Boonen, hoe men die stooven zal.
Kookt ze in Regen-water gaar, maar moeten schielyk gekookt worden;
laat ze verzygen. Neemt wat sap, booter en zout, met wat gehakte petercelie en
boone-kruid en wat meel onder een gehakt, doet het dan in een bekken, en laat
het eerst eens opkoken; doet 'er dan de boonen in, en laat ze zo een half uur
stooven.
Zommige eeten die met gerookt spek, of een paterstuk, dog dat moet
apart gekookt worden.
| |
9. Duiven, hoe men die zeer smakelyk stooven
zal.
Neemt 6 Duiven, geeft ze twee sneden in de borst, en legt ze een
half uur in den azyn: neemt dan 6 balletjes Kalfs-vleesch, met wat petercelie
en kruid, wat gestoote beschuit en een ey; doet 'er wat gestoote nagelen en
booter by, en zet het zo gaar te stooven, maar op het laatst doet men 'er wat
azyn en zuiker by, is zeer goed.
| | | | | |
10. Endvogels, hoe men die op een Excellente wyze kooken
zal.
Neemt grof spek, het geen men in wat zout, peper en nagelen
gewenteld heeft, en lardeert daar uwe Endvogels mede: neemt dan half wyn en
half water of ook wel roode wyn, zo dat de Endvogels niet volkomen onder
leggen; ook worden de Endvogels van binnen gevuld met wat Thym, Petercelie, 5 a
6 Lauwrier-bladeren, en in yder Vogel een uijen: dan laat men ze gaar kooken,
wanneer men het vuldsel 'er uit doet, dan dist men de Vogels op een plaat op,
men raspt 'er wat notemuscaat over heen, en men legt de Lauwrier-bladeren 'er
boven op. Dit is een smakelyk eeten, met een saus van oly, en mostert door een
geklopt, daar men een Citroen in drukt, en doet 'er dan gekapte uijen, wat
peper en zout in en klopt het om te binden.
Men eet ook gekookte Endvogels met een saus van peperwortel, of
met een enkele mostert saus, is ook heel goed.
| |
11. Endvogel a la glace, hoe men die kooken
zal.
Doet in 't geheel gelyk wy van de Kalkoen a la glace zeggen
zullen, uitgenomen dat men als dan 4 a 5 Lauwrier-bladeren in het sap doet,
wanneer men het zelve tot gely kookt, is ook zeer goed.
| |
12. Faisant met een Karper saus, hoe men die toebereiden
zal.
Na dat men de Faisant wel gelardeerd en gebraaden dog niet te veel
uitgedroogt zal hebben, zo doet men in een Casserol eenige dunne sneedjes
| | | | Ham en Kalfs-vleesch, met in schyfjes gesneede uijen, wat gekapte
petercelie en andere welriekende kruiden, als salie &c. Neemt dan een wel
schoon gemaakt en uitgehaalde Karper; snyd die in stukkent en legt die dan al
mede in de Casserol; zet het te zamen op 't vuur tot dat het een schoone
couleur heeft gekregen. Doet 'er dan by Kalfsnat, twee glazen wyn, eenige
gesneede Chalotten, Champignons, gehakte Truffels of Aardappelen en kruim van
brood of gestoote beschuit, en als het gaar is zo moet men zien of de saus
genoeg gebonden is, anders doet men 'er nog wat gestoote beschuit by en laat
het nog wat doorstooven met de Faisant, die men 'er op het laatste by doet, en
omtrent een klein quartier in stoven laat, is excellent.
| |
13. Frikkadellen, hoe men die lekker stooven zal. Zie I.
Stuk Pag. 115. No. 9.
Neemt gehakt Kalfsvleesch waar in men kruim van witte brood, wat
nat in melk doorweekt, en eenige eijeren door kneed, met Notemuscaat, foely,
zout en peper; maakt daar een groot hart van, en stooft het met Kalfsnat en
booter; doet 'er op het laatst schyfjes van Citroen op, en drukt een Citroen in
het nat daar men ze mede stooft, is puik.
| |
14. Gestoofde Champignons, hoe men die toebereiden
zal.
Neemt Champignons, verleest ze ter degen, en draagt zorg dat 'er
geen bedorvene onder komen; legt ze in het water uittetrekken; kookt ze dan op
om haar het water te doen uitgeven, en laat ze verleken; dit gedaan zynde zo
legt men ze in een | | | | stoof-pan of Casserol, daar men versche booter;
wat gehakte petercelie, zout en peper by doet, ook doet men 'er wel wat
Schaape-nat by; en als ze gaar zyn dan drukt men 'er Limoen-sap over uit, is
zeer goed.
| |
15. Groene dop-Erweten, hoe men die kooken zal.
Kookt ze gaar in pompwater, en laat ze verzygen; doet die dan in
een pot met koude versche booter, en zo men wil, met gaargekookte en klein
gekapte petercelie, en schut de Erweten dan braaf om, tot dat de booter
gesmolten is, is een lekker eeten.
| |
16. Gezoute vleesch, dat al te lang in het zout gelegen
heeft, hoe men dat zonder te weeken onder het kooken versch kan
maaken.
Hangt een ketel met water over, doet daar drie a vier koppen zout
in, na mate dat uw Vleesch lang in het zout gelegen heeft, want het water daar
men het in kookt moet veel zouter zyn dan het Vleesch zelfs: kookt dan uw
vleesch gaar, maar doet tusschen beiden geen versch water in de keetel. Maakt
dan een groote pot vol heet versch water te hebben, en wascht uw vleesch daar
in af, zo zal het buitenste zout ook los laaten, en uw vleesch zal versch zyn,
gelyk men het wenscht.
Dit zal veelen als ongelooffelyk voorkomen, dog egter is het de
waarheit; want het zout heeft die eigenschap dat het andere zouten na zig
trekt, en daarom moet het water daar men het vleesch in kookt veel zouter zyn
als het vleesch zelf, en dit is by de ondervinding aldus bevonden.
| | | | | |
17. Haas a la daube, hoe men die toebereiden
zal.
Snyd uw Haas in vier quartieren en lardeert ze met grof spek;
kookt ze gaar met vleeschnat, zout, peper, notemuscaat en een weinigje wyn;
doet 'er dan de gekapte Lever, wat Haze bloed en bloem van meel by, met wat
azyn, Kappers en gehakte olyven, is een goed eeten.
| |
18. Ham, hoe men die kooken zal dat ze zeer lekker is. Zie
I. Stuk Pag. 117. No. 3.
Neemt een gerookte Westphaalse Ham, begraaft hem twee dagen lang
diep in de aarde; wascht hem dan schoon af en kookt hem gaar in een groote
ketel vol water, dan is het vleesch ongemeen teder.
| |
Op een andere wyze.
Neemt een Ham, bekleed hem met een yle doek, brengt hem zo na de
Brouwery, en als de knegts het graan beslagen hebben, zo moeten de knegts die
onder de bostel of draf steeken, eer het kookende water daar op komt, zo werken
zy hem daar door, en men moet hem onder de draf in de werkkuip laaten tot dat
de borstel of draf uitgeschept word; dit doet geen quaad aan het bier, en dan
is de Ham ongemeen lekker en teeder.
| |
19. Ham, hoe men die stooven zal.
Legt de Ham vier en twintig uuren in roode wyn-moer, en wascht ze
dan schoon af; legt ze in een groote Pan of Casserol, doet daar by een pond
Reusel, een half pintje witte wyn, eenige Lauwrier- | | | | bladeren en
heele kruidnagelen: Doet op uw pan een dekzel het geen zo wel sluit dat 'er
geen doom uit kan komen; daarom neemt men wel Roggemeel deeg, daar men de
kanten mede digt toe smeerd; en dit moet zo gaar stooven dat men met een
strootje door het zwoord kan heen steken, is excellent.
| |
20. Ham van visch, voor de vasten, hoe men die toebereiden
zal.
Neemt allerhande vis dien het u behaagd, maar doet 'er voor vet,
altoos vette paaling by; kapt dit te zaamen klein, met wat zout, peper,
petercelie en goede booter, maakt dit in de gedaante van een Ham; bind dit zeer
vast in een doek; dat het niet van een gaat; en laat dit kooken in half water
en half wyn, daar men wat zout, heele peper, kruidnagelen en Lauwrier-bladeren
in doet, met eenige welriekende kruiden; als het gaar is laat men het daar in
koud worden, en men snydt het dan als ham.
| |
21. Harssens van een kalf, hoe men die stooven
zal.
Wryft de harssens in een pannetje klein, doet 'er een kelkje witte
wyn by, met een groot stuk booter, wat gekapte petercelie, zout en notemuscaat:
en op het laatste doet men 'er een ey klein geklopt met wat Limoensap onder,
dan schud men het door een, en men laat het een quartier braaf door
stooven.
Op dezelve wyze kan men het ingewand der kreeften en uitgepelde
garnaalen stooven is zeer smakelyk. | | | |
| |
22. Hoenders, hoe men die stooven zal.
Neemt een koppel Hoenders en snyd ze aan vier quartieren: neemt
azyn, zout, rosemaryn, drooge laurierbladeren en wat venkel, en legt, die
hoenders daar 5 a 6 uren in uittetrekken; men kan 'er ook wel wat peper in
doen; dan neemt men het vleesch daar uit en laat het verleken, waar na men het
in meel wenteld en fruit, dan doet men het in een stoof-pan met booter, fyn
zout en gekapte petercelie, is goed.
| |
23. Hop, hoe men die stooven zal.
Neemt Hop, en breekt 'er de onderste einden af, en zet die in wat
water te trekken; neemt dan sap met een weinigje foelie, en wat zout en booter,
en laat het opkoken; doet 'er dan de hop in en laat ze zo gaar stooven, na dat
gy 'er gehakte petercelie in gedaan hebt; en doet 'er op het laast wat koude
booter in om de saus te binden, wanneer men over de hop, na dat ze opgedaan is,
wat notemuscaat raspt en zo opdischt.
| |
24. Huspot van snippen, hoe men die maaken zal.
Laat de snippen eerst half gaar braaden, en snyd ze dan in
stukken; legt ze dan in een Casserol met wyn, Cappers en Champignons, dat men
voorziet met zout en peper, laat dit kooken tot dat het gaar is, en drukt 'er
dan een Citroen of oranje appel over uit, is goed.
| | | | | |
25. Huspot van Osse-vleesch, hoe men die maaken
zal.
Neemt osse-vleesch, laat het tot huspot kappen, besprengt het een
nacht met zout; hangt het in water te kooken, en doet 'er op zyn tyd worteltjes
by; als het gaar genoeg is zo giet men het meeste water uit de keetel, en men
doet 'er gesnedene uijen en wat booter en gekapte petercelie by, en men laat
het zoo in de keetel stooven, dog men moet het geduurig omschudden, is zeer
goed.
| |
26. Kalfs-nierstuk, hoe men dat stooven zal.
Neemt een Kalfs-nierstuk, lardeert het met vet dat in zout, peper
en notemuscaat gewenteld is; laat dit omtrent gaar aan het spit braaden, en
legt het dan in een Casserol; doet 'er vleesch-nat, een glas wyn en eenige
Champignons by met gesnede Zweserikken, doet 'er eenige schyfjes Citroen met
wat gefruit meel en het braadvet daar het mede gedropen is by, en laat het zo
lang stooven dat 'er by naar geen saus meer op is.
| |
27. Kalfs-schyf, hoe men die stooven zal.
Neemt een redelyke dikke schyf, die men met veel vet lardeerd, dat
in zout, peper en notemuscaat gewenteld is; legt op de grond van de Casserol of
stoof-pan, dunne sneedjes spek, daar men de schyf oplegt, en men doet 'er wat
kalfsnat by; doet 'er in den beginne niet te veel vuur onder, dan zal de sjeu
beeter uit het vleesch loopen, dog men maakt het vuur hoe langer hoe sterker,
en zo laat | | | | men het gaar stooven, dog boven op legt men eenige
schyfjes Citroenen, zelfs doet men 'er wel gehakte petercelie op; eindelyk bind
men de saus met limoensap, azyn en dooiren van eijeren, is goed.
| |
28. Kalkoen a la glace, hoe men die kooken zal. Zie I. stuk
pag. 55. No. 22.
Neemt kalfsvet, wat grof gesneden, en in peper en zout gewenteld,
lardeert daar mede uw Kalkoen, snyd hem de poten af, en doet 'er de maag en de
lever uit om apart te kooken. Legt de kalkoen in een bekken met kokent water en
rynsche wyn, wat foely, kruidnagelen, heele peper, wat zout, en 2 Lamspootjes
daar by gedaan, en kookt het gaar en neemt 'er dan de kalkoen uit, en kookt het
sap tot dat het als een gely word, giet het dan door een zeef, en klaart het
met het wit van een ey, en nog eens door een zeef gegooten en zo laaten staan
tot dat men het vet daar schoon af kan scheppen: hangt het dan in een gaas te
lekken over een witte schotel, daar de pooten, de maag en lever van de kalkoen
in legt, laat het staan tot des anderen daags. Legt dan de Kalkoen in een tinne
schotel, en boven op schyfjes van versche Citroenen en eenige blaadjes foeli,
en eenige schyfjes van de gely.
Als men een boom van gely over de Kalkoen wil maken, zo giet men
eerst het sap in een aarde schotel, en men legt de Kalkoen daar in tot des
anderen daags, en dan keert men alles om in een tinne schotel; ook laat men als
dan de pooten aan de Kalkoen, nog men doet 'er de maag nog lever uit: Is zeer
delicaat.
| | | | | |
29. Kalkoen al la daube, hoe men die toebereiden zal.
Zie I St. pag. 119. N. 19.
Legt de Kalkoen in een stoofpan dat ze met water bedekt is; doet
'er een braave hand vol zout met 12 kruidnagelen, wat heele peper, en 3 a 4
Lauwrierbladeren in: kookt ze rykelyk half gaar, en doet 'er dan omtrent een
pint wyn by, meer of minder na dat de Kalkoen groot is, en als de Kalkoen gaar
en opgedaan is, zo raspt men wat notemuscaat op de borst, is ook heel goed om
met de volgende saus gegeeten te worden.
Neemt wat Kalfs-sap met tarwe-meel gemengt; en laat het kooken tot
dat het mooy dik is: doet 'er dan zo veel wyn by als gy sap hebt, nevens wat
Citroen-sap, ook raspt men 'er wat Citroenschil in, en men doet 'er een stukje
booter by, met wat zuiker en kaneel na ieder zyn smaak, en dan laat men alles
te zamen eens opkooken.
| |
30. Keuls-moes, hoe men dat stooven zal.
Neemt beet en wat zuuring, wast die schoon en kookt ze gaar in
pompwater en laat ze verzygen: drukt 'er het water schoon uit, en kapt het
klein: Neemt dan sap met wat booter, zout en notemuscaat, en laat het zo
stooven, dog als het gaar is moet men 'er nog wat koude booter by doen om het
sap te binden, is goed.
| |
31. Kroppen hoe men die stooven zal.
Neemt schoon gewassen kroppen en laat ze verzygen, en doet ze met
sap, booter, foelie en wat zout in een bekken en laat het eens opkooken, en
doet 'er | | | | de kroppen in om gaar te stooven: als men ze opdoen zal,
doet men 'er nog wat koude booter in en men schud het om, dan bind de saus, is
fris en smakelyk.
| |
32. Lams Boutje, a la daube, hoe men dat stooven
zal.
Neemt een jaarige Bout, daar het vel en vet schoon afgehaalt is,
en lardeert het met kleine riempjes spek, dat in wat foely, een halve
notemuscaat, 1 a 2 nagelen en wat peper gewenteld is; doet 'er dan een groot
glas rynsche wyn en 2 glazen water by, en zet het zo, wel digt toegedekt, op
het vuur: als het dan een uurtje gestooft heeft, dan strooid men 'er wat
gestote beschuit op; ook doet men vuur op het dekzel, en men moet het geduurig
bedruipen en lang laaten stooven, is zeer goed.
| |
33. Mosselen, hoe men die kooken zal.
Neemt goede Mosselen als ze in den tyd zyn , maakt ze schoon en
zet ze een nacht in zee-water of water met zout om daar in te spuwen: Hangt dan
water over het vuur, dat lugtig opbrand, en als het water kookt, zo doet 'er
een uijen in, en kookt uwe Mosselen schielyk. Men eet die met een saus van
booter en azyn, daar zommigen gemalen gember in doen.
In de Mosselen vind men dikmaals een zoort van krabbetjes, dog die
krabbetjes moet men niet op eeten want baaren veeltyds groote ongemakken:
Mosselen die meer dan een couleur hebben moeten ook weggeworpen worden; ook
moet men de baarden 'er af doen, want indien 'er boven dien nog eenig quaad in
de Mosselen is, zo schuilt zulks in de baarden.
| | | | | |
34. Mosselen, hoe men die op zyn zeeuws kooken
zal.
Neemt een groote koeke pan, legt die zo leedig op een braaf vuur
dat lugtig brand; als de pan heet is zo werpt die half vol met Mosselen, en
schud ze geduurig om, dan zullen ze al hun water en quaad uitspugen, en zyn ook
aldus delicater; ten minsten te Sas van Gent, daar de stapel der zeeuwsche
Mosselen is, zouden de liefhebbers die niet anders eeten.
| |
35. Mosselen, hoe men die stooven zal.
Doet 'er de baarden af, zo als ze uit de pan komen; legtze in een
assiet, doet 'er booter, limoensap, gestoote beschuit, foelie, en notemuscaat
over, zet het op een weinigje vuur, en een Taarte dekzel met vuur 'er over
heen: als ze omtrent gaar zyn, zo roert men die om, en men doet 'er nog wat
booter by, en bedekt ze verder met fyn gestoote beschuit, daar men kleine
stukjes booter boven op legt, en het braaf met limoensap nat maakt: dekt met de
Taarte dekzel alles wel toe en doet 'er braaf vuur boven op dat ze een schoone
couleur krygen, dan afneemen, en nog een weinig limoensap 'er op gedaan, is
goed.
| |
36. Muis uit een Lams voorbout, hoe men die stooven
zal.
Snyd de Muis raauw uit de Lams voorbout; lardeert ze met spek in
meel gewenteld, en bakt ze in de pan: doet ze dan in een pot met water, met
vogelnesjes, Moerilles, Swezerikken, Champignons, gestampte nagelen,
notemuscaat en peper met wat heele foely, en wat gesnede Citroenschillen, en
een | | | | gesneden uijen zo men wil, en in de saus doet men wat soja, is
puik.
| |
37. Olypodrigo van allerhande vis, voor de Vasten, hoe men
die maaken zal.
Neemt allerhande Revier-Vis, doet 'er de graat uit, snyd ze aan
stukkent, dog paaling moet men daar in niet vergeeten; doet 'er dan
Champignons, de lever van Karper en snoek by, bezorgt dit met zout, peper,
notemuscaat, fyn gesnede Chalotten, saly en gekorve petercelie; zet dit te
stooven met goede booter, en een glas wyn, en bind de saus met fyn gestoote
beschuit en limoensap, is puik.
| |
38. Osse-Haas a la braise, hoe men die maaken
zal.
Legt die 3 a 4 dagen in azyn, dan eens opgeweld, gelardeerd, in
meel gewenteld en in booter gefruit; dan doet men 'er by heele kruidnagelen,
foely, peper, 1 loot muserons, 1 loot truffels, wat vogelnesjes, moerilles, 2
stoelen van Artischokken; dit moet 'er alles te gelyk in gedaan worden, en zo
gaar laaten stooven; doet 'er op het laast by, 10 afgeschilde Olyven, 10
Augurkjes in schyfjes gesneden: en 2 klein gesnedene Swezerikken; en maakt dat
de saus gebonden is als die van een Ragout; is goed.
| |
39. Patryzen a la daube, hoe men die toebereiden
zal.
Neemt de Patryzen en lardeert ze met fyn spek; bezorgt ze met
zout, peper, notemuscaat, Lauwrier-bladen en Oranje-appelen; bind ze in een
schoone doek, en laat die zo in witte zyn kooken; | | | | dog in de wyn
mag men wel wat vleesch-nat doen; als het gaar is zo laat de Patryzen in dit
sap wat verslaan, en eetze met een bruine zoete saus.
| |
40. Penne Royal-Podding, hoe men die kooken
zal.
Neemt 1/2 pond klein gekapt Osse-Niervet: 3 stuivers oudbakken
witte-brood fyn gewreven, 2 eijeren, 1/2 pond Korenten, wat Penne Royal of
Pelegium genaamt, met wat petercelie te zaamen fyn gehakt; een weinigje
booter, een glaasje sek, met wat zuiker en notemuscaat: kneed dit door
malkanderen en maakt 'er 5 a 6 balletjes van, in 't opmaaken met meel
bestrooid. Kookt water in een plat koper bekken, en laat die balletjes een half
uur daar in kooken, niet langer, en moeten gedurig gekeert worden; legt ze dan
in een schootel en besteekt ze met Oranje-snippers en sucade; is zeer lekker om
te eeten met een saus van booter, sek en zuiker.
| |
41. Plum-Podding, hoe men die maaken zal.
Neemt 2 pond Tarwe-meel, 12 eijeren, een pintje zoete Melk, 2
ponden Rasynen, een Notemuscaat geraspt, wat zout, 2 ponden Osse-Niervet niet
te klein gehakt; mengt het daags te vooren wel onder een, en moet in een doek 6
uuren kooken, is een goed eeten, met een saus van booter, sek en zuiker.
| |
42. Pools Visch-geregt voor de Vasten, hoe men dat
toebereiden zal.
Neemt Baars, Post, Bot, Tongen of andere Revier-visch; kookt ze
eens op, en laat ze dan verzygen. Neemt dan twee derden Visch-water en een
derde Rhynsche wyn. Zet het water met wat veel | | | | gekurvene
Chalotten, Notemuscaat, foely en een klontje Booter te stooven, met zo veel
gestoote beschuit dat het bequaam van dikte is; dan doet men 'er eerst de derde
Rhynsche wyn by, om niet te vervliegen: kookt het dan nog een quartier uur door
een, is puik; dog men moet wel zorg dragen dat het water daar men de vis in
kookt zo zout niet is als of men watervis kookten.
| |
43. Porcelein, hoe men die stooven zal.
Op dezelve wyze als wy hier boven No. 31. van de Kroppen.
gezegt hebben.
| |
44. Potagie van Duiven, hoe men die toebereiden
zal.
Neemt Duiven, brand ze welaf; legt ze in goed vleesch-nat met
eenige fyne kruiden, en een stukje spek, en kookt ze zo gaar: legt ze dan op
gebraden brood, en giet 'er het vleesch-nat op daar groene Erweten en andere
groenten in is: en doet 'er, is het in de tyd, gefruite Aspersjes by, is zeer
goed.
| |
45. Potagie Cretonné, hoe men die toebereiden
zal.
Neemt Hoenders, kalfs of lamsvleesch zo als het u behaagd; snyd
dit aan stukken, en kookt het in goed vleesch-nat, daar men een goed deel melk
by doet, als het omtrent half gaar is, zo doet 'er Erweten, eenige moeskruiden
en wat zout in, en laat het zo doorstooven.
| | | | | |
46. Potagie van Osse-Pens, hoe men die toebereiden
zal.
Neemt Osse-Pens die gaar gekookt is, snyd ze aan stukjes, kookt ze
in vleesch-nat en doet 'er speceryen by, met een weinigje meel, saffraan, zout
en zuure kruis-bessen: Neemt dan gebraade brood en legt 'er de Pens op, en giet
'er het anderen over heen, is goed.
| |
47. Potagie van Hoenders met bloemkool, hoe men dat
toebereiden zal.
Neemt wel schoongemaakte Hoenders, kookt ze in goed vleesch-nat,
daar men een bondeltje Saly, Thym en andere fyne kruiden by doet, met behoorlyk
zout, kruidnagelen, peper, een weinigje notemuscaat, en de korst van geraspt
brood dat men laat weeken; ook doet men 'er, als het in de tyd is, wat
Schaaps-nat en bloemkool by, is goed.
| |
48. Potagie van Karssen, die lekker is, hoe men die
toebereiden zal.
Zet water in een pan op 't vuur, doet 'er wat zout en een
vierendeel-pond booter in, en laat het te zaamen een welletje opkooken; doet
'er dan uwe karssen in, met wat zuiker, nagelen en kaneel, dat de zurigheid 'er
af is, laat het te zaamen stooven dat het genoeg is, is puik en lekker.
| |
49. Raapen gesnippert, hoe men die stooven zal.
Schild en snippert de Raapen, en doet ze schoon gewasschen zynde
in een bekken, zonder die te laaten verzygen, met wat water, en laat ze zo
stooven, | | | | en als ze half gaar zyn doet men 'er wat booter en zuiker
in, en laat ze gaar stooven, dog moeten altemets eens omgeschut worden.
| |
50. Raapen, geheel, hoe men die stooven zal.
Kookt de geschilde Raapen tot dat ze byna gaar zyn; giet 'er het
water af, en doet 'er wat sop, wat booter, foelie, heele peper en wat zout by
en laat ze zo gaar stooven, is een gezond eeten.
| |
51. Ragout van Varkens Ooren, hoe men die maaken
zal.
Kookt de Ooren heel gaar, dan aan reepjes gesneden, en met wat
sop, wat notemuscaat, peper, zout en booter te stooven gezet; dog men moet ze
niet te lang stooven, want dan worden ze te bruin; en op 't laast roert men
Mostert door de saus tot dat het gebonden is, is zeer smakelyk.
| |
52. Ragout van Duiven, Hoenders, en Zweserikken, hoe men
die maaken zal.
De Duiven, Hoenders en Zweserikken moeten aan stukjes gesneden, in
meel gewenteld, en in de pan in booter rood gebakken worden, en dan de booter
op een vergiettest laaten afdruipen. Neemt dan wat sop, een heele uijen, wat
nagelen, peper en notemuscaat: laat dit te zaamen kooken, en doet 'er het
vleesch in met wat Truffels, Champignons en Moerilles: dit nog eens doorgekookt
zynde zo neemt men 'er de Uijen uit, en men laat het met wat Limoensap en
gehakte petercelie doorstooven; en als men het heeft opgedaan zo legt 'er halve
Citroen-schyfjes boven op.
| | | | | |
53. Ragout van een Kalfs-borst, hoe men die maaken
zal.
Snyd de Kalfs-borst aan stukjes, fruit ze eens op en kookt ze in
kalfs-nat, daar men een glas witte wyn, zout peper, Chalotten, fyne kruiden en
kruid-nagelen in doet, dit moet ten minste drie uuren zagjes kooken; en als het
omtrent gaar is zo doet in de Casserol Champignons, en het geen waar in men het
vleesch gefruit heeft, en genoeg zynde discht het zo op, is zeer goed.
| |
54. Ragout van Zweserikken, hoe men die maaken
zal.
Neemt Zweserikken snyd ze aan schyfjes, doet 'er Hanekammen by en
kookt ze gaar in Vleesch-nat; als het half gaar is, zo doet 'er by moerilles,
kopjes van Aspersjes, stoele van Artischokken &c. wat witte wyn,
Limoen-sap, &c. en op het laast doet men 'er schyfjes van Limoenen boven
op, is excellent.
Om niet te lang te zyn, op de gezegde wyzen kan men allerhande
Ragous maaken; dog wil men een bruine Ragout hebben, zo moet men het vleesch
eerst laaten fruiten; en wil men een witte Ragout hebben zo laat men het
vleesch eerst schoon en wit uittrekken.
| |
55. Roode Kool, hoe men die stooven zal.
Neemt Roode-kool, en snyd ze als Koolsalade en doet ze in een pot
of bekken, met wat sop, wat booter, wat notemuscaat, wat gestampte peper, en
een weinigje zout, en laat het zo gaar stooven, is een gezonde voorspys.
| | | | | |
56. Ryst, hoe men die excellent lekker en wit zal
kooken..
Neemt een rond blik trommeltje of doos daar de deksel wel op
sluit; doet die half vol met Ryst, en sluit het wel toe en kookt dan dit doosje
in een ruime keetel met water, zo zal de Ryst zeer malsch worden, en van het
water dat door de pori van het blik trekt, uitzetten, en zo wit als sneeuw
blyven, is excellent.
| |
57. Savooy-kool, hoe men die kooken zal met een
saus.
Neemt Savooy-kool, en snyd die in vier deelen of kleinder, en
kookt ze tot dat die gaar is; en maakt 'er dan een saus over van sop, booter,
notemuscaat en zout, dog doet 'er een weinigje meel in om de saus te
binden.
| |
58. Savooy-kool, hoe men die stooven zal.
Neemt Savooy-kool, en snyd ze in vier deelen of zo klein als men
wil, en laat ze een uurtje in schoon water staan; kookt ze dan tot dat ze zagt
zyn; doet ze dan op een vergiettest, en giet 'er koud water in, en laat ze
staan koud worden. Doet dan wat sop in een bekken, en doet 'er wat booter,
zout, foelie en heele peper by, en laat het dan zo te zaamen kooken; doet dan
de kool daar in en laat ze zo een weinig stooven; dog moet altemets eens
omgeschud worden; en eer men het zal opdoen, roert men daar wat koude booter en
notemuscaat onder, is heel goed.
| |
59. Schelvis, hoe men die kooken en stooven
zal.
Handelt hier mede op dezelve wyze, gelyk wy in | | | | het 1
Stuk Pag. 117. No. 16. van de Kabeljauw gezegt hebben, dog ze mag wel wat
langer kooken.
| |
60. Schelvis, hoe men die stooven zal.
Handelt hier mede op dezelve wyze, gelyk wy in het 1 Stuk Pag.
118. No. 17. van de Kabbeljauw gezegt hebben; dog dewyl de Schelvis wat drooger
valt, zo moet men hier toe wat meerder booter gebruiken.
| |
61. Schotse schulpen, hoe men die stooven zal.
Neemt dun gesnede Kalfs-lapjes; lardeert eenige daar van met spek.
Neemt een gehakt Hoen of 4 Duiven, en Zweserikken, en een pond balletjes van
gehakt vleesch, fruit dit in booter in de pan tot het bruin is. Neemt kragtig
vleesch-nat dat op 't vuur staat te kooken met wat booter, doet al het gezegde
daar in, behalve de Zweserikken, die men 'er op 't laast by doet om niet te
gaar te werden. Doet 'er dan by Vogelnesjes, Moerilles, Champignons en
Truffels, klein gehakt, met wat gestoote foely, nagelen, notemuscaat en wat
schil van zoete Limoenen. Neemt dan groote Oesters, met eenige geklopte dooiren
van eijeren daar men de Oesters in wenteld, en bakt ze gaar in de booter. Kookt
ook Hanekammen, en wat raawe Oesters, en doet die met de Zweserikken in het
sop, en laat het dan door stooven: neemt vierkante stukjes spek, bakt ze gaar
in de pan; en als men de lapjes op doet, zo legt men het spek daar op; en de
gebakken Oesters legt men op de rand, met petercelie in booter gebakken tot dat
ze knappen, en tusschen beiden, eenige schyfjes Citroen en Barbarissen, is een
Vorstelyk geregt.
| | | | | |
62. Snoek die gekapt is, hoe men die stooven zal.
Zie I Stuk Pag. 126. No. 38.
Als het vel van een Snoek afgedaan is, zo snyd men de Vis in het
midden van weerskanten van de graat af, en men kapt ze heel klein; doet 'er dan
in 3 uijen, 3 a 4 ansjovissen en wat petercelie, na dat men het te zaamen klein
gehakt heeft; raspt 'er dan een notemuscaat door; doet 'er dan twee eijeren;
een half kommetje gesmolte booter en een halve stuivers ouwbakken witte-brood,
in water geweekt by, en kneed het dan onder een, en fatsoeneerd het, om de
cierlykheids wille, als een snoek, in een tinne schotel; legt de kop, de staart
en de vinnen daar aan, en bestrooit de snoek met gebraade meel, en zet ze zo op
het vuur te styven, maar men moet zo wel wat vuur op de dekzel als van onderen
doen: doet 'er dan sop op, en laat ze zo stooven en als de Vis gaar is zo giet
men 'er het sop af in een pannetje, en men roert daar wat gebrade meel en koude
booter door, tot dat men een gebonde saus verkrygt, wanneer men 'er wat Citroen
in drukt, en die saus over de snoek doet, is excellent.
| |
63. Snoek met een Eijer-saus, hoe men die toebereiden
zal.
Neemt Snoek schrabt ze niet te veel, maar ontslymt ze alleen, dan
is ze vetter en lekkerder; snyd de buik op en ontgromt ze; spouwt ze van de
staart tot de kop toe open, snyd de kop midden door, en dan alles aan mooten;
kookt hem dan in water daar redelyk zout in is, gaar, en lang, en men moet hem
wel schuimen, schept hem op, doet 'er de huit zo heet af, en laat hem verleken;
en eet die dan met een Eijersaus, die men aldus maakt. | | | |
Neemt eijeren en doet 'er zo niet al het wit, ten minsten de
Haanetrede uit; klopt die zo fyn als water; doet dan by ieder ey, een kleine
lepel met goede azyn, klopt het nog eens door een, zet het op een zagt vuur en
roert gestadig tot dat het ey mooy styf word; neemt het dan van het vuur af en
roert 'er boter door heen, en doet 'er nog een klein scheutje azyn by, is
excellent.
| |
64. Soupe van groene Erweten, hoe men die maaken
zal.
Kookt de Erweten eerst in een aarde pot in water, met een bosje
prey, een bosje seldery en wat booter, en als ze gaar zyn zo wryft ze in
stukkent door een vergiettest; roert dan Kalfs-sop daar door heen, tot een
behoorlyke dikte, en kookt het op nieuw te zaamen. Braad dan Tarwen brood, dat
in dobbelsteentjes gesneden is, bruin in de booter, en doet ze in de soupe als
ze opgedaan word: ook kan men 'er wel een stuk spek of worst in kooken is zeer
goed.
| |
65. Soupe Maigre, hoe men die maaken zal.
Neemt salade, seldery, zuuring, porcelein, beet, en komkommers, 3
a 4 prijen, na dat ze groot zyn, als mede wat andyvie; dit alles snyd men door
een, maar niet te groot; dan wast men het schoon, en laat het droog op een
vergiettest uitloopen. Dan smelt men in een pan een redelyk quantiteit booter,
en men doet die groente daar in, en als ze wat geslonken is neemt men gekookt
Regenwater, en men doet dat op de groente, na mate van de veelheid of groote
des schotels, en men doet 'er 10 a 12 heele pepers, wat foelie, nagelen en
notemuscaat by, na ieders smaak, met wat gestoote beschuit, is goed.
| | | | | |
66. Sparsjes, hoe men die stooven zal.
Neemt sparsjes en breekt de koppen en onderste einde daar af, tot
daar het draadig word, want verder kan men die niet gebruiken, en handelt 'er
verder mede gelyk wy van de Hop, hier boven No. 23. gezegt hebben.
| |
67. Spruitjes of krul kool, hoe men die stooven
zal.
Neemt een pekel-worst en kookt die gaar; en als het sop te zout is
zo doet 'er wat water onder: neemt dan schoon gewassene spruitjes en kookt die
in dat sop gaar; schept ze op, laat ze verzygen, hakt ze klein, en stooft ze
met wat peper, notemuscaat en booter, en als men het opdoet zo legt men 'er de
worst boven op is een goed eeten.
| |
68. Spinagie, hoe men die stooven zal.
Neemt Spinagie die wel verlezen en gewasschen is, kookt ze in
pomp-water gaar; schept ze op een vergiettest, en laat ze zo wat verzygen:
drukt al het nat 'er uit; hakt ze heel fyn, en zet dan uw bekken of pot op het
vuur met wat sop, notemuscaat, booter en zout, en laat ze eens opkooken; doet
dan de spinagie daar in, en laat ze zo te zaamen wat stooven: neemt dan 1/2
stuivers witte-brood; doet 'er de kruim uit, en legt het in een half pintje
zoete melk, en kookt 'er een dik papje van, en roert het onder de spinagie, en
laat het dan zo nog wat stooven: en als het opgedaan zal worden, zo roert nog
wat booter over de spinagie, en raspt 'er notemuscaat over heen, is
excellent.
| | | | | |
69. Stokvis die extra blank en wit is, hoe men die
prepareeren zal. Zie I. Stuk. Pag. 129. No. 43.
Bind in een doekje een hand vol kalk: klopt het in een tobbetje
Regenwater, tot dat het water heel wit is. Legt de Stokvis, als het zeer warm
weer is, een nagt en een halve dag, dog anders een nagt en een dag, maar by
heel koud weder, een dag en twee nachten, daar in te weken. Des morgens, als
men ze die middag zal eeten, zo legt men ze op een plank, en men snyd de
buikranden en al wat geel is, daar dunnetjes van af. Giet dan heet water op de
velzyde, en schrabt er de schobben ter degen af, dien 'er dan gemakkelyk
afgaan. Legt ze dan in schoon Regenwater en snyd een halve Stokvis in 3 a 4
stukken: dan legt men twee stukken, de Visch-zyde binnen, op malkanderen in
schoon water, het geen men eenige maalen ververst tot dat 'er geen wit water
meer van afkomt; legt ze dan in een vergiettest om te verzygen, ten minsten een
half uur lang; dan bind men twee stukken op malkanderen, de vel-zyde na buiten,
na dat men wat ryst tusschen beiden heeft gedaan, en men bind de Vis dus in een
doek, en legt ze in een ketel met koud water daar men wat ryst in strooid, en
zo over het vuur gehangen en een half uur laaten kooken: dan legt men de Vis in
een doek op een vergiettest, en zet de vergiettest op de keetel op dat de Vis
niet koud word, en men legt 'er een gewigt booven op om uitteperssen. Doet dan
een weinigje Stokvis-water in een pannetje met wat booter en laat dit kooken,
neemt het dan af van 't vuur, en roert 'er allengskens wat koude boter in om
het te binden, doet vervolgens de Vis uit de doek in de schootel, en eet ze met
die saus, is zeer goed.
| | | | | |
70. Struif van Amandelen, hoe men die maaken
zal.
Neemt een pond Amandel-pas, doet 'er by 12 eijeren, anderhalve
beschuit, 12 lepels booter zonder zout; dit wel te zamen geklopt zynde, laat
men als een vlade styven, is zeer lekker.
| |
71. Stoofsel dat puik is, genaamt Capilotade, hoe men die
maaken zal.
Neemt allerhande gevogelte en wat vleesch zo gy wildt; kookt ieder
apart genoegzaam gaar; snyd dan alles in stukkent en mengt het onder
malkanderen; doet het in de stoofpan of Casserol met goed sterk vleeschnat, en
wat wyn; dog men moet nooit te veel wyn gebruiken, want dat maakt het vleesch
maar hart; doet 'er dan behoorlyk zout by, met wat gewreven kruim van
witte-brood, en klein gesnede Oranje of Limoenschil en wat kruidnagelen; als
het omtrent gaar is zo bind men de saus met wat gestoote beschuit en Limoensap,
is excellent.
| |
72. Turkse of Sny-boonen, hoe men die stooven
zal.
Snyd de boonen, kookt ze gaar, laat ze verzygen, en doet die dan
in een bekken, met wat sop, booter en zout, laat alles zo doorstooven; dan doet
men 'er wat klein gehakte petercelie by, dog men moet het dikmaals omschudden,
en op het laast doet men 'er nog wat koude booter by.
| | | | | |
73. Verscheidene Sausen, om tot het een en ander, dat wy
verhandelt hebben, te gebruiken. Eerst Petercelie Saus, hoe men die zal maaken
dat ze zeer groen blyft.
Neemt versche Petercelie verleest ze zeer schoon en wascht ze wel
ter degen. Niet alleen de Petercelie maar al de groenten, moet men op deeze
wyze wasschen om niet te kraaken: als men die eenmaal of twee ter degen
gewasschen heeft, zo moet men de groente wat laten in het water staan, dan zakt
al het zand na de grond; ligt dan de groente stilletjes boven af; maar de
meeste meiden schudden het dan nog eens door, het geen niet deugt, want dan
komt het zant wederom booven: als uwe Petercelie nu gewasschen is, zo drukt ze
in uwe hand wel uit dat ze droog is, en snyd ze klyn; doet ze dan in een
saus-pan daar nooit voorheen vet in geweest is, en zet ze dan op het vuur,
roert ze dan zonder ophouden tot dat ze gaar is, want anders brand en verliest
ze zyn couleur. Zet de Petercelie dan van het vuur af en roert 'er versche
booter door heen, maar niet te veel te gelyk, en dan zal men een gebonde
Petercelie-saus hebben die zo groen als gras is.
| |
74. Chalotte saus, om over graauwe Erweten te eeten, hoe
men die maaken zal.
Schild uwe Chalotten, en snyd ze in twee a drie stukken; doet ze
dan in de sjeu of braadvet dat gy over de graauwe Erweten wild gebruiken, en
laat ze daar in gaar kooken, dog men moet de sjeu eer men de Chalotten daar in
doet, laaten kooken, an- | | | | ders zouden de Chalotten verbranden; als
de sjeu niet zout genoeg is zo moet men 'er wat fyn tafelzout by doen, op dat
het zelve gesmolten mag zyn eer men het over de graauw Erweten doet. Deeze saus
is zeer lekker voor menschen die liefhebbers van Chalotten zyn, anders laat men
die daar uit, en men doet dan wat Soja in de sjeu, is mede zeer goed.
| |
75. Saus, om by allerhande gekookt vleesch te eeten, hoe
men die maaken zal.
Neemt wat gestoote beschuit, of fyn gewreven kruim van
witte-brood; wat fyn gekapte petercelie met wat azyn en zuiker; doet 'er een
weinig zout en vier of vyf fyn gestoote kruidnagelen by en laat dit te zaamen
eens opkooken; discht het op by allerhande gekookt vleesch.
| |
76.Varkens-pootjes, gelyk de St. Machiels Heeren in Braband
die eeten, hoe men die toebereiden zal.
Men spouwt dezelven midden door, en legt dezelve in een stoofpan,
dog van onderen legt men 4 dunne strookjes spek, gelyk men de pooten daar ook
mede bedekt, Giet 'er dan een glas goede brandewyn op, met wat anys-zaat,
Lauwrier-bladeren en een half pintje wyn, en laat ze aldus op een klein vuur
tien of twaalf uuren lang smooren: als ze dus gaar geworden zyn, zo raspt men
'er wat beschuit over, en men laat ze koud worden; als men die wil eeten, om
een glas wyn daar op te drinken zo braad men ze op de Rooster, en men doet 'er
nog wat peper op, is een smakelyk kosje.
| | | | | |
77. Vis, hoe men die excellent stooven
zal.
Indien gy uw Vis lekker wilt stooven, zo draagt zorge van die
eerst een uur of twee in azyn, daar wat zout en witte peper in is, te leggen
uittrekken, dan gaat 'er de slym schoon af; zommige fruiten de Vis eerst eens
op in de pan, dit is hartiger; voor het overige doet men gelyk wy gezegt
hebben.
| |
78. Wilde Zwynskop, hoe men die excellent toebereiden
zal.
Ondersteld zynde dat men dezelve schoon geschouwt heeft, gelyk men
alle Varkens doet, zo snyd men 'er beide de Kakebeenen en de smoel af; men
splyt de kop van onderen en men ligt 'er de tong en harssens uit; dit gedaan
zynde zo zout men de kop, het zout overal met de punt van een mes inwryvende,
dan bind men de kop wederom met een draad toe en men wind ze in een schoone
doek, en kookt ze aldus in ruim water, daar men Lauwerier-bladeren, Anys-zaat,
heele kruidnagelen, Notemuscaat, Zout, gesnedene Uijen en Rosemaryn in doet;
als de kop half gaar is, zo giet men daar een halve fles Rhynse-wyn by of meer
zo het u behaagd, want wat meer zal het niet bederven; hier in laat men de kop
op warme assche nog 12 uuren lang smooren, tot dat ze ter degen gaar is: laat
ze in dit sop koud worden na dat gy 'er eerst de doek hebt afgedaan; doet ze
dan omgekeert met het sop in een schotel, en legt 'er schyfjes Citroen boven
op, is puik.
| |
79. Witte Frikassé, hoe men die stooven zal.
Neemt een aan stukkent gekapt hoen, en legt het | | | | in
een half pintje Room met wat water om wit te trekken: doet dan klein gekorve
Chalotten; wat foelie, heele peper, 2 ansjovissen met wat booter in een
stoofpan, en laat het te zaamen een weinigje fruiten. Neemt dan uw hoen uit de
Room zonder te verzygen, en legt het in die stoofpan, met wat Room en wat klein
gehakte petercelie daar by, en laat het dus langzaam stooven tot dat het gaar
is, ook kan men 'er Champignons in doen. Als men het op zal doen zo neemt men
eenige dooiren van Eijeren fyn geklopt, en roert die wel met de helft van een
half pintje Room onder een, met wat Limoen-sap 'er onder, en dan giet men dat
daar over, en men schud het wel om; en de rand belegt men met schyfjes van
Limoenen.
| |
80. Zoete gestremde Room, hoe men die maaken
zal.
Neemt een pot of kom met melk, doet 'er wat Room in, omtrent vier
lepels geraspte broodzuiker, een weinig Leb of stremzel, zet het op een koele
plaats, dan zal de melk aanstonds stollen; men kan 'er ook wat Oranje-water of
Muscus in doen, en men raspt 'er zuiker over heen is puik.
| |
81. Zoute-Visch, hoe men die zeer lekker voor de Vasten zal
toebereiden.
Neemt levendige wel gevoede kabbeljaauw; en gebruikt hier toe de
helft van de Visch, van de navel af tot onderen toe; laat ze hakken gelyk de
Sluyser mootvis, omtrent twee vingeren dik; strooid 'er geen zout op, maar legt
ze twee, drie of vier etmalen in een booter-pekeltje, daar men een hout bord op
legt om de mooten onder te houden, en | | | | keert ze dagelyks om: kookt
ze dan gaar en eet ze met een petercelie-saus, dan is ze wel eens zo lekker als
de ordinaire gezoute, ja als de versche Vis, en kan met regt het lekkerste
beetje van de Vasten genaamt worden.
|
|
|