VON-Informatie. Jaargang 10


auteur: [tijdschrift] Vonk


bron: VON-Informatie. Jaargang 10. Linda Van der Auwera, Gent 1980


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 14]

Bij de tweede druk van zeggenschap.

Er is geen enkele reden om zich niet te verheugen over het verschijnen van de tweede, herziene en vermeerderde druk van Zeggenschap. Grondslagen en een uitwerking van een didaktiek van het Nederlands in het voortgezet onderwijs (Groningen, 1978). Reeds eerder heb ik in VON-Informatie (6de jg., nr. 3, p. 10) de gelegenheid gehad volop in te stemmen met Fons Ravensloot, die Zeggenschap ‘een uiterst bonafide en nuttig boek vindt voor iedereen die zich in het voortgezet onderwijs met moedertaalonderwijs bezighoudt’. (Moer 1976, p. 106). Terecht is het boek bij velen verwelkomd als een geslaagde synthese van de theorieën en methodes die de laatste tientallen jaren zijn bedacht en uitgewerkt, gebaseerd op een duidelijk geformuleerde onderwijsfilosofie en doorspekt met talloze waardevolle praktische suggesties. Kortom, een boek dat onmisbaar is voor elke leraar Nederlands die het moedertaalonderwijs ter harte gaat.

 

Waarom dan toch, zo zou men zich kunnen afvragen, moest amper drie jaar na de eerste druk al deze herwerkte en aangevulde versie verschijnen? Ten dele wordt het antwoord hierop gegeven door de aard van het boek zelf: Zeggenschap heeft zich van meetafaan aangediend als een discussiestuk en een ‘work in progress’, en de tweede druk bevat de resultaten van deze discussies en van de ontwikkelingen in het denken van Jan Griffioen en Harm Damsma, wiens naam nu als tweede auteur op het omslag staat. Ten dele ook is dit een gevolg van de versnelde ontwikkeling van het moedertaaldidactisch denken bij ons en elders. (Zo verscheen bijv. vlak na de eerste druk van Zeggenschap het uiterst belangwekkende boek van Steven ten Brinke: The complete mother-tongue curriculum, waarin het principe van de normale functionaliteit ten aanzien van het moedertaalonderwijs wordt ontwikkeld.)

 

In welke opzichten en onderdelen is Zeggenschap nu herzien en uitgebreid? Ik laat de belangrijkste wijzigingen even kort de revue passeren. Om te beginnen wordt in de inleiding uitvoeriger ingegaan op het doel en de opzet van het boek en op de (totnogtoe zeer geringe) bijdrage van de neerlandistiek tot het moedertaalonderwijs. Dan komen de recensies van het boek aan de orde, met name de bespreking in Levende Talen, waarop de auteur overigens al de kans kreeg uitvoerig te antwoorden (in Levende Talen nr. 317). Hoezeer ook Griffioens eigen opvattingen in beweging zijn kan ik best illustreren door een uitspraak (over de plaats van de literatuurgeschiedenis) uit dit artikel te plaatsen naast een fragment uit de nieuwe Zeggenschap. In Levende Talen nr. 317 (1976) schrijft hij: ‘Pedagogisch gezien is de chronologie in de literatuurgeschiedenis een even arbitrair ordeningsprincipe als dat in genres waaraan Knuvelders schooleditie ooit laboreerde. Ik zie meer in een thematische aanpak, een aanpak rondom belangstellingskernen. In mijn boek pleit ik nadrukkelijk voor literatuurgeschiedenis in het letterkundeonderwijs in deze zin.’ (p. 146) Het eerste zinnetje uit dit citaat wordt in de nieuwe druk letterlijk overgenomen (p. 7-8). Maar ten aanzien van de thematische aanpak van de literatuurgeschiedenis zijn de opvattingen nu totaal veranderd: ‘Ik kan trouwens toch moeilijk enthousiast worden over het groeperen van teksten of erger nog fragmenten van teksten rondom een thema. Zo lees je niet. (...) Met Ten Brinke ben ik van oordeel

[p. 15]

dat het lezen van complete teksten normaal functioneel is en dat thema's niet normaal functioneel zijn.’ (p. 314-315) Kennelijk heeft het oordeel van Ten Brinke hier de doorslag gegeven. Het wordt echter storend als er binnen de nieuwe Zeggenschap zelf tegenstrijdige meningen worden geuit. Dat is dacht ik bijvoorbeeld het geval met de radicale veroordeling van de structuuranalyse in de inleiding en op p. 310-311, terwijl dezelfde structuuranalyse voor poëzie op p. 331 plotseling wél legitiem wordt geacht.

 

Deel 1 van het boek (de grondslagen) bevat vooral veel nieuws in het vierde hoofdstuk ‘De leraar en zijn leerlingen’, waarin het vakmanschap van de leraar, de benodigde technieken en vaardigheden aan bod komen. In deel 2 (de uitwerking) zijn de gedeelten over luisteren, lezen en taalbeschouwing (grammatica) grondig herwerkt. In het hoofdstuk over schrijven wordt nu ook uitgebreid aandacht besteed aan het project Gericht Schrijven. Over lezen bevat het boek nu twee aparte hoofdstukken: een over zakelijke teksten en een over literatuur, met nieuwe stukken over triviaalliteratuur, detectiveromans, science-fiction en strips. Totaal nieuw is het hoofdstuk over taalbeschouwing, waarin achtereenvolgens de traditionele spraakkunst, de t.g.g. en de taalgebruikstheorieën van W. van Calcar worden gewogen en te licht bevonden, echter zonder dat een duidelijk en bruikbaar alternatief wordt gegeven. Het onderwijs over leermiddelen ten slotte bevat nog enkele behartenswaardige nieuwe voorstellen in verband met leerboeken.

 

Al met al bevat deze nieuwe druk ongeveer honderdvijftig interessante bladzijden méér! Ik moet hierbij echter opmerken dat ook het gebruik van een groter (en ‘leesbaarder’) lettertype aan deze uitbreiding (ook in prijs!) wel een beetje debet zal zijn. Overigens verdient het uiterlijk van het boek niets dan lof, een enkele druktechnische misgreep (bijv. p. 153-154) buiten beschouwing gelaten.

 

Hoewel ik tot besluit mag zeggen dat ik de herziening en uitbreiding van Zeggenschap in het algemeen positief kan waarderen, moet ik daar helaas aan toevoegen dat het boek m.i. mog steeds een onvergeeflijke lacune vertoont. Op geen enkele plaats wordt blijk gegeven van enige bekendheid met het feit dat het Nederlands ook in België als moedertaal wordt onderwezen en dat dit vak hier zijn eigen specifieke problemen heeft en op een aantal punten (bijv. wettelijke beschikkingen) ook zijn eigen weg gaat. Nergens wordt gerefereerd aan het verdienstelijke boek van H. de Jonghe: Taal en tekst. Moedertaaldidactisch ontwerpen en handelen in praktische modellen (Acco, Leuven, 1974). Nergens wordt verwezen naar bij ons uitgegeven schoolboeken of taaldidactische periodieken. Nergens komen onze taalbeheersingsproblemen ter sprake, onze leerplanne, onze examenprogramma's, onze leermiddelen, ons VSO enz. Pas wanneer Zeggenschap in deze zin zal worden herzien en aangevuld, zal het boek ock voor de Vlaamse leraar Nederlands zijn optimale bruikbaarheid hebben verworven.

 

Jan Uyttendaele

 

Jan Griffioen en Harm Damsma: Zeggenschap. Grondslagen en een uitwerking van een didaktiek van het Nederlands in het voortgezet onderwijs. Tweede, herziene en vermeerderde druk. Wolters-Noordhoff, Groningen 1978. Omvang: 486 p. Prijs: 795 fr.