Voortgang. Jaargang 9


auteur: [tijdschrift] Voortgang


bron: Voortgang. Jaargang 9. Stichting Neerlandistiek VU, Amsterdam 1988


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 233]

Een aanvulling op het Middelnederlandsch woordenboek
J. Bethlehem

Dat J. Verdams Middelnederlandsch Woordenboek (afgekort MNW) bij lange na niet de woordenschat van het Middelnederlands geeft, was voor de verschijning in 1983 van Verdam, Middelnederlandsch Handwoordenboek. Supplement (Hwb Suppl) van J.J. van der Voort van der Kleij, al lang en breed bekend. Aanvullende woordenlijsten bij tekstedities en klachten van onder andere Willem de Vreese in 1933 en van R. Jansen-Sieben in 1970 maakten dat duidelijk.1. Verdam was zich uiteraard van de tekortkomingen van zijn MNW bewust, al doet zijn wens om na voltooiing van het MNW het werk te complementeren met éen supplementdeel, vermoeden dat hij ten aanzien van de volledigheid zijn woordenboek wat overschatte.2. Het Hwb Suppl geeft een aanzienlijke uitbreiding van de beschreven woordenschat te zien. Dit supplement zou zeker twee volumineuze delen hebben omvat, indien de woorden met hun contekst zouden zijn uitgeschreven. Toch komt ook nu de in de woordenboeken vastgelegde Middelnederlandse woordenschat zelfs niet in de buurt van een volledige beschrijving. Uit de hier gepresenteerde aanvulling, afkomstig uit maar éen bron, zal dat dan ook blijken.

 

Die bron is het verslag dat de Delftenaar Jan Goverts van zijn Jerusalempelgrimage van 1525 maakte en dat is overgeleverd in een van omstreeks 1540-1550 daterende kopie.3. Jan Goverts stelde na de reis zijn verslag samen aan de hand van tijdens de reis gemaakte aantekeningen en een aantal bronnen. Tot zijn bronnen behoorden een Vulgaat, een Leven van Jezus, een Italiaans werk over de lotgevallen van Paus Alexander III in verband met de geschiedenis van Venetië, een gedrukte Nederlandstalige, maar niet nader geïdentificeerde pelgrimsgids, en de in 1488 te Mainz verschenen Nederlandse editie van Bernhard von Breidenbach, Die heylighe bevarden tot dat heylighe grafft in Jherusalem. Minstens éentiende van zijn tekst nam Jan Goverts letterlijk of bijna letterlijk over van Breidenbach.4. Het verslag van Jan Goverts werd op zijn beurt weer gebruikt door zijn stad- en reisgenoot Arent Willemsz.5.

[p. 234]

In welke mate Jan Goverts' woordenschat door het gebruik van bronnen beïnvloed is, heb ik niet onderzocht. Ik wijs alleen op het van Breidenbach overgenomen musirtenwerk, en op solierheijt dat mogelijk naar het Italiaans is gevormd.

De pelgrim kreeg te maken met vele hem onbekende of weinig vertrouwde zaken. Over het algemeen waren die niet strikt verbonden met de pelgrimage, maar de pelgrim was wel genoodzaakt deze zaken en begrippen te verwoorden.6. Voor de beschrijving van de muziekpraktijk in de Venetiaanse S. Marco en S. Rocco, gebruikte Jan Goverts ondermeer de woorden contrapunt, fabridoen, simpelsanck, intoneren, schalmeye en schuijftrompet. Voor de beschrijving van de S. Marco en het hertogelijk paleis heeft hij het onder andere over ambulatorium, ducattengoud, crimpraet, oratoer en oratorium, en voor zijn verblijf op het schip gebruikt hij Italiaanse termen als bril en stancie. Hij hanteerde Venetiaanse en Turkse munten als marcket, marcell en asper, en maakte kennis met arabiaen, arabisch, balsemhof, janeth, thonijnvisch, mocker, stradiot, misschien ook nog lamoen. Ik geef hier alleen de woorden die in de aanvulling zijn opgenomen, en die nu eenmaal de beperking heeft dat daarin niet de woorden voorkomen die al in het MNW staan.

Een ander aspect van het reisverslag van Jan Goverts is, is dat er enkele tijdgebonden woorden in voorkomen. Met zijn tochtgenoten reisde hij in 1525 door de roerige Duitse landen van de boerenopstanden. Het tijdsgewricht spreekt uit de woorden luthersch, buerenlutheraan, pauline en wellicht moet men hiertoe ook extirperen rekenen.

 

Bij het samenstellen van de aanvulling ben ik als volgt te werk gegaan. Alle woorden waarvan ik niet met zekerheid wist dat zij in J. Verdams Middelnederlandsch Handwoordenboek (Hwb) voorkwamen, heb ik opgezocht. Kwamen zij hier niet in voor of met een andere betekenis, of gaf het onvoldoende of onduidelijke informatie, dan werd het MNW geraadpleegd. Deze werkwijze heeft éen groot nadeel: het Hwb heeft in zekere mate een supplementfunctie op het MNW. Het verscheen later dan de de meeste delen van het grote woordenboek, en Verdam gebruikte de gelegenheid om het materiaal aan te vullen. Het is waarschijnlijk dat ik op deze wijze verscheidene woorden, die wel in het Hwb maar niet in het MNW voorkomen, heb overgeslagen. Dat in woordenlijst een paar woorden zijn opgenomen die wel in het Hwb voorkomen, maar in het MNW ontbreken, is te danken aan het toeval, of aan onvoldoende of onduidelijke informatie die het Hwb verschafte. Vervolgens werden het Rhetoricaal glossarium (RGl), het Woordenboek Middelnederlands (WM), Stallaerts Glossarium en het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) op de betreffende woorden nageslagen. Daarna werd het Hwb Suppl

[p. 235]

geraadpleegd. Tenslotte werden de woorden voorzien van cijfercodes die betrekking hebben op het MNW en het Hwb Suppl.

 

Achter de ingangen volgt een cijfer of geen cijfer. Het zijn dezelfde codes, die door J.J. van der Voort van der Kleij in het Hwb Suppl zijn gebruikt. Daaraan zijn toegevoegd de codes 8 en 9, die betrekking hebben op het voorkomen in het Hwb Suppl. In beginsel zou het aantal codes verdubbeld kunnen worden, maar gelet op het dan spaarzame gebruik van de meeste codes, heb ik in voorkomende gevallen een toelichting gegeven (vgl. borstplaet dat in het Hwb Suppl een verkeerde betekenisomschrijving heeft meegekregen). De cijfers hebben de volgende betekenis:

geen cijfer: het woord ontbreekt in het MNW en in het Hwb Suppl;

1de volgende betekenis ontbreekt in het MNW;
2de in het MNW gegeven betekenis is onjuist;
3het MNW geeft geen vindplaatsen, verwijst alleen naar glossaria of woordenboeken of geeft slechts vindplaatsen van na 1550 (daar deze gegevens niet in het Hwb worden meegedeeld, is het aantal woorden dat met deze code voorzien is klein, en zijn zij slechts bij toeval aan het licht gekomen);
4dit artikel in het MNW moet worden geschrapt;
5de asterisk in het MNW vóor het woord of het vraagteken erachter moet verdwijnen;
6het woord is waarschijnlijk onjuist overgeleverd in het handschrift of de tekstuitgever heeft verkeerd gelezen; de tekstuitgever speelt hier vanzelfsprekend geen rol; het is hier ook toegepast op een door de auteur gebruikt spookwoord (zie dolphijn);
7de vorm wijkt zodanig af van het woord zoals het in het MNW (als ingang) is gegeven, dat een verwijzing daarnaar gewenst is;
8het woord komt in dezelfde betekenis voor in het Hwb Suppl;
9de volgende betekenis ontbreekt in het Hwb Suppl.

 

Van de in totaal 145 woorden, de dubbele betekenis van enkele woorden meegeteld, hebben:

geen code, 74 woorden: zij komen noch in het MNW, noch in het Hwb Suppl voor;

code 1, 30 woorden: aenvlechten, arcket, banck (+8), bestraffen (+8), buer (+9), chierage, dolphijn (+9), dolphijn (+6,9), gemaeckelike, gevaert, hangijser, cabbelen, mathe (+9), muteren, net (+6), nose, ofscieten (+9), passaegie, procederen (+9), rechte, rechtvaerdicheijt, scabel, semeent, slotel, solliciteren I (+9), solliciteren II (+8), stoten, tegenwoordig, torsen, trosch;

code 2, 1 woord: schalmeije;

[p. 236]


code 3, 4 woorden: crompte (+7), pottebacker, simpelsanck, strack;
code 4, komt niet voor;
code 5, 1 woord: crakoen (+8);
code 6, 9 woorden: ack, boetgaetgie, dolphijn, cortelanck, muijtschuijt, net, somenckelen, soudaniet, vaendach;

code 7, 16 woorden: bomme, eclipsij, fortelesse, guardiaen, janeth, crompte (+3), lamoen, musirtenwerck, nischen, providier, roeschmolen, scorluijn, spijets, stradiot, truijtzelman, vlus;

code 8, 19 woorden: banck (+1), bankier, bedraeijt, bestraffen (+1), divideren, edificie, eenstrecks, elevatie, crakoen (+5), luthersch, mameluijck, militeren, mutatie, protexie, solliciteren II (+1), structuer, subjectie, victoriosch, watersijde;

code 9, 13 woorden: borstplaet, buer (+1), dolphijn (+1,6), dolphijn (+1), fijnael, cleijnte, mathe (+1), ofscieten (+1), optie, oratoer, procederen, solliciteren I (+1), speculeren.

 

De conclusie die uit het materiaal getrokken kan worden is dat niet alleen het RGl, Stallaerts Glossarium, het WM, maar ook het Hwb Suppl slechts in zeer beperkte mate woorden van onze aanvulling bevatten.

Het WM bevat van de lijst slechts twee woorden: geslagen en tegenwoordig. Het RGl geeft een wat rijkere oogst te zien, wat gelet de gerichtheid op de zestiende eeuw geen verwondering mag wekken. Desondanks geeft het maar zes woorden: arroer, divideren, edificie, extirperen, solliciteren II, subjectie en victoriosch. Ook Stallaert geeft nog een tweetal woorden: dolphijn (kap, kaproen) en schuijftrompet.7. Elf woorden komen nog voor in M. Wis' woordenboek van Italianismen in het Duits, dat voor een belangrijk deel is gebaseerd op pelgrimsverslagen: asper, bril (baril), guardiaen, janeth (gianeten), mameluijck, marcell, marcket, mocker (muccaro), stancie, stradiot en truijtzelman.8. Van de lijst van 145 woorden zijn er 64 met dezelfde betekenis in het WNT terug te vinden, grotendeels met een zeventiende-eeuwse bron voor de oudste bewijsplaats.

Kijken we naar het Hwb Suppl dat met zijn bijna 16500 ingangen na het MNW het belangrijkste woordenboek voor het Middelnederlands is, dan blijkt dat slechts 19 woorden (voorzien van code 8) van de aanvulling met dezelfde betekenis hierin voorkomen. Zelfs indien men de met minder belangrijke codes (2-7) voorziene woorden buiten beschouwing laat, dan is dat niet meer dan éenzesde deel. Het maakt duidelijk dat de leemte tussen hetgeen aan woordenschat al beschreven is, en een werkelijk adequate beschrijving, niet door supplementen is te ondervangen. Nieuwe woordenboeken, gebaseerd op een groot en gevarieerd corpus van teksten, zijn noodzakelijk. Echter, wat voor het Nederlands tot en met het jaar 1300 wel mogelijk was, namelijk alle gedateerde en te dateren teksten in een databank op te slaan en zelfs uit te

[p. 237]

geven (het Corpus-Gysseling, waaruit te zijner tijd het Vroegmiddelnederlands Woordenboek moet voortkomen) is voor de volgende eeuwen niet mogelijk. Streven naar volledigheid zou de dood de lexicografie betekenen. Hier ligt een taak voor tekstediteurs: publiceer en stel uw diskette ter beschikking van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie.

[p. 239]

Afkortingen en opmerkingen

Hwb J. Verdam, Middelnederlandsch handwoordenboek. Bewerkt door -. Onveranderde herdruk en van het woord Sterne af opnieuw bewerkt door C.H. Ebbinge Wubben. 's-Gravenhage (herdruk van de ed. 1932).

Hwb Suppl J.J. van der Voort van der Kleij, Verdam, Middelnederlandsch handwoordenboek. Supplement. Leiden, Antwerpen 1983.

MNW E. Verwijs en J. Verdam, Middelnederlandsch woordenboek. 11 Dln, 's-Gravenhage 1885-1952. (Deel 9 voltooid door F.A. Stoett. Deel 10 Tekstkritiek van J. Verdam en Bouwstoffen. Eerste gedeelte (A-F) door Willem de Vreese. Tweede gedeelte (G-Z) door G.I. Lieftinck. Deel 11 A.A. Beekman, Aanvullingen en verbeteringen op het gebied van dijk- en waterschapsrecht, bodem en water, aardrijkskunde enz.).

RGl J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium. Assen 1959 (Taalkundige bijdragen van Noord en Zuid XII).

Stallaert K. Stallaert, Glossarium van verouderde rechtstermen, kunstwoorden en andere uitdrukkingen uit Vlaamsche, Brabantsche en Limburgsche oorkonden. Voortgezet en bewerkt door F. Debrabandere. 3 Dln, Handzame 1977-1978. (Deel I (A-Huwen) en Deel II (zonder titelpagina, I-Overwonnen) zijn een herdruk van de onvoltooide uitgave Leiden 1890 (Deel I) en van drie afleveringen verschenen in 1891-1892).

WM W.J.J. Pijnenburg en J.J. van der Voort van der Kleij, Woordenboek Middelnederlands. Utrecht, Antwerpen 1984 (Aula paperback 94).

WNT Woordenboek der Nederlandsche taal. Bewerkt door M. de Vries, L.A. te Winkel e.a. 's-Gravenhage en Leiden 1882-.

adj. adjectief
adv. adverbium
Ar. Arabisch
intr. intransitief
It. Italiaans
Lat. Latijn
kol. kolom
num. numerale
refl. reflexief
subst. substantief
s.v. sub verbum
trans. transitief

+ voor het lemma betekent: gereconstrueerde vorm.

[p. 240]

Opmerkingen. Letters en Romeinse en Arabische cijfers achter de afkortingen van de woordenboeken hebben, tenzij anders vermeld, betrekking op de onderverdeling van het lemma en niet op de delen. De aanduiding Suppl. achter WNT heeft betrekking op het supplementdeel op de letter A. Indien de ingang van een woord sterk verschilt van die van de woordenboeken, dan wordt de vorm achter het betreffende woordenboek vet gedrukt gegeven. Eventueel wordt met ‘s.v.’ aangegeven waar het betreffende woord te vinden is. Treft men geen verwijzing naar de woordenboeken aan, dan komt het betreffende woord in dezelfde betekenis daarin niet voor. Bij het WNT en het RGl is zoveel mogelijk de oudste bewijsplaats door middel van een jaartal of auteursnaam aangeduid. De spelling van de ingangen is in beginsel dezelfde als van de tekst, met dien verstande dat verbogen vormen zijn omgezet in onverbogen vormen. Voorkomende woordscheidingen in de tekst zijn in de ingangen genegeerd. In de aanhalingen zijn tekstverbeteringen gewoonlijk tussen vierkante haken geplaatst. Indien het op deze manier niet mogelijk was, dan is de gereconstrueerde lezing gegeven, gevolgd door de tussen vierkante haken geplaatste oorspronkelijke lezing van het handschrift. Eventuele toelichtingen zijn eveneens tussen vierkante haken geplaatst.

Woordenlijst

adipiseren trans. verkrijgen, verwerven (Lat. adipiscor), 143vo in dien die Arabianen victorie waeren adipiserende dat wij als dan dode luijden souden hebben geweest

aenvlechten 1 trans. vastbouwen aan, tegen iets aanbouwen (alleen gebruikt in voltooide vorm), 15ro een schoene suverlicke kerkcke aen [hs. nae] welcke kercke gevlochten staet een schoene pallaes; 74ro in des Patriarchs huijs twelck gevlochten staet dicht anden berch van Calvarien; 81ro welcke poorte gevlochten staet an Sijmeon die leprosen huijs; 83ro welcke huijs gevlochten staet an een groot ronde boghe; 91vo

ack 6 subst. schouder, hals (mogelijk corrupt voor nack door haplografie of voor acksel eveneens door haplografie, Arent Willemsz p. 132 heeft hier hals), 137vo Ende sloech den rijdder mitten zwaerde tot drie reijsen toe in sijnen ack. Seggende...

alementeren trans. onderhouden, spijzigen (WNT Suppl., 1536), 78ro Die dit Convent begaefden met dusent ducaten jaerlijxze renten... om daer mede die broederen te alementeren ende te spijesen

ambulatorium subst. plaats om te wandelen, galerij (bouwkundige term?), 35ro ende clommen veel trappen op tot een schoen over deckten Ambulatorium

arabiaen subst. Arabier (WNT s.v. arabier aanm., 1640 in ed. 1741; WNT

[p. 241]

Suppl. s.v. arabier aanm., 1611), 67ro Omtrent ons quamen veel Arabianen die nae ons creten ende huijlden; 67ro; 109vo die heer van Jherusalem hadde twe Arabianen doer laten houden mit palen doert lijff; 109vo

arabisch adj. Arabisch (WNT s.v. arabier aanm.; WNT Suppl., 16e e.), 128ro Die Suijrianen gebruijcken in haers ommegaens die Arabische sprake

arcket 1 subst. wachttoren, rondeel, 117vo een alten schoenen kercke die welcke is mit thoomen mit arcketten als een burch gemaect

arroer subst. opschudding, twist (RGl erruer 4-6), 43vo Ende ten laesten is daer een groeten arroer gecomen want daer waren vier pausen

asper subst. Turkse munt van geringe waarde (It. aspro; WNT Suppl., 1647), 144ro Ick was ontfangende v ofte vi asperen... twelick een Turck sach ende moest se van stonden an hem geven

 

balsemhof, balzemhof subst. hof waar balsembomen groeien, 54ro In[t] dorp van Mathera in dat balsem hof welcke dorp gelegen is een grote duijtsche mile van... Alkayr; 88ro ter plaetze daer nu dat balzem hoff staet int dorp van Mathera

banck 1, 8 subst. wisselbank (WNT II, Kiliaen), 4vo Ende bijsonder waren wij al seer sorchwoudich om onsse gelt daer [nml. te Antwerpen] te banck te stellen ende want die bankier te veel wilde hebben soe waeren eenijghe die hoer gelt met hoer lijf aventuerden. Aldus en leijdt ick nijet veel op die banck

bankier 8 subst. wisselaar, bankier (Hwb; WNT, 1520), 4vo voor aanhaling zie banck

bedampt adv. bedompt, benauwd (WNT s.v. bedampen ‘beneveld’ (fig.), ca. 1600), 24vo Die straeten [van Venetië] sijn int gemeen seer nauwe ende bedampt

bedraeijt 8 adv. met sijn en genitief van sake, met moeilijkheden zitten, ergens in zijn verstrikt (Hwb Suppl bedrayen; WNT bedraaien, Kiliaen), 43ro Die coninc lesende desen brieff was der saecken heel bedraeijt; 63ro die doot stondt hem op die lippen... zij[n] medebroeder was deser saecken seer bedraet; 151vo Aldus soe ic deser saken seer bedraeyt was alsoe dat ick mijn daer alleen vant

bestraffen 1, 8 trans. bestraffen, berispen (WNT, 17e e.), 143vo soe vloeghen die honden om mijnen hals... Daer die minrebroeder den honden van bestraften

betralijen trans. van een hekwerk, tralies voorzien (WNT, Vondel); 80ro Want int middel van desen tempel is een cleijn steen met ijser om betralijt

boetgaetgie 6 subst. bagage (mogelijk corrupt door anticipatie voor boegaetgie), 60ro een [s]piersaeck... om mijn boetgaetgie daer in te steken

bomme, bommekijn 7 subst. trommel (MNW bonge; WNT II,1, Anna Bijns), 150vo trompetten tromelen ende bommen en ander snaerspel; 154ro; 142ro

[p. 242]

ende daer smeet ock een op een bommekijn twelick clanck offet geweest hadde een oude geschoerde ketel

borstplaet 9 subst. borstpantser (deel wapenrusting; de in het Hwb Suppl gehanteerde betekenis van ‘gouden sieraad’ is onjuist, in de daar aangehaalde plaats moet borstplaat fig. worden begrepen; WNT, Kiliaen), 27ro xii gouden borstplaten verciert in parlen, zaphieren ende ander seer costelen gesteenten

bouwerck subst. landbouw (WNT I, 1562), 127vo sij [Surianen] sijn wel gestelt tot bouwerck ende anderen svaeren arbeijt

bril, brille subst. langwerpig houten vaatje (It. barile, Venetiaans ook barila) dat van inhoud varieert per stad en met het gebruik van olie of wijn van 35-80 liter, 22vo ende coften den wijn bij ponte Real bij brillen; 46vo Noch is u van noede... ii of iii brillen rode wijn, een bril versch water

buer 1, 9 subst. boer (Hwb Suppl boer; WNT buur II,1), 10vo Aldaer en wilden sij ons in die stadt nijet hebben om der bueren willen

buerenlutheraan subst. lutheraan van boerenafkomst of stand, 9vo maer overmits datter wel drie duijsent bueren lutheranen laegen Soe en kunden wij daer geen logijs crijgen

 

chieragie 1 subst. pracht, luister (WNT sierage 3), 80ro Die schoenheijt ende chieragie van Salimons tempel... en is niet wel te bescrijven

 

daengen intr. onderhandelen, dingen, 72vo Meer onsse patroon daengt noch met hem om viii gouden ducaten int generael

daengh subst. contract, 154ro ende alsoe ons doechte wasset al te samen een gemaeckte daengh, het was den onduijtsche niet wel te bedieden wat die scrifte in hadde

divideren 8 trans. verdelen, onderverdelen (RGl, 1561), 78ro want men alle die heijlige plaetsen niet en mach visiteren al in eenen dach Soe sal ick ze divideren in manieren van processien

dolphijn, dalphijn 6, 1, 9 subst. eigenaar van een schip, reder (mogelijk een spookwoord, ontstaan doordat de schrijver de eigennaam van de reder Delfino heeft gehouden voor een algemene aanduiding) 20vo (wij) gingen totten Dolphijn vant oude scyp ende accorderden...; 60ro ende vertoenden hem quitancie gescreven binnen Veneetgien bij den Dalphijn

dolphijn 1, 9 subst. kap, kaproen (Hwb; Stallaert), 33vo een out statich heer met een roeden fluweelen tabbert ende een paertze fluweelen Dolphijn ofte tijmp

duijselinge subst. gekrijs, onsamenhangend lawaai, 132vo Soe hoert ghij groet geruft ende duijselinge. Men seijde ons datter geluijt ende gecrisch was der verdoemder zielen

ducattengoud subst. goud van een hoog karaatgehalte (WNT, 1712), 46ro

[p. 243]

Wiens cappe [van de San Marco te Venetië] gedect is met fijnen ducatten goud

duldighen, hem refl. lijdzaam ondergaan, gedogen, 145ro Soe wie dit avontuer te boert vijel die moest hem duldighen en dogen

 

edificie 8 subst. gebouw (RGl, 1493, 1527), 148vo oude vervallen structuere ende costelijcke edificien

eenstrecks 8 adv. rechtstreeks (WNT 1, 1566), 12vo wij en wijlden oeck te Roemen nijet meer een strecks nae Veneetgen toe

eclipsij 7 subst. gedeeltelijke maansverduistering, eclips, 79vo Op den omme ganck van desen tempel hebben die turcken een ma[e]n geset of sij in eclipsij waer

elevatie 8 subst. elevatie, de hoogheffing van de hostie, 31ro Als die Patriarch die Elevatie doen souden... soe helpen hem wel zes priesteren... die swaere costelijcke kelcke mit gesteente op heffen

extirperen trans. uitroeien, verdelgen (RGl, vóor 1524), 136ro dat ghij u naersticheijt daer toe doen sult dese lutersche ketterie ende valsche lerijnge te extirperen

 

fabridoen subst. fauxbourdon, eenvoudige vorm van meerstemmigheid, 29ro An die andere sijde sitten die sangers die alleen singen contrapunt ofte fabridoen; 30ro welcke psalmen seer heerlijcken gesongen werden partim simpel ende partim fabridoen

phijlozopheren intr. filosoferen, filosofisch redeneren of denken (WNT), 56ro soe werdt ons gewesen den berch daer Juppiter op plach te phijlozopheren

fijnael 9 subst. doel, zin (WNT II), 68ro wij en wisten niet waer dit volck van daen quamen of waer [hs. naer] sij wijlden. Ten laesten vernamen wij tfijnael van desen

floer subst. bloei, voorspoed, 24vo Ende als Veneetgien voortijts op sijn beste floer was gonden enijge huijsen te huer hondert ducaten dachs

fortelesse 7 subst. fort, vesting, versterkt kasteel (vgl. MNW fortresse; fort(e)resse komt niet bij Jan Goverts voor), 49ro twe stercke castelen twelcke grote fortelesse zijn voor die Veneetianen; 149vo Dese stadt heeft an die water sijde een schoen fortelesse ende sloth mit noch ander fortelesse

fortesse subst. geweld, 161vo Ende compt daer ijmant die haer met fortesse bedwingen wil

 

gemaeckelijc 1 adv. gemakkelijk, zonder moeite (vgl. opm. MNW gemackelike en mackelike met aanhaling Kiliaen ghemackelick ‘facile’ en ‘lente’; WNT, Roemer Visscher, Statenvertaling), 46ro Desen toern was seer gemaeckelijc

[p. 244]

om op te climmen sonder trappen men macher wel met een paert op rijden

geslagen, geslegen adj. een geslagen uur, een heel, vol uur (WM geslegen; WNT geslagen II), 15vo desen halff mile moecht ghij nau gaen in twee geslegen uren; 32vo dit regiment geduert hadde over twe geslagen uren

gevaert 1 subst. groot gebouw (MNW gevaerde; WNT gevaarte B,3), 72ro daer stont een groeten vervallen huijsinge ende placht een schoen gewaert te wesen

guardiaen, guardian 7 subst. gardiaan, prior van een franciscaans convent (Lat. guardianus, It. guardiano; MNW gardiaen, de spelling met u als Hoogduits aangemerkt, bij Jan Goverts komt het veelvuldig en met twee uitzonderingen altijd met u voor), 74ro; enz.

 

haghelgescut subst. met handvuurwapens uitgeruste soldaten (eigenlijk de wapens zelf, maar hier overdrachtelijk gebruikt, zie WNT hagelschut), 70vo Dese deerthien vanen reden al voor en daer reden veel turcken... neffens ons ende daer liep veel haghel gescuts bij ons te voet soe dat wij wel sterck waren over die iiiic

hangijser 1 subst. triangel, 142ro Ende daer speelden ock een op een hangijsere

huijsdack subst. overkapping (WNT, 1667), 26ro Ende alle dese galaijen lagen onder huijs dack twelck wonder was om sien

 

intellen trans. het tellen van personen bij het betreden van een ruimte, 99vo Ende opende een van die twe doeren des tempels... Ende telden ons den een achter den anderen wel scerpelick in; 133vo ende telden wederom seer scarpelijcken in ende sloten die doere achter nae ons toe

intoneren trans. een zang aanheffen, voorzingen (WNT, Kiliaen), 29vo vier doem heeren... die den vesper intonerden Ende als desen hadde begonnen te singen...; 29vo Geintonert hebbende soe gaet die priester opt hoege outaer ende wijeroeckt daer een poese; 30ro Dese vier Providieres... intoneren die psalmen seer lustelijcken twe ende twe te samen bij boerten

 

janeth 7 subst. Turks legerpaard (It. gianetto; MNW genet klein spaans paard; WNT s.v. genet), 66vo Soe waren alle die turcken overeijnde met hoeren janethen ende banieren; 68ro Sij hadden wel bij haer vijf duijsent janethen ende vii duijsent camelen; 70vo met veel turcken op hoer janethen; 72ro Dees quam off rijden op sijn janeth

jodie subst. jodenwijk, jodenkwartier, ghetto (vgl. opm. WNT s.v. joderij), 26vo Ende quamen in die jodie welck jodie is een groet regiment van huijsen recht oft een cloester waer; 52vo gingen wij in die jodie want daer woenen met allen [hs. alleen] veel joden

[p. 245]

cabbelen 1 intr. prevelen, of luider: snateren?, 113vo Ende begoesten aldaer met hem drien te lesen te cabbelen ende... wonder te doen [beschrijving Grieks-katholieke eredienst]

+ campaneel subst. campanile, klokketoren; 140vo boven op den tempel van Calvarien neffens dat campaneel [hs. lamprieel of lampaneel] op climmende twelick een schonen thoorne is mer die clocken sijn daer uut

cleijnte 9 subst. laagheid, gemeenheid; 65ro Aldus soe waren wij altoes bevreest voor die turcken met hoer cleijnten

contrapunt subst. contrapunt (WNT), 29ro Anden eene sijde... sitten die sangers die nijet en singen dan simpel sange An die andere sijde sitten die sangers die alleen singen contrapunt ofte fabridoen [contrapunt is hier hetzelfde als fabridoen]

cortelanck 6 adv. in de uitdrukking cortelanck over geslaghen, het hele verhaal bekort door veel over te slaan, corrupt voor cortelinck?, 136vo Soe hebben (cortelanck over geslaghen) dese... edele mannen... geszworen... op dat heilige evangelium

crakoen 5, 8 subst. kraak, soort zeilschip, 2vo om met een crakoen te zeijlen van Veneetgien over dat groete meer tot Japha toe; 37ro als die galeijen ofte crakoenen of waren van Veneetgien

crap adv. benauwd, ernstig (WNT VII), 14lvo Op dat hij alsoe [door heimelijk vertrek] alleen gesalveert soude sijn want ons avontuer dese tijt seer crap stont

+ crimpraet subst. geheime raad, 41ro alhier [in de geheime raadkamer] vergadert die crimpraet [hs. crimpaert] die welcke eens bisonder vergadert is geweest

crompte 3, 7 subst. kromming, bocht, in de uitdrukking die straeten crompten ende rechten (MNW cromde; WNT, 17e e.), 86vo Ik heb u geseijt nae mijn beste vermogen die straeten crompten ende rechten

cruijsaert subst. munt van geringe waarde, kreutzer, 16ro dat hij souden geven allen den ghenen hem biddende eenen cruijsaert... Alsoe dat hij ons elcx gaf enen cruijsaert; 16vo ende is een tol ende mosten elcx geven een cruijsaert

kuebrugge subst. koebrug, bovendek van de kuil van het schip of het dek dat boven de kuil is aangebracht en dat dient om van voorschip naar achterschip te gaan (WNT 1, 1549), 49vo Ende als dach werden... wordt hij doot op die kuebrugge in een kiste gebrocht; 51ro Ende ons aventmael doende boven op die kuebrugge begonsten wij Candien seer te genaecken [hs. genaecten]

 

lamoen 7 subst. limoen, citroen (MNW limoen; WNT s.v. limoen), 60ro brochten ons te coep... lamoenen druven ende eyeren ende waijertgens

leervlocke subst. het met vulstof voorziene leren overtrek van een zadel?, 65vo die sadelen van die ezels sijn nijet dan hout sonder leer vlocken

[p. 246]

luthersch 8 adj. luthers (WNT, A. Bijns ca. 1540, C. Everaert ca. 1530), 136ro dat uwer geen besmet en is mit die luthersche lerijnge ende ketterije; 136ro zie aanhaling onder extirperen

 

mameluijck 8 subst. mammeluk, Turkse soldaat van christelijke afkomst (It. mam(m)alucco; Hwb Suppl mamelouek), 60ro; 64ro die turcken ende mameluijcken sijn altijt bij ons ende sien ons doer ende weer doer; 64vo Daer quam een dronckert een mameluijck onder ons met een weerp bijl in sijn hant; 145ro noijt en was mijn turck ofte mameluijck lastich dan int off scheijden

marcell subst. marcello, Venetiaanse munt, 50ro wij coften ses goede hunderen om anderhalff marcell ende vijtich eieren om een marcell; 65vo ende ook geven wij haer alte met een market of twe om dat sij ons wat bijstants sullen doen ende bijsonder als wij tot Jerusalem coemen zoe geven wij haer drie marcellen

marcket subst. marchetto, Venetiaanse munt van geringe waarde, éentwaalfde marcell, 50vo Soe coft ick anderhalff pont dadlen voor v marcketten; 65vo zie aanhaling onder marcell

mathe 1, 9 subst. grens, beperking, 81ro in dese poorte was een ijseren raecse dat onse mathe was

militeren 8 intr. strijden (WNT, 1669), 131vo Die sevende seckte dat sijn minrebroeders daer militeren wij mede

mocker, moecker subst. ezelverhuurder, -drijver in het Heilig Land (Ar. mukari, It. muccaro, mucchero), 65ro Soe gingen wij... op die zee strande daer die mockers met horen ezelen bereijt stonden. Die moeckers dat zijn huijsluijden van Jerusalem... die daer tot Japha gecomen waren om aldaer een penninck van ons te winnen met hoeren ezelen ons te verhuren; 65vo Dese mockers hebben vreemde naemen als Josue Machumet Olij Balzem etc.

muijtschuijt 6 subst. scheepsbeschuit (misschien corrupt door anticipatie voor misschuit), 46vo Noch is u van noede te voorsien van victalie als van goede broet, muijtschuijt, ii of iii brillen rode wijn

musirtenwerck 7 subst. mozaïek, inlegwerk (MNW musaica, de daar aangehaalde plaats met musirtenwerk is uit Bernh. von Breidenbachs Die heylighe bevarden tot dat heylighe grafft in Jherusalem; dat boek was voor deze plaats ook de onmiddellijke bron van Jan Goverts) 101ro die wanden sijn met marmor steen bedeckt ende van musirten werck... versiert

mutatie 8 subst. verandering, wijziging, 60vo Ende boven al soe was daer een mutatie van officieren want in Damasco was een nijuwe regent gecoeren

muteren 1 intr. veranderen van stem, de baard in de keel krijgen 29ro oude gebaerden mannen die sijngen als lijsters ende sijn nijet gemuteert [waarschijnlijk zingen zij met falsetstem en zijn zij dus wel gemuteerd]

[p. 247]

net 6, 1 adv. hard, ongevoelig, versteend (mogelijk samen met het voorafgaande, op de voorgaande regel staande hart corrupt voor hartn[eck]et), 69ro nochtans blijven sij in haer boesheijt hart net ende versteent

nischen 7 trans. genot van iets hebben, genoegen aan iets beleven (MNW nieten), 101ro Alsoe datmen die [de gezelkolom in de Heilig Grafkerk] nochtans handelen ende nischen mach

nose 1 subst. haak of oog waarin de klink of grendel van een deur valt (vgl. MNW nose laatste aanhaling; WNT neus 4,g nose 1531), 11ro alle die ysseren clincken ende noesen hadden sij met gewelt uut die posten gebrocken

 

ofscieten 1, 9 trans. afschieten, een ruimte afzonderen door het aanbrengen van een tussenwand, 47ro Drie ofte vier spanter te samen die laeten haer stantien of scieten in manier of[t] een camer waer die sij mogen toe sluijten

onderdect adj. van een bodem of bak voorzien? 148ro Ende dese caretten sijn al overgedect gelijck bij ons die brabantsche wagens onderdect zijn

onderleggen, hem refl. zich voorzien van (WNT II,1, 1672), 4vo want wij ons binnen desen tijden versaegen ende onderleijden van als wat ons van noode was; 4vo Ende een ijgelijc was naerstich om hem te onderleggen vant ghene wat hem van noede was

opletten intr. opletten, aandacht voor iets hebben (WNT, Bredero), 2vo zomige notabile dingen die haer vergeten zijn ende nijet op gelet en hebben

opsmiten trans. verjagen, opdrijven (WNT I,1 Aanm., 1579), 30vo Men mosten volck met swepen ende houten op smiten souden wij anders opten hoegen chore mogen geraecken

optellen trans. uittellen, 146ro naedemael hij onse alder hoeftgelt op getelt hadde den turcken

optie 9 subst. het recht van koop of huur (WNT, 1601), 20ro wij mochte onse optie hebben van twe schepen die koere

oratoer 9 subst. woordvoerder (WNT orateur, 1654), 46ro heeft die Paus den Veneetianen gegeven groet Previlegien... waer of den Oratoer van Veneetgien hoechelijcken danckten den Paus

oratorium subst. private kapel of gereserveerd deel van de kerk (WNT 1, 1650), 31vo Die hertoch van Veneetgien lach boven op sijn oratorium ende sach doer die tralien alle die kerck over

 

pailpetrum subst. pulpitum, lessenaar, 30ro Ende mits desen soe nemen sij den cappe vande Principalen ende hangenze overt Pailpetrum

partim adv. gedeeltelijk, 30ro welcke psalmen seer heerlijcken gesongen werden partim simpel ende partim fabridoen

passaegie 1 subst. plaats waar men doorheen trekt (WNT passage II,e, 1513), 2ro bescreven hebbe mijn reijse ende aventure van passaegie tot passaegie

[p. 248]

pauline subst. heiden, ketter, hier lutheraan, 10ro Want die Paulinen met groeter hoepen op die beenen waeren; 12vo soe quamen der drie Paulinen... uut dat bossch nae ons stoeten

platuijt adv. vlakweg, geen tegenspraak duldend (MNW s.v. plat III,2, Kiliaen; WNT, 2e helft 16e e.), 154vo Onse capijteijn en [hs. ende] wilde platuijt niet voorts zeijlen sonder die ander drie scepen van Veneetgien

pontificael subst. staatsiegewaad van de hogere geestelijkheid (WNT, 17e e.), 32vo Ende die Patriarch in sijn pontificael seer costelijck gaende; 36vo Enden Abt was in sijn pontificael seer trijumphelijck

possessie subst. tol, tolopbrengst (WNT, vroeg 16e e.), 9vo een platte valleij daer den keijser den possessie vanden Rijn ontfangt

pottebacker 3 subst. pottenbakker (WNT pottenbakker, deze vorm al bij Everaert 1527), 88vo Soe hebben sij daer om gecoft een acker van een pottebacker

procederen 1, 9 intr. voortgaan als in een processie, 76vo Wij procederden voorts tot Caijhas huijs

processionaliter adv. processiegewijs, 2vo processionaliter volgende dat heijlige sacrament

protexie 8 subst. bescherming, hoede (WNT 1, 1566-68), 44vo hebben hem genoemen onder haer protexie om hem voor te staan ende te bescermen

providier 7 subst. kanunnik (MNW provendier vgl. aanm.), 30ro Dese vier providieres die sitten mitsen opten chore neffens malcander

providiercap subst. kap van een kanunnik, 28vo Daer nae volgen vier eedelen heeren canonijken mit elcx een gouden providier cap an hebbende

 

rechte 1 subst. het rechte gedeelte van een weg die ook crompten kent, in de uitdrukking die straeten crompten ende rechten dat is de gehele of juiste weg (WNT 2, 1807), 86vo voor aanhaling zie crompte

rechtvaerdicheijt 1 subst. waarheid, 12ro Maer wij seggen u die rechtvaerdicheijt wij en weten van geenen bedroch

reffe subst. draagkist? (identiek met MNW rive en WNT rijf II?), 6vo [struikrovers] sloegen een arm bloet een reffe met glasen ontween

roeschmolen 7 subst. paardemolen (MNW rosmolen), 58ro ezelen die daer over [nml. over graan] liepen ront omme gelijck een roesch molen

 

scabel 1 subst. verhoog (Lat. scabellum; WNT 4, 1888), 40ro Die taffel stont verheven op een hoegen scabel vander aerden met drie trappen op te treden ende dese scabel was al over dect mit costelijcken vuet clederen

schalmeije, schelmeije 2 subst. hobo-achtig instrument (WNT), 37vo Dese misse wert uut den boeck gespeelt mit schalmeijen ende schuijftrompeten... ende die oorgel respondeerden op dese schelmeijen

[p. 249]

schuijftrompet subst. bazuin, trombone (Stallaert; WNT s.v. schuiven samenst. kol. 1187, Vondel), 37vo voor aanhaling zie onder schalmeije

scorluijn 7 struikrover (MNW scharluyn; WNT scharluin 2), 6ro Gulpenberch ijs een lelijcke moort kuijl daer alle rabauwen ende scorluijne onderhouden zijn

secuer adv. zeker, veilig (WNT, 1637), 20ro Solliciterende om een goet scip daer wij secuere souden mogen passeren over dat meer

semeent 1 subst. klei- of kalkachtige stof, misschien hier bitumen (MNW sement en ciment; WNT ciment), 161ro Ock werpt sat Doode Meer veel semeents op als die zee bij ons die scelpen op werpt

simpelsanck, simpelsang 3 subst. eenstemmige (liturgische) zang, 29ro An den eene sijde... sitten die sangers die nijet en singen dan simpel sang; 32ro Ende elcke collegie... songen een poese discant of simpel sanck nae dat collegie was

slotel 1 subst. versterking die de toegang tot een plaats beheerst (WNT sleutel A,2, 1572), 13vo wij quamen tot die slotel vant geberecht twelck is een heerlijck ende seer starck casteel

sneeballen intr. met sneeballen gooien (MNW s.v. sneebal), 14ro ende gingen maelcander snee ballen twelck vreemt was voor ons in den sommer

soeckend gelt subst. smeergeld, 69vo want die andere smalle heeren... sijn al vol bedroch die onze patroon al most paijen met soeckende gelt

solliciteren, soliciteren I 1, 9 intr. zoeken, uitkijken naar, 20ro Solliciteerende om een goet scip daer wij secuere soude mogen passeren over dat meer; 69ro doer dit heer soliciteerende alzoe lange tot dat onse patroon... gecoemen is inden tenthe... van Soliman; II 1, 8 intr. zich beijveren (RGl, 1e kwart 16e e.; WNT, 16e e.), 22ro Soe soliciteerden wij om uut desen herberch te geraecken wantet daer seer coestelijcken was

solierheijt, op sijn - subst. in zijn eentje, alleen, 45vo hij hoopte een goeden paijs te maecken... indien sij hem wilden laten reijsen tot sijnen vader op sijn solierheijt

somenckelen 6 num. een aantal, enkele (mogelijk verschrijving voor somenlecken), 59vo ende brachten met hem somenckelen comenschappen twelck sij onsen patroen veijlden

soudaniet 6 subst. soldaat (mogelijk corrupt voor soudanier dat in het hs. meermalen voorkomt, misschien onder invloed van soudaet), 13vo Ende dit casteel wert nacht ende dach seer scerpelijc bewaert van des keijsers soudaniten

speculeren 9 intr. om zich heen zien (Lat. speculor; WNT A,1, 17e e.), 60vo Den xxix dach in Julio soe laegen wij en speculeerden opt scip; 61vo Als wij dus lagen en speculeerden ende schoen claer weder was soe werden ons vertoent...; 68ro Als ick in deser manieren boven op [hs. opt] dit hospitael speculeerende was ende sach verde van mijn doer dat schoene... velt; 61vo;

[p. 250]

spijets 7 subst. speer, lans (MNW spiet), 25vo voor hondert duijsent man... spijetzen ende staven

spolieren trans. plunderen, beroven (WNT, Anna Bijns), 132vo een groete menichte der arabianen waren te Rama ons aldaer verwachtende op dat sij ons wilden spolieren

stancie, stantie subst. verblijfsruimte, de individueel toegemeten ruimte in een groot verblijf (It. stantia, stancia), 47ro Aldaer soe loten wij om onse stantie dat is een plaetse van iii voet breet ende viii of ix voet lanck daer ghij u kist ende u goet mocht setten; 47ro zie aanhaling onder ofscieten; 140vo Doe moechten wij wel alsoe dick alst ons geliefden uut onse stancie gaen boven opden tempel van Calvarien

stoten 1 intr. ergens op afschieten, met snelheid op iets afvliegen, (WNT C,3, Hooft), 12vo soe quamen der drie Paulinen... uut dat bossch nae ons stoeten

stradiot, stradioot 7 Albanese huursoldaat (It. stradiotto; MNW strajotte), 49ro In dit geberecht [Albanië] woenen die stradioten

strack 3 adv. rechttoe, rechtstreeks (vgl. MNW strac 1 en/of 3 Kiliaen; WNT strak vgl. II,2), 124ro Alsoe dat eenige namen den kortsten wech strack na Jherusalem

structuer 8 subst. bouwwerk, groot gebouw (WNT 2, 17e e.), 38vo ende cloemen op een nijeuwen structuer; 89vo Dit badt Sijloe is een vreemt regiment ende structure mit pilarens redelijck diep inder aerden; 148vo Famagusta, twelick een wonderlijck regiment geweest is alsmen sien mach andie oude vervallen structuere

subjectie 8 subst. heerschappij, macht, beheer (RGl, 1482), 48vo Ende die minnebroeders... hebben dat eijlant... onder haer subjectie

 

tegenwoordig 1 adj. onderhavig (WM; WNT II,A,1b, 1560), 2ro om alle christen menschen tot devotien te trecken die dit tegenwoordigen boeck sullen lesen ofte hoeren lesen; 20ro Om nu vorts te verclaeren dat anderde Artikel des tegenwoordigen boecks

thonijnvisch subst. tonijn, 61ro een groetten thonijn vische

torsen 1 trans. trekken, meesleuren, 63vo die [pelgrim] werdt gescurt vanden turcken ende torsten hem voorts den berch op; 63vo Ende torsten hem wedder uut die tenthe tot in die kellenaers; 91ro als sij qu[a]emen toorsen met Jesum dat onnoselen lam

trosch 1 subst. (leger)troep, groep, synoniem van schare (WNT tros 5, 1562), 3ro alzoe wij dat heijlige lant betreden hebben mitten trosch ende schare der turcken

trosman, troesman, -luijden subst. I gewapende geleide (vgl. WNT trosman, troslieden en trucheman met onjuiste betekenis voor de aanhalingen uit het verslag van Arent Willemsz 1525; zie ook de opmerking hieronder bij

[p. 251]

truijtzelman), 7ro daer nae reden wij uut den stadt van Aken mit onse troes [hs. troest] luijden die wij aldaer gehuert hadden met ons te reijsen om ons te geleijden; 7vo Die snaphaen vraechden onse trosman wat wij voor luijden waren; 12vo Ende overmits vrese dat wij die wech nijet mochten gebruijcken om dat gebueft soe huerden wij troesluijden die ons geleijden; II begeleider, gids, tolk, 30vo Ende alsset nu tijt was soe quamen onse troesluijden... tot ons ende leden ons ter kercken; 41vo onse troosluijden bedieden ons eens deels van dees

truijtzelman 7 subst. tolk, gids in het Heilig Land (It. turcimanno; MNW driutsman; truitzelman is Mhd. volgens Verdam; WNT trucheman met aanhalingen uit Bijdr. Gesch. Haarlem, d.i. Arent Willemsz' verslag; tussen trosman II en truijtzelman is in beginsel geen verschil in betekenis; waarschijnlijk heeft Goverts de verwantschap tussen de woorden niet beseft) 139vo Ende daerom wasset wel betamelijck mittie guardiaen... mits oock onse patroon ende truijtzelmannen vrolicken te sijn... want sij ons altoes trouwelicken bescermt hadden

 

vaendach 6 subst. feestdag? (mogelijk corrupt voor maendach), 46ro In desen voorscreven camer compt die hertoch van Veneetgien alle vaendach tot die rechter

verkijken trans. bespeuren, opmerken, 64vo een dronckert een mameluijck... ende hij hadde verkecken een groten houten vlesch

vijrart subst. munt van geringe waarde, kreutzer, 13vo een lange bruch ende is een tol Soe wie daer over gaet die moet daer geven eenen vijrart

victoriosch 8 adj. triomfantelijk, overwinnend (RGl, eind 15e en begin 16e e.; WNT, 16e e.), 78ro onsse victoriosche keijser Karolus

vlus 7 adv. zopas, zoëven (MNW vloges; WNT flus 3, 17e e.), 120ro daer ick vlus van gesproken hebbe

 

watersijde 8 subst. de naar zee toegekeerde zijde, 149vo Dese stadt heeft an die water sijde een schoen fortelesse

wonderdoen intr. het verrichten van de consecratie van brood en wijn (Roomskatholieke en Grieks-katholieke eredienst), 113vo Ende begoesten aldaer met hem drieen te lesen te cabbelen ende hadden met hem drien wonder te doen