| 1. | Tot ontbinding der Maatschappij wordt niet besloten dan met gelijktijdige aanwijzing van een in Nederland gevestigde wetenschappelijke instelling waaraan de baten der Maatschappij worden toegekend. |
| 2. | Een besluit tot ontbinding kan slechts genomen worden in een daartoe opzettelijk ten minste drie maanden tevoren bijeengeroepen vergadering en wel met een meerderheid van stemmen van twee/derde der aanwezige gewone leden. Het geheel der aanwezige aan de stemming deelnemende leden moet ten minste een/derde van het totale aantal gewone leden der Maatschappij uitmaken. |
| 3. | Indien het in het vorige lid aangegeven aantal bij de stem- |
| ming niet aanwezig is, zal een tweede vergadering worden bijeengeroepen, met inachtneming van de termijn in het vorige lid bedoeld. Deze vergadering zal met een meerderheid van twee/derde der aanwezige gewone leden tot ontbinding kunnen besluiten, ongeacht het aantal der aanwezige leden. |
[De hierboven afgedrukte Wet is op 10 juli 2003 bij notariële akte verleden voor mr. Renée Meiners, notaris te Leiden.]