terug  begin  verderprepost
[p. 31]

Bijlage VI Huishoudelijk reglement van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde

1.In dit reglement wordt verstaan onder de Wet de statuten van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, die worden aangeduid als de Wet van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.
2.Het bestuur kan in de loop van het verenigingsjaar maximaal 25 leden benoemen.
3.1.Het bestuur kan taken, die tot zijn bevoegdheid behoren, opdragen aan het dagelijks bestuur bedoeld in artikel 25 lid 3 van de Wet.
3.2.De beslissingsbevoegdheid van het bestuur berust voor deze taken dan bij het dagelijks bestuur.
4.1.De Commissie van advies voor de financiën bestaat uit drie leden, te benoemen door het bestuur. Zij worden benoemd voor de tijd van vier jaar. Zij treden af volgens een door het bestuur vast te stellen rooster. Een afgetreden lid is onmiddellijk herbenoembaar. Deze Commissie brengt het bestuur desgevraagd of eigener beweging advies uit over de financiën van de Maatschappij en wel in het bijzonder omtrent:
a.het aan het bestuur opgedragen beheer van het vermogen van de Maatschappij;
b.de inrichting van de begroting;
c.subsidieaanvragen aan derden.
4.2.De vaste Commissies bedoeld in het eerste, alsmede de Werkgroepen bedoeld in het derde lid van artikel 45 der Wet, stellen voor de regeling van hun werkzaamheden een huishoudelijk reglement op, dat niet in strijd mag zijn met de Wet en dit Reglement. Deze huishoudelijke reglementen behoeven de goedkeuring van het bestuur van de Maatschappij alvorens zij van kracht worden.
4.3.Het ledenaantal van elk der in het voorgaande lid bedoelde vaste Commissies wordt bepaald in genoemd huishoudelijk reglement, met dien verstande dat het ten minste vijf bedraagt.
5.1.Ter voorbereiding van de verkiezing van leden der vaste Commissies als bedoeld in artikel 39, lid 10 der Wet doet elke vaste Commissie jaarlijks vóór de bestuursvergadering vooraf-
[p. 32]
gaande aan de jaarvergadering een voordracht toekomen aan het bestuur. Enkelvoudige kandidaatstelling is toegestaan.
5.2.Het bepaalde in artikel 27, lid 2 der Wet is op de Commissies van overeenkomstige toepassing.
5.3.Elke Commissie is bevoegd zich in bijzondere gevallen één of meer raadgevende leden toe te voegen, en andere leden der Maatschappij tot één of meer van haar vergaderingen uit te nodigen.
6.1.Aan elke Commissie bedoeld in artikel 4 en 5 van dit Reglement kan het bestuur jaarlijks voor haar onkosten een geldbedrag toekennen, welks besteding achteraf aan het bestuur te verantwoorden is.
6.2.Elke Commissie geeft jaarlijks vóór één april schriftelijk verslag van haar werkzaamheden aan het bestuur, dat beslist op welke wijze elk verslag aan de jaarvergadering wordt meegedeeld.
7.1.Het bestuur van een Werkgroep, bedoeld in artikel 45 lid 3 van de Wet, wordt uit en door de leden van de Werkgroep gekozen, met dien verstande dat een meerderheid van de gekozen bestuursleden moet bestaan uit leden van de Maatschappij. De bestuursleden treden af volgens een rooster dat door het bestuur van de Werkgroep wordt vastgesteld.
7.2.Het lidmaatschap van een Werkgroep komt tot stand op door het bestuur van deze Werkgroep te bepalen wijze, met inachtneming van het in artikel 45 lid 3 van de Wet bepaalde.
7.3.De geldmiddelen van een Werkgroep bestaan uit bijdragen van de leden van de Werkgroep en een door het bestuur van de Maatschappij jaarlijks toegekend geldbedrag. Het bestuur van de Werkgroep is voor het beheer en de besteding van het geldbedrag verantwoording schuldig aan het bestuur van de Maatschappij.
7.4.Elke Werkgroep geeft jaarlijks vóór de bestuursvergadering, voorafgaande aan de jaarvergadering, schriftelijk verslag van haar werkzaamheden aan het bestuur, dat beslist op welke wijze dit ter kennis van de leden wordt gebracht.

Aldus vastgesteld in de jaarvergadering van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde van 24 mei 2003.

prepostterug  begin  verder