We zagen dat Wonderlicke Avontuer binnen de Nederlandse literatuur een bijzondere plaats inneemt. In Nederland hebben we uit de periode 1580-1630 geen teksten gevonden die direct aansluiten bij Wonderlicke Avontuer. De vraag is nu of er in het ons omringende buitenland misschien wel zulke teksten bestaan. Dit kan op twee manieren het geval zijn.
Ten eerste kan ons verhaal een vertaling van een oorspronkelijk niet-Nederlandstalige tekst zijn. Gezien de Duitse achtergrond van ons verhaal lijkt een vertaling uit het Duits tot de mogelijkheden te behoren. Een speurtocht naar zo'n oorspronkelijke Duitse tekst leverde echter niets op. Ten tweede kan er sprake zijn van invloed van een of meer buitenlandse teksten op de auteur van Wonderlicke Avontuer. Op dit laatste punt gaan we hier verder in. Om te beginnen komen we even terug op de al besproken Griekse romans.
In 1549 werd in Frankrijk Heliodorus' Aethiopica in het Frans uitgegeven. Later volgden er meer vertalingen van Griekse romans en niet alleen in Frankrijk maar overal in Europa. (De Nederlandse vertaling van Heliodorus' Histoire Etyopique, De Moorenlandtsche gheschiedenissen, verschijnt in 1610.) De Griekse roman zou in Europa grote invloed uitoefenen op de ontwikkeling van verhalend proza en speciaal de roman. Vooral het basisgegeven van deze romans werd enorm populair: de door allerlei noodlottige gebeurtenissen gedwarsboomde liefde tussen de held en de heldin. Maar ook motieven als travestie, oorlog, schipbreuk en het elkaar niet herkennen van de geliefden na een periode van scheiding werden driftig nagevolgd.
Hierboven is al aangegeven dat Wonderlicke Avontuer een aantal overeenkomsten en verschillen vertoont met de Nederlandse vertegenwoordigers van de aldus ontstane traditie. In Wonderlicke Avontuer vinden we het basisgegeven van de gedwarsboomde liefde en diverse bekende motieven. In tegenstelling tot ons verhaal gaan ook de in Frankrijk verschenen Griekse romans en hun directe navolgingen echter over hooggeplaatste, enigszins onwerkelijke personen: koninginnen en koningen, prinsen en prinsessen, die leven in verre vreemde landen in een vaag verleden en onwaarschijnlijke avonturen beleven. Hun hevige liefdesaandoeningen worden vaak uitvoerig geschilderd.
Enige belangrijke kenmerken van Wonderlicke Avontuer als realisme, een (actueel-)historische achtergrond en het optreden van gewone personen ontbreken.
Die kenmerken komen we wel tegen in een aantal geheel andere romans. In The Unfortunate Traveller (1594) van Thomas Nash vinden we in Jack Wilton een gewoon hoofdpersoon. Jack beleeft zijn avonturen in een vaak alledaagse en reële omgeving. Veel van de gebeurtenissen zijn, net als in Wonderlicke Avontuer, localiseerbaar en dateerbaar, bijvoorbeeld als Jack aan bekende historische veldslagen meedoet of historische personen tegenkomt. Nash springt echter nogal nonchalant om met de historische feiten, zodat hier en daar anachronismen ontstaan. Net als in Wonderlicke Avontuer wordt naast het gebruik van humor de beschrijving van gruwelijkheden niet geschuwd. Toch zijn er ook verschillen. Het belangrijkste is dat de liefde in The Unfortunate Traveller slechts een bescheiden rol speelt. Daarbij komt dat er ondanks de realistische achtergrond toch nog een aantal, typisch avonturen-romanachtige onwaarschijnlijkheden voorkomen. Ook Thomas Deloney schrijft in zijn romans over gewone mensen. Zo vinden we in zijn Jack of Newbery (1597) een textielfabrikant in een duidelijk dateerbaar en localiseerbaar decor. Gewone mensen vinden we ook in Jörg Wickrams Von guten und bösen Nachbarn (1556), dat een soort burgerlijke familieroman is. De verschillen tussen de twee laatst genoemde romans en Wonderlicke Avontuer zijn echter aanzienlijk. Zo vinden we in beide weinig liefde en veel moraal.
In de tot nu toe besproken romans vinden we diverse kenmerken van Wonderlicke Avontuer terug. We kunnen concluderen dat ons verhaal niet als iets volkomen nieuws uit de lucht is komen vallen, maar dat het aansluit bij andere romans uit die tijd. Ten opzichte van de besproken voorbeelden neemt het echter een bijzondere plaats in. De combinatie van een aantal bekende motieven met gewone personages en recente historische gebeurtenissen in een niet zonder humor verteld verhaal kwamen we nog niet tegen.
Er zijn echter twee groepen romans die in veel gevallen een dergelijke combinatie laten zien. Tussen 1590 en 1610 verschijnen er in Frankrijk avonturenromans en sentimentele romans die grote gelijkenis vertonen met Wonderlicke Avontuer. In de avonturenromans uit deze periode vinden we al een aantal treffende overeenkomsten. Ze gaan meestal over de trouw tussen twee geliefden die noch door hindernissen noch door scheidingen in gevaar komt. De gelieven ondergaan hun beproevingen meestal tijdens avontuurlijke reizen en/of in oorlogssituaties. Veel voorkomende motieven zijn onder andere vermommingen en jonge meisjes die zich als man verkleden om hun geliefde te volgen of terug te vinden.
De duidelijkste overeenkomsten met Wonderlicke Avontuer vinden we echter in de sentimentele romans, die we overigens niet te scherp van de avonturenromans gescheiden moeten zien. Van veel romans in deze periode valt niet duidelijk te bepalen tot welk van de subgenres ze behoren.
Ook de sentimentele romans gaan over de trouwe liefde die gedwarsboomd wordt door het noodlot of door mensen. Geregeld geven ouders geen toestemming voor een huwelijk wegens godsdienstverschillen of omdat ze het meisje om financiële redenen aan een ander willen uithuwelijken. Dikwijls ook worden de geliefden door gevangenschap of door oorlog gescheiden. De hoofdpersonen zijn moderne gewone mensen, hoewel afkomstig uit de hogere klassen. Ze zijn geplaatst in een reëel en waarschijnlijk decor dat duidelijk gelocaliseerd en gedateerd kan worden. Meestal kan dat omdat het verhaal zich afspeelt in een (recente) periode uit de Franse geschiedenis. Vooral de zojuist beëindigde burgeroorlog wordt druk gebruikt en we komen dan ook veel gevechtssituaties en beschrijvingen van oorlogsleed tegen. De auteurs willen ons daarbij doen geloven dat ze verslag doen van ware geschiedenissen. Dikwijls delen ze mee dat ze het verhaal van een van de personen zelf gehoord hebben, waarop dan meestal volgt dat ze de namen hebben moeten veranderen. In deze romans krijgen de hoofdpersonen vaak Griekse namen. Veel van de auteurs van deze romans wensten anoniem te blijven of gaven alleen hun initialen. Enkele wel bekende schrijvers zijn Nicolas de Montreux, Du Souhait, Nervèze, Vital d'Audiguier en Des Escuteaux. Van de laatste twee is na 1630 werk in het Nederlands vertaald.
Ook op de hier genoemde punten bestaat er een opvallende overeenkomst met de aanpak in Wonderlicke Avontuer. Helaas is er van de anonieme auteur daarvan geen voorrede, die op deze relatie tussen fictie en realiteit ingaat. In de tekst zelf doet de verteller duidelijk moeite om de lezer te overtuigen van het realiteitsgehalte van het verhaal. Hij deelt mee dat het ‘nu onlanghs ghebeurt’ is en ondersteunt dit met exacte datering en localisering in de loop van de geschiedenis. Hij suggereert dat hij de hoofdfiguren persoonlijk kent, en dat deze hem hebben verzocht hun namen te veranderen. Hij maakt het feit dat hij dit alles gaat vertellen aannemelijk door het ‘wonderlijke’ van de geschiedenis te beklemtonen en door een ‘vriend’ als aangesproken persoon te introduceren aan wie hij al vaker een verhaal verteld heeft. Bovendien laat hij de hoofdpersonen de ‘Copye van dese Historie’ in Leiden, waar het boekje is gepubliceerd, afgeven (r. 1110). Hij verzuimt te vermelden hoe hij dan achter de rest van hun belevenissen (r. 1110 tot slot) is gekomen.
Natuurlijk is deze claim dat het om een door de hoofdpersonen zelf
vertelde geschiedenis gaat, geheel of gedeeltelijk fictie. Dat blijkt uit het feit dat de verteller dingen weet die niet bekend kunnen zijn aan Waterbrandt of Wintergroen, zoals de innerlijke overwegingen van de ‘Generael van de Krabaten’ (r. 702 e.v.) of de door hen niet gehoorde woorden van de schipper in r. 1062-64. Het is niet geheel uitgesloten dat aan Wonderlicke Avontuer waar gebeurde belevenissen ten grondslag liggen, maar ze zijn in elk geval omgewerkt tot een verhaal. En dat verhaal lijkt te behoren tot hetzelfde genre als de Franse sentimentele romans uit een iets eerdere periode, op grond van opvallende overeenkomsten in stof, motieven en aanpak. Deze overeenkomsten kunnen toevallig zijn, of het gevolg van invloed van één of meer Franse voorbeelden. Om dat laatste vast te stellen is onderzoek nodig naar de afzonderlijke Franse romans uit deze categorie, een onderzoek dat in het kader van de voorbereiding van deze uitgave niet verricht kon worden.
Uit de geraadpleegde studies over de Franse roman valt op te maken dat er naast de bovengenoemde overeenkomsten ook verschillen zijn. Deze betreffen in ieder geval de stijl: het taalgebruik in deze romans is zeer geaffecteerd; wel zonder klassieke geleerdheid, maar met precieuze wendingen vol metaforen en gezochte vergelijkingen. Gedichten en brieven onderbreken geregeld de loop van het verhaal. De ‘roman sentimental’ kon zo fungeren als handleiding voor elegante manieren en gecultiveerde taal. In Wonderlicke Avontuer ontbreekt een dergelijke mate van gekunsteldheid. Hoewel de stijl niet zonder enig raffinement is, is de verhaaltrant toch overwegend eenvoudig.
Alles bijeengenomen constateren we dus duidelijke verschillen in toon, en duidelijke overeenkomsten in motieven en situering. Het is niet uitgesloten dat de schrijver van Wonderlicke Avontuer zich door de lectuur van dit soort Franse teksten heeft laten inspireren, al valt nog niet te zeggen of een bepaalde roman als model gediend kan hebben. Hierbij moet overigens wel in aanmerking genomen worden, dat de meeste van deze Franse romans vele malen omvangrijker zijn dan dit Nederlandse verhaal.
Maar kon de anonieme Nederlandse auteur, of konden zijn lezers, op de hoogte zijn van deze Franse teksten? Deze vraag kan ondubbelzinnig bevestigend beantwoord worden. Er is uit 1609 een magazijn-catalogus van Franstalige boeken bewaard gebleven van de belangrijke Amsterdamse boekverkoper Cornelis Claesz. En daarin wordt een hele serie titels opgesomd die tot de besproken categorie behoren, zoals Les Chastes & Infortunées Amours de Baron de l'Espine & de Lucrece de la Prade (1598) of Le triomphe de la Constance, où sont descrites les Amours de Cloridon & de Melliflore (1605). In de inventaris van de boekwinkel van Jan Jansz. Orlers te Leiden uit 1623 tref-
fen we nog een viertal titels aan, overigens in gezelschap van niet minder dan tweeënveertig exemplaren van Franse uitgaven van Boccaccio's Decamerone. Wat we niet weten, is of het publiek van dit soort Franse romans en de kring waarin Wonderlicke Avontuer gelezen werd, elkaar overlapten. Maar aanrakingspunten zijn in elk geval niet bij voorbaat uitgesloten. In dat verband is trouwens de suggestie interessant die door B. van Selm gemaakt is in een bespreking van de eerste druk van Wonderlicke Avontuer (in Dokumentaal 14 (1985), p. 23-24). Hij wijst er nog eens op dat het omschrijven van de beoogde of werkelijke kopers en lezers van een boekje uit die tijd bij de huidige stand van kennis nog een lastige zaak is. Maar ‘voor dit kleine Leidse boekje over de liefde van twee jonge mensen’ ligt een bepaald publiek voor de hand: de studenten ter plaatse. ‘De Leidse boekverkoper heeft mijns inziens primair de geschoolde groep jongeren in de stad zelf op het oog gehad. Het was voor studenten aantrekkelijke ontspannings-lectuur en zeker ook geschikt om in gezelschap van bevallige dames voor te lezen.’ Dit is zeker een aantrekkelijke gedachte, die helaas net als andere veronderstellingen over het publiek moeilijk bewijsbaar is. In dit geval blijft het bijvoorbeeld nog onopgehelderd hoe de met het boekje samengebonden prognosticatie in dit kader gefunctioneerd heeft.
Over de ontwikkeling in Europa van het proza in het algemeen en de roman in het bijzonder bestaat een grote hoeveelheid literatuur. De diverse Nederlandse, Duitse, Engelse en Franse literatuurgeschiedenissen geven hierover uitgebreide literatuurlijsten. Een aantal werken over het onderwerp noemen we hier. Voor de ontwikkeling van het proza en de roman in Nederland, vooral in de zestiende en zeventiende eeuw is van belang J. ten Brink, Romans in Proza. De roman in Engeland in die periode wordt onder andere besproken in E.A. Baker, The History of the English Novel. Voor informatie over de roman in Duitsland is onder andere H. Boor und R. Newald, Geschichte der deutschen Literatur bruikbaar. Over de roman in Frankrijk is zeer veel gepubliceerd. Een overzicht geeft onder andere H. Coulet, Le roman jusqu'à la révolution en M.Lever, Le roman français au XVII siècle. Daarnaast is G. Reynier, Le roman sentimental avant l'Astreé vooral van belang voor de Franse sentimentele en avonturenromans uit de door ons bekeken periode. Over boekhandelscatalogi raadplege men B. van Selm, Een menighte treffelijcke boecken.