Zeeusche Nachtegael


auteur: anoniem Zeeusche Nachtegael


editeur: P.J. Verkruijsse en P.J. Meertens


bron: P.J. Meertens en P.J. Verkruijsse (eds.), Zeeusche Nachtegael en bijgevoegd A. vande Venne Tafereel van Sinne-mal, Drukkerij Verhage & Zoon, Middelburg, 1982  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 54]origineel

Sonnet Aen de Zeeusche Poëten.

 
Ghy altijt lustich volck, dat met u gheest ghewoon
 
Te sweven zijt om hooch, en welcoom by de Gooden,
 
Die u alst feest-dach is op haer bancquet doen nooden
 
En boven aen het naest Iupiters wijste soon.
5
O lucksch teghen-deel! van die om wanckel loon
 
Vermuffen op 'tCantoir (een graf van sulcke dooden)
 
V eer ick in mijn hert, u vier ick, als de booden
 
Van de onsterflickheyt, belommert met haer croon.
 
Ick heb onlangs verstaen dat ghy met schrandre listen
10
In Zeelant u quartier begint te Alcumisten
 
Om gout te maken? Neen! Maer grooter Meester-stick
 
Neemt ghy-lie by der hant, 'tzijn wonderlicker curen
 
Cunt ghy u Nachtegael doen soetjens tureluren
 
Die in sijn moeders tael roept kick, borr kick, kick kick.