Zeeusche Nachtegael


auteur: anoniem Zeeusche Nachtegael


editeur: P.J. Verkruijsse en P.J. Meertens


bron: P.J. Meertens en P.J. Verkruijsse (eds.), Zeeusche Nachtegael en bijgevoegd A. vande Venne Tafereel van Sinne-mal, Drukkerij Verhage & Zoon, Middelburg, 1982  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 147]origineel

Principiis Obstra.



illustratie

 
GHy die in u bedrijf wilt leven nae de reden,
 
Ey stelt op dit ghesicht een weynich uwe schreden,
 
Hier is een corte les; een les, die menich man
 
Tot ruste, tot vermaeck, tot vrede dienen can.
5
Eerst, soo u jeuchdich hert is vierich om te minnen,
 
En valt niet aen het werck met onbedachte sinnen,
[p. 148]origineel
 
Denct, vraegt, siet, ondersoect, en pleegt gesetten raet;
 
Alst peert is opte loop, dan comt de toom te laet.
 
Indien ghy zijt gheneyght om haestich uyt te varen,
10
Hout als geduerich wacht, en leert u soo bedaren,
 
Weest veerdich in de weer, en dempt het eerste quaet;
 
Alst peert is opte loop, dan comt de toom te laet.
 
Soo haest ghy quade sucht voelt in de leden spelen,
 
En stelt gheen saken uyt tot hert en longher quelen;
15
Verdrijft de Zeeusche coorts eer datse vorder gaet;
 
Alst peert is opte loop, dan comt de toom te laet.
 
Wat sal ick groot beslagh, en duysent vreemde dinghen
 
Vermenghen onder een, en hier te berde bringhen?
 
Let in u gansche doen, let op het eerste faet,
20
Alst peert is opte loop, dan comt de toom te laet.
 
I. CATS.