Zeeusche Nachtegael


auteur: anoniem Zeeusche Nachtegael


editeur: P.J. Verkruijsse en P.J. Meertens


bron: P.J. Meertens en P.J. Verkruijsse (eds.), Zeeusche Nachtegael en bijgevoegd A. vande Venne Tafereel van Sinne-mal, Drukkerij Verhage & Zoon, Middelburg, 1982  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Cave temerè diffidas.

 
ALle liefd' die altemet
 
Met na-dencken word besmet,
 
Jan niet hebben langhen duyr,
 
Maar vergaat van uyr tot uyr.
5
Als een vriend sijn vrient mistrout,
 
Siet haar vriendschap strax verflout,
 
Want mistrouwen maeckt verschil,
 
End 'tverschil breect beyder wil,
 
End des wils oneenigheyd
10
Maact dat hare vriendschap scheyd:
 
Alsmen na sijn vrouw moet sien
 
Moet de liefde verre vlien.
 
Niet en worter seer gheacht
 
Datmen houd van schuld verdacht:
15
Doch die met een losse sin
 
Houd verdacht eens anders min,
 
Een ghewis bewijs dan gheeft
 
Dat hy selfs geen liefd' en heeft.