Zeeusche Nachtegael


auteur: anoniem Zeeusche Nachtegael


editeur: P.J. Verkruijsse en P.J. Meertens


bron: P.J. Meertens en P.J. Verkruijsse (eds.), Zeeusche Nachtegael en bijgevoegd A. vande Venne Tafereel van Sinne-mal, Drukkerij Verhage & Zoon, Middelburg, 1982  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Syncerum est nisi vas quodcunque effundit amarum est.

 
DIe goede wijn, of eenich nat
 
Wil tappen uyt een stinckend' vat,
 
Die sal voorwaar van sulcken dranck
 
Ontfangen weynich eer, end danck,
5
Al is hy van coluere goed,
 
Van rueck, end ooc van smake soet,
 
Nochtans om dat het vat is quaad
 
De guer, de smaac terstond vergaat.
 
Wanneer een bouf, of mensche boos
10
In handel, wandel trouweloos,
 
Wil spreken van de dueghd, of God,
 
Het heeft geen val, 'tschijnt dat hy spot,
 
Al zijn de woorden goed, de man
 
Die maact dat niemand hebben kan
15
In sulcke reden lust, of smaack,
 
Sijn hert besmet de goede saack.