Zeeusche Nachtegael


auteur: anoniem Zeeusche Nachtegael


editeur: P.J. Verkruijsse en P.J. Meertens


bron: P.J. Meertens en P.J. Verkruijsse (eds.), Zeeusche Nachtegael en bijgevoegd A. vande Venne Tafereel van Sinne-mal, Drukkerij Verhage & Zoon, Middelburg, 1982  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Aurea nunc verè sunt secula.

 
DE eeuwen, soo't beschrijft 't Poëtisch pen-ghesangh
 
Van Naso die wel eer tot Sulmo is gheboren,
 
Die hebben haren glans soo achter een verloren,
 
Het Silver quam nae 't Goud, de derde gingh haar gangh
5
Na 't Coper vol-slaaghs heen, de vierde was te strangh
 
Van Yser, end van Staal; maar die nu recht te voren
[p. 155]origineel
 
De eeuwen ondersoeckt, niet dan te licht can sporen
 
Veel ergher eeuw als oyt, end' dat noch eeuwen lang,
 
Maar ick doe't avrechts om, end segghe dat de tijden
10
Die wy beleven zijn van klaar, en klinckend' Goud,
 
End' nochtans alder-boost, van 't Goud men nu meest houd,
 
By dit staat trouw, end'eer, ja lijff, end'ziel besijden;
 
Wanneer oock 'tgeld, end 'tgoud maar wilt ghevoeligh spreken
 
Soo kan het eer, end' eed, verbonden, steden breken.