|
|
|
| |
Aurea nunc verè sunt secula.
DE eeuwen, soo't beschrijft 't Poëtisch pen-ghesangh
Van Naso die wel eer tot Sulmo is gheboren,
Die hebben haren glans soo achter een verloren,
Het Silver quam nae 't Goud, de derde gingh haar gangh
5
Na 't Coper vol-slaaghs heen, de vierde was te strangh
Van Yser, end van Staal; maar die nu recht te voren
| | | |
De eeuwen ondersoeckt, niet dan te licht can
sporen
Veel ergher eeuw als oyt, end' dat noch eeuwen lang,
Maar ick doe't avrechts om, end segghe dat de tijden
10
Die wy beleven zijn van klaar, en klinckend' Goud,
End' nochtans alder-boost, van 't Goud men nu meest houd,
By dit staat trouw, end'eer, ja lijff, end'ziel besijden;
Wanneer oock 'tgeld, end 'tgoud maar wilt ghevoeligh spreken
Soo kan het eer, end' eed, verbonden, steden breken.
|
|
|