Zeeusche Nachtegael


auteur: anoniem Zeeusche Nachtegael


editeur: P.J. Verkruijsse en P.J. Meertens


bron: P.J. Meertens en P.J. Verkruijsse (eds.), Zeeusche Nachtegael en bijgevoegd A. vande Venne Tafereel van Sinne-mal, Drukkerij Verhage & Zoon, Middelburg, 1982  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Psalm 13.

 
WAerom verbercht ghy doch soo lang
 
Voor my, ô God! (dat maeckt my ang)
 
V aenschijn? Ach! hoe lang sal't wesen
 
Eer ghy my weder sult ghenesen?
5
Die nu ben soo benauwt en bang.
 
 
 
Hoe lang sal noch mijn flauwe hert
 
All omme zijn in druck verwert?
 
Hoe lang sal noch het stout verheffen
[p. 209]origineel
 
Mijns vyants, als een geessel treffen
10
Mijn ziel met over-groote smert?
 
 
 
Slaet neer u al vertroostend' oogh,
 
Verhoort my uyt u hemel hoogh,
 
En heldert weer met nieuwe luyster
 
Mijn lichten: laet de doot int duyster
15
Graff, my niet vellen door sijn boogh.
 
 
 
Op dat mijn vyants vrolicheyt
 
Niet en vermeerdeert door mijn leyt,
 
En my hoovaerdich trots verdoeme,
 
Of van sijn cracht of sterckte roeme,
20
Om dat ghy met u hulpe beyt.
 
 
 
Op u vertrouw en hoop ick Heer,
 
Van u verwacht ick blijdschap weer.
 
Berst uyt mijn stem om hem te loven,
 
Want als ick smadichst leg verschoven
25
Recht by my op in volle eer.