Zeeusche Nachtegael


auteur: anoniem Zeeusche Nachtegael


editeur: P.J. Verkruijsse en P.J. Meertens


bron: P.J. Meertens en P.J. Verkruijsse (eds.), Zeeusche Nachtegael en bijgevoegd A. vande Venne Tafereel van Sinne-mal, Drukkerij Verhage & Zoon, Middelburg, 1982  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 217]origineel

Non tibi tantum natus es, sed & proximo.

 
AL 'tghene dat ghy sult oyt nemen by der hand,
 
Al waar't oock met uw schaad, hebt daar in altijd voren
 
De eere uwes Gods, end sijnen naam besworen,
 
Waar toe een Christen hert soo vierigh hoopt, end brand.
5
Let op uw eyghe ziel, end als ghy hebt vermant
 
De helle, dood, end vleesch, dan zijt ghy oock gheboren
 
Tot uwen even-mensch, end tot sijn heyl vercoren;
 
Hoe heyligh is dit werck, end hoe volkome band!
 
De vrucht nu die ghy sult becomen uyt dit werck,
10
Is 'teynde uw's gheloofs, een vast, end seker merck
 
Van uwe trouwe liefd', dit laat altijd bevolen
 
De goedheyd uwes Gods, end sijnen woorde sterck,
 
En stelt hem nimmermeer hier in een seker perck,
 
De Heere laat noyt goed, of sijne vrucht verholen.