Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 1


auteur: A.J. van der Aa


bron: A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 1. J.J. van Brederode, Haarlem 1852


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Johannes Nicolaas Sebastiaan Allamand]

ALLAMAND (Johannes Nicolaas Sebastiaan), ook wel, ofschoon verkeerdelijk, Allemand gespeld, werd den 18 October 1716, volgens anderen den 18 September 1713, te Lausanne geboren. Aanvankelijk legde hij zich aldaar op de Godgeleerdheid toe, en kwam vervolgens naar de Nederlanden, waar hij te Leyden de wis-, natuur- en scheikunde, mitsgaders de natuurlijke historie, beoefende. Zijn gelukkige aanleg, zijne bescheidenheid en het bevallige van zijnen omgang verwierven hem de vriendschap van 's Gravensande, die hem de opvoeding zijner beide zonen toevertrouwde, en met het uitvoeren van zijnen laatsten wil belastte. Onder dezen beroemden Leydschen Hoogleeraar, breidde Allamand zijne kennis in de natuurkunde grootelijks uit, en werd op diens veelvermogende voorspraak, den 3 Maart 1747, benoemd tot Hoogleeraar in de Wijsbegeerte aan de Hoogeschool te Franeker. Twee jaren later beriep men hem, als Hoogleeraar in de Wiskunde en Wijsbegeerte te Leyden. Hij aanvaardde dien post den 30 Mei met eene redevoering Over den waren Wijsgeer(1), welke grootendeels tot lof van zijnen grooten leermeester 's Gravensande was ingerigt. Gedurende vele jaren was hij in de genoemde betrekking op eene loffelijke wijze werkzaam, en maakte zich, daar hij vooral een vlijtig beoefenaar der Natuurlijke Historie was, in het bijzonder omtrent den aanleg en de uitbreiding van een Kabinet van Natuurlijke Historie hij de Hoogeschool verdienstelijk. Ook had hij op eigen kosten een Kabinet van natuurkundige zeldzaamheden bijeengebragt, hetwelk reeds bij zijn leven, in eene zaal achter het Akademiegebouw, voor de beoefenaars was opengesteld, en bij zijnen dood, welke den 2 Maart 1787 voorviel, door hem tot een blijvend eigendom aan de Hoogeschool werd afgestaan; zoo als hij ook reeds vroeger het Kabinet van oudheden rijkelijk beschonken had. Hij verrijkte de

[p. 182]

Vogelbeschrijving in de Hollandsche uitgave van Buffon's Natuurlijke historie met vele gewigtige bijvoegsels en beschrijvingen, hetgeen de Fransche schrijver dankbaar erkende. Allamand bezorgde verder eene uitgave der nagelaten schriften van 's Gravesande, onder den titel: Oeuvres philosophiques et mathématiques, 2 vol. in 410, avec 28 planches, Amst. 1774, en van Prosper Marchand, wiens Geschiedkundig Woordenboek door hem met veel moeite gerangschikt en in orde gebragt werd. Daarenboven vertaalde hij nog in het Latijn:

Brisson's Dierenrijk, Leyd. 1762, in 8vo, welk werk hij met vele aanmerkingen voorzag;

In het Fransch:

Oliver's Verhandeling over de Kometen, 1777.

H. Hopp's nieuwe beschrijving van de Kaap de Goede Hoop, 1778, in 8vo.

Redevoering van Jakob Forster over verschillende onderwerpen, Leyd. 1793.

Boerhaave's elementen der scheikunde.

Ellis Natuurlijke Historie van de Koraalgewassen en andere Zeeligchamen, Amst. 1756. met pl.

Ook leverde hij nog eenige belangrijke verhandelingen over natuurkundige onderwerpen, en gaf het eerst de verklaring van het verschijnsel der Leydsche flesch. - Bij zijne echtgenoote, Margaretha Crommelin, liet hij geene kinderen na.

Zie Vaderl. Hist. ten vervolge op Wagenaar, D. XXIII. bl. 40; Chalmot, Biogr. Woordenb.; van Kampen, Beknopte Geschied. der Nederl. Lett. en Wetens., D. II. bl. 342 en 343; Siegenbeek, Geschied. der Leids. Hooges., D. I. bl. 275, 321, D. II. bl. 90-92, en 125 I en B, bl. 203 en 204; Biogr. Univ.; Meijer's Conversations Lexicon.