Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 8. Eerste stuk


auteur: A.J. van der Aa


bron: A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 8. Eerste stuk. J.J. van Brederode, Haarlem 1867


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 258]

[Nikolaas Hasselaar]

HASSELAAR (Nikolaas), zoon van den voorgaande, doorgaans bekend onder den naam van de Majoor Hasselaar. Meer dan eens gaf hij blijken dat hij uitmuntend voor die betrekking geschikt was. Toen in 1626 het gemeen eene Remonstrantsche vergadering gestoord, en het huis, waarin dezelve was gehouden, uitgeplunderd had, werd Hasselaar derwaarts met eenige soldaten gezonden en maakte hij met geweld een einde aan de ongeregeldheden. Twee jaren later, toen andermaal een oploop ontstond ter oorzaak van eene godsdienstige bijeenkomst der Remonstranten, wist hij wederom de plunderaars te bedwingen. Maar zoo ooit, dan bleek zijne onverschrokkenheid, toen de matrozen van 's lands vloot eenen aanval dreigden te doen op het West-Indisch huis, waarin de buit, door Piet Hein veroverd, bewaard was. Met den wachtmeester Jacob Wijts derwaarts gezonden, bragten zij, alleen door hunne tegenwoordigheid, zulk eenen schrik onder den plunderzuchtigen hoop, dat zij dien deden uit een gaan, zonder dat hunne manschap daar onder had behoeven te schieten. Zijne afbeelding ziet het licht. Verdere bijzonderheden schijnen er van hem niet bekend te zijn. Een zoon van hem volgt.

 

Zie Wagenaar, Beschrijv. van Amst., D. IV. bl. 377, 392, 436; Kok, Vaderl. Woordenb.; Muller, Cat. van Portrett.