Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 12. Eerste stuk


auteur: A.J. van der Aa


bron: A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 12. Eerste stuk. J.J. van Brederode, Haarlem 1869


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Joseph Marinkelle]

MARINKELLE (Joseph), in de wandeling, wijl hij klein van persoon was, Marinkeltje genoemd, in 1732 te Rotterdam geboren, vestigde zich als miniatuur-schilder te Amsterdam en woonde aldaar een geruimen tijd.

Hij was een bekwaam schilder en zijne gelijkenissen waren doorgaans treffend. Zulks moet echter niet dat der dichteres S.M. van der Wilp, door hem geteekend, geweest zijn. Het ergst was dat het door Houbraken gegraveerd, voor haar werk geplaatst, en dus in ieders handen was of komen konde. In hare verbolgenheid deed zij een ander portret van haar teekenen door den miniatuurschilder Bruininx, dat door R. Vinkeles werd gegraveerd. Zij maakte daarop een gedichtje dat alles behalve malsch was ten opzigte van het eerste afbeeldsel. Marinkelle vatte nu op zijn beurt de pen op en deed een opregt verhaal enz. drukken, waarin hij zich bitter over het hem aangedane ongelijk beklaagde. Hij trok zich de zaak zoo aan dat zij mede een der oorzaken van zijn dood was, die in 1775 of 1776 te Amsterdam plaats had.

[p. 245]

Zijn portret vindt men bij van Eynden en van der Willigen.

Zie aldaar D.I. Immerzeel, Lev. en werk. der Holl. en Vl. Sch. D. II. bl. 203; Kramm, Lev. en werk. der Holl. en Vl. Kunstschild. D. III. bl. 1062; Vervolg op Wagenaars Amsterdam, bl. 136; Kobus en de Rivecourt, o.h.w.; Muller, Cat. van portr. bl. 373.