peroort(1);’ en ook anderen is het voorgekomen, dat hij eene buitengewone kennis van talen, inzonderheid van eenige der nieuwere, bezat, en scherpzinnigheid aan vlugheid op ongewone wijze vereenigde.
De door hem vervaardigde taalkundige geschriften zijn de volgende:
Proeve van Nieuwere Taalkunde op de Nederlandsche Spraakkunst toegepast. Gron. 1806.
Premier cours de Grammaire Anglaise à l'usage des écoles, Gron. et Amst. 1806.
Proeve over de uitgangen der (Jransche) Naamwoorden, 's Gravenhage 1818.
Algemeene Taalreyelen, ten gebruike der Nederl. scholen, Deventer 1818.
Kott Begrip van het zamenstel onzer taal, na inznge van Mr. W. Bilderdijks Spraakleer enz. Amst. 1827.
Het eerste werk is eigenlijk eene kritiek van Weilands Spraakkunst, waarvan het menige leemte aanwijst. Ook de spellingleer van Prof. Siegenbeek kwam hem niet in allen deele onberispelijk voor, hoewel hij ze dadelijk om der eenparigheid wille, aannam. Het laatste bevat eene proeve van bewerking van een nieuwe ‘de beteekenissen onderscheidend Taalkundig Woordenboek,’ waaraan hij, in 1825 ijverig arbeidde, en nopens 't welk hij reeds eene verbintenis met een onzer boekhandelaars had aangegaan. Er is van dit woordenboek echter, gelijk van menig ander, waarvan het plan werd opgezet, niets gekomen. Ik twijfel ook, of zoodanige arbeid, althans in zijn geheel bijzonder geschikt zou geweest zijn voor Olivier Schilperoort, die meer uitmuntte door oorspronkelijkheid en scherpzinnigheid, dan door naauwgezetheid en grondigheid van studie, in 't geen tot den ganschen omvang der taal behoort.
Voorts zijn van zijne hand nog bekend een paar opstellen van taalkundigeu inhoud in het mengelwerk van den Recensent ook der Recensenten van 1817 en vervolgens, en alzoo dagteekenende van den tijd, toen hij, blijkens den titel van het tweede en derde der bovengemelde geschriften, ‘Regent van het atheneum te Luxemburg’ was.
Van 's mans overige werken is zeker voor de geschiedenis onzer letterkunde het merkwaardigst, Proeve van beoordeelende Tooneel-Dichtkunde, op het treurspel Montigni toegepast (Amst. 1822), opgedragen aan de Tweede Klasse van het Kon. Ned. Instituut. Deze kritiek (een boekdeel van 216 bladz.) van een in der tijd zeer gevierd tooneelspel, berokkende hem veel onaangenaamheden.