Biographisch woordenboek der Nederlanden. Bijvoegsel


auteur: A.J. van der Aa


bron: A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Bijvoegsel. J.J. van Brederode, Haarlem 1878


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

O.

[Geertruide van Oosten]

OOSTEN (Geertruide van), te Voorburg in het begin der 14de eeuw (6 Januarij 1330) geboren, was de dochter van eenvoudige landlieden. Zij begaf zich naar Delft om als dienstmaagd in hare behoefte te voorzien en werd vervolgens Bagijn te Delft, waar zij door hare godvrucht aller achting verwierf. Volgens haren biografist had zij ook de gaven der profetie. Zij overleed op Driekoningendag 1358 en werd in de Hippolituskerk begraven. Zij ontleende haren naam aan 't begin van een harer liederen, reeds in het begin der 14de eeuwgezongen, waarvan het eerste couplet dus luidt;

 
‘Het daget in den Oosten,
 
Het licht schijnt overal,
 
Hoe weinig wetet de liefste,
 
Waar dat zij heenen zal
 
Hoe weinig weet nog de liefste,
 
Nog de liefste.’

Den tekst vindt men bij Hoffmann von Fallersleben in zijne Horae Belgicae, getrokken uit het Oude Amst Lietboeck. Ook komt het voor bij Heemskerk, Bat. Arcadre en bij Willems in zijne Oude Vlaemsche Liederen. Het bestaat ook in het Duitsch en plat Duitsch. De muziek

[p. 390]

wordt medegedeeld in de Soutentiedekens (1540-1613) op den tekst van Psalm IV. De melodie heeft in den loop der tijden vele veranderingen ondergaan. Bredero voerde het onderwerp naar de allergrofste opvatting ten tooneele. Beets heeft den tekst van het liedeke vernieuwd.

Zie verder:

Geertrui van Oosten, Geschiedenis van een Delftsch begijntje uit de XIVde eeuw, door J.A. Alberdingh Thijm. Amsterdam 1853.