ging onze beroemde tenor naar Duitschland op reis, coucerten gevende te Bremen, Hamburg, Lubeck en Berlijn, waar hij o.a. Spontini leerde kennen, die hem voor de opera trachtte te winnen. In 1832 ging de tocht naar Brunswijk, Hannover, Dresden en Weimar. In den winter van 1834 op 1835 gaf hij concerten in Friesland en Groningen, en in de lente van 1835 reisde hij naar Londen, waar men in de meeste concerten en soirées der hooge aristocratie op zijn medewerking hoogen prijs stelde; hier trad hij op met of nevens Moscheles, Herz, mevrouw Dulcken, Rubini (met wien hij duetten zong), Paganini, Thalberg, Grisi en den destijds jeugdigen Vieuxtemps. In Juli 1835 keerde V. naar Nederland terug om deel te nemen aan het groote muziekfeest der Maatschappij t.b.d.d. Toonkunst, in de Ridderzaal te 's Gravenhage, waar hij zong in het ‘Lobgesang’ van Mendelssohn en een voor hem geschreven tenor-aria voordroeg in den schoonen Psalm van J.H. Lubeck. Verder verleende hij zijn medewerking te Utrecht, in 1836, bij de viering van het tweehonderdjarig bestaan der Utrechtsche hoogeschool en, in 1839, in de residentie ter gelegenheid van de huwelijksvereeniging van Koning Willem III met Haar Majesteit Sophia van Wurtemberg. Met Ernst, den beroemden violist, gaf hij in datzelfde jaar in drie maanden tijds 53 concerten. Voor 1837-40 had V. met Felix Meritis een contract gesloten om zich op tien concerten, van de twintig door haar te geven, te zullen doen hooren.
Ook in het buitenland liet onze meester-tenor zich omstreeks dezen tijd hooren, o.a. in 1837 op het Pinkstermuziekfeest onder directie van Mendelssohn te Keulen en in 1841 op een dergelijk feest te Aken, onder directie van Spohr. In den herfst van 1843 vertrok V. naar Brussel, gaf in December van datzelfde jaar een soiree in het Brusselsche Park, en bracht ook nog een vluchtig bezoek aan Antwerpen, Valenciennes en Roubaix.
Ons vaderland mocht hem in 1841 en 42 in vereeniging met Servais, den koning der violoncellisten, (op de piano begeleid door den heer Emile Wagner, uit 's Gravenhage), bewonderen; in 1844 en 45 maakte hij, met Willem Lubeck, den beroemden violist, een kunstreis door onze provinciën; ook zong hij in 1848 te Amsterdam op het groote muziekfeest in de Luthersche kerk.
Vrugt genoot veel eerbewijzen en onderscheidingen. Op jeugdigen leeftijd reeds werd hij tot eerelid van het koor der Mozes- en Aäronskerk en van Felix Meritis te Amsterdam benoemd; den 14 December 1829 schonk Z.M. Koning