Biographisch woordenboek der Nederlanden. Bijvoegsel


auteur: A.J. van der Aa


bron: A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Bijvoegsel. J.J. van Brederode, Haarlem 1878


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Isaak Schouman]

SCHOUMAN (Isaak), zoon van den bekenden zeeschilder Martinus Schouman, te Dordrecht, den 29 Mei 1801 geboren, legde zich eerst, geleid door zijn vader, op 't schilderen van schepen en zeeën toe, maar het bleek al spoedig, dat hij meer aanleg had tot het maken van portretten, waarin hij weldra groote vorderingen maakte. In 1826 zette hij zich te Delft neder, waar hij, onder medewerking van eenige kunstvrienden, een teekengenootschap tot stand bragt, dat onder de zinspreuk van Tandem fit surculus arbor, den 25 Januarij 1828 werd ingewijd. Gedurende 3 jaren gaf hij aldaar onderwijs in het handteekenen aan de kadetten der artillerie, maar in 1836 werd hij benoemd tot leeraar 1e klasse in het handteekenen bij de Kon. Milit. Academie te Breda, uit welke betrekking hij na eene reeks van jaren zijn eervol ontslag kreeg.

In verschillende plaatsen van ons vaderland heeft hij met veel succes portretten in olieverf vervaardigd, waaronder vele

[p. 458]

van hooggeplaatste personen, zoo in de kerk als in den staat, maar bijzonder belangrijk is het schilderstuk, voorstellende eene episode uit het beleg van de Citadel van Antwerpen. Het oogenblik is gekozen den 28 October 1830 en stelt voor, den hertog van Saxen-Weimar door zijnen staf gevolgd, aan den generaal baron Chassé, omringd door den raad van verdediging, verslag komende brengen van de uitvoering zijner bevelen. Het stuk is op vrij groote schaal bewerkt, en is thans een sieraad van het toevluchtsoord voor invaliden op Bronbeek bij Arnhem.

Tot voor korten tijd toonde de waardige man zijne bekwaamheid en lust voor de kunst. De twee laatste stukken zijn de levensgroote portretten van ds. O.G. Heldring en echtgenoot. Zijne bekwaamheid werd door Z.M. Willem II op prijs gesteld, die hem tot ridder der orde van de Eikenkroon benoemde.