Aken (F. van) was een der rijmelaren, die tegen het einde der achttiende eeuw hunne vrijzinnige beginselen in verzen uitstortten. Hij gaf, behalve een paar losse stukjes betiteld: Aan den muitzugt na het oproer in Leyden den 9 Juny 1784, en Aan het Leydsch genootschap van Wapenhandel, in 1786, te
Amsterdam bij J. Weege een bundeltje gedichten uit, onder den titel van: Vaderlandsche zangen voor de jeugd, waarin hij zijne vrijzinnige denkbeelden ontwikkelt zonder eenige proeve te geven van dichterlijke aanleg. In het volgende jaar verscheen van hem in het licht Bijbelsche Tafereelen in dichtmaat, welke het ons echter niet gelukt is ter inzage te bekomen.