Akerlaeken (Maria Margareta van) 5 was de dochter van Mr. Barthout van Akerlaeken, Raadsheer van Graaf Lodewijk van Egmond, eenen der
minst bekende, doch meest voortreffelijke geslacht- en wapenkundigen zijner eeuw, en van Elizabeth van Ghesel. Zij bragt haar leven, deels te Dordrecht, deels te 's Gravenhage,Cleve en Nymegen door, stond in hooge achting bij Frederik Wilhelm en Louisa van Oranje, Keurvorst en Keurvorstin van Keur-Brandenburg, ter wier eere zij eenige gedichten vervaardigde, en van welke zij eene jaarwedde ontving. Ook was zij in aanzien bij Wilhelm Frederik, Prins van Nassau en diens gemalin Albertine Agnes, en vooral bij Johan Maurits, Prins van Nassau, Stadhouder van Keur-Brandenburg, Cleve en de Marksche landen, wiens lof en leven zij bezong, en die haar eene groote vergulde bokaal met rijksdaalders vereerde. In 1654 liet zij te Nieumegen bij Nicolaes van Hervelt drukken: den Cleefschen Pegasus, inhoudende: den Loff van hare KeurVorstelijcke Doorluchticheden. Mede Haere Hoogheyt, Princesse van Orangien. Mitsgaders een clachte over den doodt van sijne Hoogheyt Wilhelmus, Prince van Oranien. Alsoock den Loff van Prince Johan Maurits; zonder paginering, kl. 80. De gedichten, in dit hoogst zeldzaam bundeltje voorkomende, zijn niet zonder historisch belang, en verwierven haar groote toejuiching en den naam van deftige poëtersche. Het heeft echter als dichtwerk niet veel te beduiden; de lezer oordeele uit het volgende staaltje:
Zij was eene groote beminnares van de wapenkunde, en in bezit van de geschriften, door haren verdienstelijken vader over dit vak zamengesteld. Den 29 Augustus 1654 kwamen de Stenden van Gelderland haar kabinet bezigtigen.
Zij vermeerderde de Hoogvorstelycke genealogie van Gelre, Cleve, Gulck, Bergen en Marck, door haer Vader met seer groote kosten ende sware studien met haer wapens en Coleuren te samen gevoeght ende in een forme van een Caert gestelt ofte een Boeck.