terug  begin  verderprepost

[J. van Akooy]

Akooy (J. van), hoorden wij wel eens noemen als een niet onvermaard dichter uit het laatst der vorige en het begin dezer eeuw. Van hem is ons echter niets voorgekomen dan het volgende stukje getiteld: de Zielsverhuizing, te vinden in de Kleine dichterlijke Handschriften.

 
Een jongeling, gewoon (men vindt meer zulke zotten)
 
Met al wat heilig is te spotten,
 
Trof eens een waardig Leeraar aan,
 
Die ook zijn' spot ten doel moest staan.
[p. 9]
 
Dees snapper wilde uit scherts beweren,
 
Dat, na den dood, de ziel, in plaats van weêr te keeren
 
Tot Hem, van wien zij haar bestaan ontving,
 
Van 't eene ligchaam in het andere overging.
 
‘'k Herinner mij,’ sprak hij, ‘die overoude dagen,
 
Waarin het gulden kalf mijn ziel in zich moest dragen:
 
Ik was die afgod zelf, geloof mij, op mijne eer.’
 
‘Dat 's zeer waarschijnelijk, Mijnheer!’
 
Liet toen de Predikant zich hooren;
 
‘Geloof niet, dat ik zulks bestrijd';
 
Doch bij 't verloop van zulk een' langen tijd,
 
Hebt gij 't fatsoen alleen verloren 1.’

1Kleine Dichterlijke Handschriften, D. 1. bl. 1.
prepostterug  begin  verder