Alchas Melchiorszoon (Pieter), een rederijker uit het begin der zeventiende eeuw, was Lid van de kamer de Goutblomme te ter Gouw, en behoorde tot dezulken, die waanden dat alles wat rijmt een gedicht heeten kan. Eene proeve van 's mans rijmkunst vindt men In de Schatkiste der Philosophen en Poëten waarinne te vinden syn veel schoone leerlycke Blasoenen; Refereynen ende liedekens, gebracht ende gesonden op de Peoen Camere binnen Mechelen van d'omliggende steden in Brabant, Vlaenderen, Hollandt en Zeelandt: geprononcieert ende gesonghen op henlieder feeste den 3 Mey van den jaare 1620. Achtervolghens den eysch der Caerten te voren by hen ieder wtgesonden. Ghedruckt tot Mechelen bij Hendrik Jaye 1621. Het is letterlijk wartaal.