Alting (G.) schreef Waerelds-loon of stank voor dank, voorgesteld in de Fabel van de Slang met de Boer, getrokken uit de Volgeestige Werken van den Heer G. Rollenhagen, onder den Tytel van Frosch Mausler, ofMuysen en Kikker oorlog, te Amst. in 1763, in kl. 80. uitgekomen. In dit boekje, hetwelk, volgens de voorrede ‘slegts een Uittrekzel was aan het gemeen gepresenteerd wordende als een proefje 2,’ verhaalt de Vos, onder den naam van Reintje, aan de Kat, onder den naam van Snor: ‘Dat een Slang in de weg leggende om zig te baakeren, en een Wandelaar hoorende aankomen, uit de weg kruipt in een gat. De Passagier dit ziende, werpt aanstonds een zware steen op de holligheid, en gaat zyns weegs. De Slang drie dagen zonder eeten en drinken daar gezeten hebbende, en alle moeite gedaan om los te komen, doch vrugteloos, kermt en jammert met een flaauwe en half doode stem om hulp, die bij geval van een Lantman, daar passeerende, gehoort word. Hy by het gat komende, smeekt de Slang om verlossing, en doet allerhande belofte van Dankbaarheid, zweerende met dieren eede, dat ze haren Weldoender en Verlosser dien Dank zou bewyzen en dien Loon betaalen, die al de Waerelt gewent waar te betaalen aan den genen, daar zy het meest aan verpligt was, en die het
meest verdient hadden. Op die voorwaarde wentelt de Landman den steen af, en stelt de Slang in vryheid, en Loon volgens belofte verzoekende, vliegt de Slang hem na de keel, en wil hem den doodsteek geven. De Lantman haar die Ondankbaarheid verwytende, en met reden voor ogen stellende, antwoord zy, dat zy volgens belofte woord hield, en hem den grootsten Loon gaf, die de Waereld gewoon was te geven, dat is, Waerelds Loon, Stank voor Dank’ 1.
's Mans Muse neemt geen hooge vlugt zoo als men oordeelen kan uit het volgende uittreksel: