Baale (Hendrik van), geboren te Delft, den 3 Januarij 1782, uit fatsoenlijke burgerouders, had al vroeg zeer veel aanleg om een goed - misschien een groot - dichter te worden. Zijne smaak bepaalde zich voornamelijk tot tooneelstukken en vooral tot het treurspel. Hij vervaardigde een treurspel Johanna de Castro, dat in 1807 te Amsterdam bij P.J. Uylenbroek in het licht verscheen; de Saracenen, in 1809 en Alexander, in 1816 beide te Amsterdam bij A. Mars gedrukt; de twee laatsten, welke hij opdroeg aan den Amsterdamschen Burgemeester Jan Brouwer, Ridder van de Ned. Leeuw en Commissaris van den Hollandsche Schouwburg, van welken hij tot erkentenis daarvan een geschenk ontving dat nog in zijne familie berust, verwierven, bij hare opvoering in de Stads-schouwburg te Amsterdam, grooten lof; de Alexander werd herhaalde malen opgevoerd.
Behalve dat hij een aantal losse stukjes, velen zonder of met eene B., in jaarboekjes leverde, was hij
vooral een werkzaam lid van het Genootschap Diversa sed una te Dordrecht, in welke stad hij omtrent het jaar 1807 of 1808 boekhouder werd, en later zich in eene affaire of grossierderij in thee, koffij, specerijen, enz. associeerde. Hij huwde aldaar aan Mejufvrouw N. van Steenbergen, welke nog in leven is, terwijl hij er op den 2 Februarij 1822 kinderloos overleed.
Tot eene kleine proeve van zijn dicht-talent nemen wij hier over, uit het 4e bedrijf 2e toneel van zijn Treurspel Alexander, een gedeelte van de alleenspraak van dezen Griekschen Vorst.