Baard (D. van) leverde Sonde-kraem ter bekeerde saligheyt, te Steenwyk in1662 in 40 gedrukt. In dit werk houdt hij den Dronckaert, den Speeler, den Gierigaert, den Onrechtvaerdige, den Onbarmhartige, den Huychelaer, den Benijder, den Vloecker, den Hovaerdige, den Danser, den Hoereerder, den Over-
speeler, den Bloedtschender, den Erchwaener, den Twister, den Ondanckbare, den Murmereerder Gods en den Wanhooper, ieder in een afzonderlijk dichtstuk hunne gebreken voor oogen. Elk dichtstuk is op den kant voorzien met bijbelteksten ten betoge dat zijne gezegden schriftmatig zijn en wordt gevolgd door eenige aanteekeningen en een toepasselijk liedeken. In het eerste stuk getiteld:schrik voor de dronckaerts doch troost in hare bekeering, spreekt hij den dronkaard onder anderen aldus aan:
Hij plaatste op den titel van dit werkje alleen de voorletters van zijnen naam D. v. B. Er staan vóóraan eenige lofverzen, waaruit blijkt dat men het over zijn naam niet eens was: hij heet er in D.V. Baard, V. Baerdt, V. Baardt en V. Baert.