terug  begin  verderprepost

[Guiliams Bazeler]

Bazeler (Guiliams) leefde in het laatst der zeventiende eeuw te Kampen en gaf aldaar als

[p. 86]

jongeling een uiterst zeldzaam geworden Rijmwerk in het licht bij Casparus Cotius (1682) onder den titel: Den Nieuwen Suntvloet, Vertonende den Oorspronck, Begin, en Eynde van alle hoge Water-vloeden, in 't Christendom, en in 't bysonder in Nederlandt voorgevallen, en wel voornamelyck van de laeste seer gevaerlycke hoge Vloet op den 28 Januarii deses jaars 1682.

Dit zonderling zamenraapsel van geschiedkundige bijzonderheden en oude wijven-praatjes, met eenige Bijbeltexten en Christelijke toepassingen gesausd, bevat eene zoodanige rijmelarij, als waarvan men de wedergade moeijelijk elders dan bij de Rederijkers van de minste soort aantreft. Tot eene kleine proeve diene het navolgende:

 
Vele Geleerde zyn van dit gevoelen: dat
 
Eer Noach de Wyngaert gepland heeft, niet en schoncken,
 
Als wel Klaerwater, 't welck de menschen als doen dronken Gen. 9: 20.
 
Wanneer dat Abraham sijn dienstmaeght weg liet gaen,
 
Stond 's morgens heel vroeg op, wat heeft hij doen gedaen?
 
Een Flesch met water nam, en broodt, en hy leyde
 
Dat op de schouderen van Hagar; aen haer zyde
 
Stond' haar jong suygeling.

Of hij in latere tijd nog meer rijmen heeft uitgegeven, is ons niet gebleken.

prepostterug  begin  verder