Beijer (Gerrit), vermoedelijk een Hagenaar, althans hij leefde in het laatst der vorige eeuw te 's Gravenhage, en liet in 1771 Dichtgewyde Mengelingen voor zyne vrienden drukken, waarachter in het exemplaar, dat wij thans voor ons hebben, nog eene menigte afzonderlijk gedrukte stukken gevoegd zijn. De bundel, hoewel grootendeels uit gelegenheidsverzen bestaande, bevat menig blijk, dat Beijer geen der minste zangers van dat tijdstip was, en dat zijne dichtvruchten ruim zoo goed de openbare uitgave verdiend hadden als die van menig ander zijner tijdgenooten. Tot staving van dit ons gevoelen brengen wij hier twee stalen van geheel uiteenloopende dichtsoorten bij, het eene stuk is een brief van Cornelis Dirkszoon aen Graef Lodewyk van Nassau.
Het andere is den aanhef van een Anacreontisch stukje getiteld: Aan Fillis.