Bertram (J.T.), geboren te Amsterdam, den 23 September 1777, was Onderwijzer in de godsdienst en Prediker in het Werk- en Gevangenhuis zijner geboortestad, alwaar hij in 1819 uitgaf: Dichtvruchten, in eenige gewoekerde uren gekweekt, gedeeltelijk van Godvruchtigen inhoud, gedeeltelijk uit huisselijke stukjes bestaande. Zijn talent evenaart niet dat zijner meeste tijdgenooten, doch zijne verzen zijn niet onverdienstelijk en kenmerken zich door eenen reinen christelijken geest, tot eene proeve diene het volgende uit zijn gedicht Op de Voorzienigheid Gods:
Hij overleed te Amsterdam, den 2 November 1834 en had in huwelijk Mejufvrouw Sophia Petronella Goedhuys.
R.A.