terug  begin  verderprepost

[Jan Bezoet]

Bezoet (Jan) wordt ons opgegeven als een vrij goed dichter uit de achttiende eeuw. Wij kennen niets van hem dan een dichtstuk op de uitgave van de Beschrijving der stad Schoonhoven door den Heer en onvermoeiden ijveraar Henricus van Bercum. Dit stuk, hetwelk eene drooge opsomming is van hetgeen het werk van Van Bercum bevat, bevestigt ons geenszins in het goede gevoelen dat wij, op het bovenstaande getuigenis afgaande, van hem hadden opgevat. Men oordeele uit het volgende staaltje:

[p. 129]
 
Thans spring ik weer terug, en oog op het bestormen
 
Der Beelden: daar ging 't grof; dog by het meer Hervormen
 
Van Remonstranten, was het Lot-geval te hart;
 
Ja geeft een Christen hart nog afkeer van die smart:
 
Die Donderbuy is weg, die nevels zyn verdweenen;
 
De lieve Vrede-Zon heeft met haar glans bescheenen
 
Het Hart der Vaderen, de Stuurlien van den Staat.
 
Nu hoort men geenen twist, de hoop en toeverlaat
 
Is op de Mogenheid van 't Eeuwig Zalig wezen,
 
Die 't Hart der Vorsten leid, die Josephs breuk geneezen
 
Heeft door zyn Grote Magt.

prepostterug  begin  verder