Blyenberg Laurensz (Willem van), bij Scheltema 2 verkeerdelijk Van Bleyenburg genoemd, was een Dortenaar, die in het laatst der zeventiende eeuw bloeide. ‘In 1674, 75, 76 en 77 werd hij (aldaar) tot een der Goede luiden van den achten gekozen. In 1673 was hij Veertig en in 1676 nog Oudemannen en vrouwenmeester en Vader der broodzusters. Dat hij Thesaurier der stad geweest is, blijkt uit de opdragt der aanteekk. op het Evang. van Mattheus van Grotius, vertaald door D. Van Hoogstraten (1685)’ 3. Hij vervaardigde onderscheidene lofdichten op de werken zijner tijdgenooten.
Ook treft men in het Belgium Gloriosum van Lydius stukken van hem aan. Het volgende: op de Landt-Meetkonst van Mattheus van Nispen kan van zijne dichttrant getuigen.