[p. 8]
[Jan, mijn man, wou ruiter worden]
Jan, mijn man, wou ruiter worden,
Janneman had er geen degen;
Toen nam Jan, mijn man, een koek -
Die stak Jan al door zijn broek:
Janneman had er een degen.
Jan, mijn man,
Rij wat an,
Dat je een ruiter worden kan.