[p. 10]
[Hansje Pek]
Hansje Pek
Die zat op 't hek;
Toen kwam zijn grootje,
Die gaf hem een broodje;
Toen kwam zijn zusje,
Die gaf hem een kusje;
Toen kwam een kindje,
Dat gaf hem een lintje;
Toen kwam de pastoor,
Die gaf hem een klap om zijn oor.