terug  begin  verder
[p. 52]

[Koen, maak je mijn schoen?]

 
‘Koen, maak je mijn schoen?’ -
 
‘Ja, juffrouw, ik zal 't dadelijk doen!’ -
 
‘Koen, maak je 'm sterk?’ -
 
‘Ja, juffrouw, dat is mijn dagelijksch werk.’ -
 
 
 
‘Koen, is mijn schoen klaar?’ -
 
‘Ja, juffrouw, betaal maar.’ -
 
‘Koen, ik heb geen geld ontvangen.’ -
 
‘Nu, dan blijft uw schoen daar hangen,
 
Want op klanten zonder geld,
 
Daar ben ik niet op gesteld.’ -
 
‘Dag, Koen!’ -
 
‘Dag, juffrouw zonder schoen!’



illustratie

terug  begin  verder