Daar duizenden Nederlanders met liefde aan deze roepstem gehoor gaven, was er weldra een som gelds bijeen, groot genoeg, om de weduwe Bording in staat te stellen, voortaan zonder broodzorgen te leven, terwijl een deel der gelden werd besteed, om Jaap een botter te koopen, zoodat ook hij weer moedig de toekomst kon tegengaan.
Het behoeft hier nauwelijks te worden gezegd, dat uit Amsterdam en andere plaatsen, nabij Durgerdam gelegen, honderden nieuwsgierigen en belangstellenden zich opmaakten, om den geredden jongeling te zien en te spreken en hem tal van vragen te doen aangaande zijn zwerftocht over de Zuiderzee.
Thans is Jaap Bording reeds een halve eeuw dood. Hij overleed namelijk in het jaar 1871, een vrouw en drie kinderen nalatende, waarvan ook de eerste reeds vele jaren in het graf rust.
Wat de weduwe Bording betreft, deze overleefde haar zoon Jaap tien jaren. - Ze stierf in 1881. -
Ten slotte nog twee mededeelingen, die de schrijver van dit boek mocht ontvangen van een vriendelijk en belangstellend lezer, den heer D. van Heerde te Nunspeet. Deze schreef mij: ‘Misschien stelt u er belang in te vernemen, dat de klompen van één der Durgerdammers nog in wezen zijn. Ik heb ze onlangs te Vollenhove gezien bij den heer A.J. van Smirren, wiens vader ze indertijd gekregen had.’ -
Ongeveer een jaar later schreef mij dezelfde be-