terug  begin  verderprepost
[p. 633]

Bibliografie

I. Geciteerde en besproken Gids-bijdragen

Artikelen uit De Gids die enkel als secundaire literatuur gebruikt zijn, vindt men in deel II van deze bibliografie.

In de noten gebruikte afkortingen van rubrieken:

[J. Heemskerk Bz.], SO = Staatkundig Overzigt, 1848
[J. Heemskerk Bz.], SB = Staatkundige Beschouwingen, 1849-1850
H.P.G. Quack, PO = Politiek Overzicht, 1861-1864, 1866-1869
A.E.J. Modderman, PO = Politiek Overzicht, 1864
Cd. Busken Huet, LKk = Letterkunde, Kroniek en kritiek, 1862-1865
N.G. Pierson, EO = Economisch Overzicht. Buitenlandsche letterkunde, 1867-1869
R. Macalester Loup, PO = Politiek Overzicht, 1880-1883
[J.N. van Hall e.a.], LK = Letterkundige kroniek, 1883-1905

Vermelding van de Gids-bijdragen:

 

Tot en met 1847 verscheen De Gids in twee afdelingen, Boekbeoordeelingen (B) en Mengelingen (M). Een gebonden jaargang bestaat gewoonlijk uit een deel Boekbeoordeelingen en een deel Mengelingen. Van 1848 tot en met 1862 vindt men het tijdschrift gebonden in twee romeins genummerde delen die elk een halfjaar omvatten (I, II), vanaf 1863 in vier delen die elk een kwartaal omvatten (I-IV). In deze literatuurlijst is vanaf 1848 van elke bijdrage ook de maand van verschijnen vermeld. De toevoeging BA betekent dat de bijdrage deel uitmaakte van het Bibliographisch Album (1848-1883), de afdeling recensies die werd gedrukt in een kleinere letter. De toevoeging Bibl. heeft betrekking op de afdeling Bibliographie, waarin vanaf 1889 aan het slot van elke aflevering heel beknopt nieuw verschenen boeken werden gesignaleerd. Een enkele keer bevatte een aflevering vooraf of achteraan een Bijblad of Bijlage, als de actualiteit een mededeling van de redactie vereiste nadat het nummer al gezet was, of als een auteur toestemming kreeg voor eigen kosten een antikritiek of reactie te doen toevoegen. Bijdragen die zonder ondertekening zijn verschenen en waarvan de auteur niet bekend is, zijn in de noten en (aan het slot van) de literatuurlijst vermeld onder (Anon.).

A. recenseert J.A. Lastdrager, Geschiedenis des vaderlands voor jonge lieden (Haarlem z.j.), 1838, B 273-277.
A., ‘Iets over den slavenstand in Nederlandsch Oost-Indië. (Een fragment)’, 1849, I (jan) 89-90.
A. [=C.J. Fortuijn] rec. J.G. de Fremery, Disquisitio inauguralis de vi juris publici patrii antiqui et intermedii in legem de imperio anni 1815 (Groningen 1840), 1840, B 547-559.
[p. 634]
Ackersdijck, J. rec. Bijdragen tot de Staatshuishoudkunde en Statistiek, ed. G. Wttewaal, I (1836) nr. 1-2, 1837, B 217-227.
Ackersdijck, J. rec. Tijdschrift voor Staatshuishoudkunde en Statistiek, ed. B.W.A.E. Sloet tot Oldhuis, I (1841, 1842), 1843, B 149-150.
A[ckersdijck], J. rec. Beknopt overzicht van het leerstelsel van Charles Fourrier (Rotterdam 1841), 1844, B 609-610.
Ackersdijck, J. rec. G.W. Vreede, Beschouwingen van de openbare meening (Amsterdam 1846), 1846, B 903-904.
Alberdingk Thijm, J.A., ‘Floris ende Blancefloer, door Diederic van Assenede (XIIIe eeuw)’, 1850, I (apr) 451-475.
Alberdingk Thijm, J.A., ‘Hollandsche bouwkunst. Noord-Hollandsche huizen’, 1851, I (juni) 693-706.
Alberdingk Thijm, J.A., ‘Twee Hollandsche graven’, 1852, I (apr) 437-452.
Alphen, H. van, ‘Java en de Indische begrooting voor 1868’, 1868, III (aug) 268-315.
Amorie van der Hoeven, A. des, ‘Aphorismen over het eigenaardig goede in de katholieke afdeeling der Christenkerk’, 1845, M 141-154.
Amorie van der Hoeven, A. des rec. P. Hofstede de Groot en L.G. Pareau, Encyclopaedia theologi christiani (Groningen 1844) en Dezelfden, Compendium dogmatices et apologetices christianae (Groningen 1845), 1846, B 689-706.
Amorie van der Hoeven, H.A. des, ‘De cultuurwet’, 1862, II (dec) 841-852.
Amorie van der Hoeven, M. des, ‘De wijsgeerige zedeleer van dr. Richard Rothe’, 1852, II (okt) 421-432 en (nov) 562-571.
Ange Huet, J. l', ‘Het standpunt der Modernen’, 1873, II (apr) 71-118.
Ardore et candore [=W.J.C. van Hasselt] rec. Bijdragen voor de vaderlandsche geschiedenis en oudheidkunde, ed. I.A. Nijhoff, 1837, B 81-87, 195-199 en 1839, B 235-241.
Asser, T.M.C., ‘De Congo-akte’, 1885, II (mei) 316-347.
Aulnis de Bourouill, J. d' rec. G. Heymans, Karakter en methode der staathuishoudkunde (Leiden 1880), 1881, III BA (juli) 177-179.
Aulnis de Bourouill, J. d', ‘De sociaal-demokratische beweging in Nederland en het recht van vergadering’, 1887, I (feb) 276-297.
[Bakhuizen van den Brink, R.C.], ‘Vondel met Roskam en Rommelpot’, 1837, M 161-175, 197-217, 277-288, 407-423.
[Bakhuizen van den Brink, R.C.] rec. J. Geel, Onderzoek en Phantasie (Leiden 1838), 1838, B (sept) 461-473 en (okt) 521-535.
[Bakhuizen van den Brink, R.C.] rec. J. van den Hage, De schaapherder. Een verhaal uit den Utrechtschen oorlog, 1481-1483 (Amsterdam 1838), 1838, B 615-616.
[Bakhuizen van den Brink, R.C.] rec. D. Nieuwhof, De verzoeking van Jezus in de woestijn, beschouwd in haren aard en haar doel (Rotterdam 1837), 1839, B 113-125, 176-185.
[Bakhuizen van den Brink, R.C.] rec. B.H. Lulofs, J. van den Vondel, door geschiedkundige inleidingen, omschrijvingen in proza en aanteekeningen, in eenige zijner kleinere gedichten opgehelderd (Groningen 1838), 1839, B 201-207.
[Bakhuizen van den Brink, R.C.] rec. J.J. Prins, Disputatio theologica inauguralis de locis Evangelistarum, in quibus Jesus baptismi ritum subiisse traditur (Amsterdam 1838), 1839, B 309-317.
[Bakhuizen van den Brink, R.C.], ‘Kritiek - hyperkritiek - onkritiek. Nalezingen op Labruyères des ouvrages de l'esprit’, 1839, M 476-483, 513-522.
[Bakhuizen van den Brink, R.C.], ‘Redevoering over vaderlandsliefde’, 1840, M 188-204.
[p. 635]
[Bakhuizen van den Brink, R.C.] rec. H.A. Meijer, De Boekaniër (Amsterdam 1840), 1840, B 404-419.
[Bakhuizen van den Brink, R.C.] rec. Nederlandsche Muzen-Almanák voor 1841 (Amsterdam 1841), 1841, B 42-55.
[Bakhuizen van den Brink, R.C.] rec. E.J. Potgieter, Liedekens van Bontekoe (Amsterdam 1840), 1841, B 460-468, 522-535.
[Bakhuizen van den Brink, R.C.], ‘Personeel en profaan (Brieven aan Albert)’, 1841, M 269-278, 400-404, 449-465.
[Bakhuizen van den Brink, R.C.], ‘Trudeman en zijn wijf. Verhaal’, 1843, M 1-8, 57-77, 110-122, 157-175.
B.v.d.B. [=Bakhuizen van den Brink, R.C.] rec. P.C. Hooft, Warenar, ed. M. de Vries (Leiden 1843), 1843, B 554-579.
[Bakhuizen van den Brink, R.C.], ‘Andries Bourlette. Een hoofdstuk uit de geschiedenis van den vrijheids-oorlog (1568)’, 1844, M 131-158,175-191, 223-243.
B.v.d.B., R.C. [=Bakhuizen van den Brink] rec. Hendrick Graaf van Brederode, medegrondlegger der Nederlandsche vrijheid, verdedigd door Mr. M.C. van Hall (Amsterdam 1844) en G. Groen van Prinsterer, Antwoord aan Mr. M.C. van Hall, over a. Hendrick Graaf van Brederode; b. Uitgave van Brieven; c. Historische kritiek (Leiden 1844), 1845, B 267-290, 313-361, 427-453, 532-557.
[Bakhuizen van den Brink, R.C.], ‘Cartons voor de geschiedenis van den Nederlandschen Vrijheidsoorlog. (I De adel)’, 1846, M 423-444, 525-546, 598-626.
Bakhuizen van den Brink, R.C., zie ook: OEC.; S.; V.S.
Baumhauer, M.M. von, ‘De Statistiek’, 1849, I (jan) 79-88.
Baumhauer, M.M. von, ‘De vereeniging der leen- en spaarbanken’, 1851, I (juni) 726-733.
B[aumhauer], T.K.M. von rec. I. da Costa, Paulus, eene Schriftbeschouwing, I (Leiden 1846), 1847, B 581-624.
Beaufort, W.H. de, ‘1830-1880’, 1880, IV (okt) 1-8.
Beaufort, W.H. de, ‘Sir Bartle Frere over de Transvaal’, 1881, I (mrt) 525-544.
Beaufort, W.H. de, ‘Taine's geschiedenis der Fransche revolutie’, 1882, III (juli) 137-170.
Beaufort, W.H. de, ‘De anti-revolutionaire partij en de schoolkwestie’, 1883, II (juni) 416-436.
Beaufort, W.H. de, ‘Een staatkundig programma’, 1883, IV (nov) 276-291.
Beets, N., ‘Oosterlingen’, 1837, M 119-123 en 340-344.
Beets, N., ‘Een oude romance vernieuwd’, 1837, M 234-237.
Beets, N., ‘Jacob gezegend’, 1839, M 219-220.
Beets, N., ‘Brief aan den Secretaris der Gidsredactie’, 1884, III (sept) 371-377.
Beets, N., zie ook: Hildebrand; V.S.
Berg, L.W.C. van den, ‘De Atjehers’, 1894, IV (nov) 195-238.
Bergh, S.J. van den, ‘De vrijheid (naar W.C. Bryant)’, 1844, M 651-654.
Bientjes, J.A., ‘Onze jongens en meisjes’, 1881, IV (okt) 84-103.
Bierens de Haan, D., ‘De wiskunde als gedeelte van het onderwijs op gymnasiën’, 1850, I (apr) 440-450.
Bleeker, P., ‘Het partikulier landbezit op Java’, 1863, I (jan) 19-29.
Boer, W.R., ‘Frédéric Bastiat en de socialisten’, 1848, II (sept) 278-319.
Boer, W.R., ‘Denkbeelden over pauperisme en armverzorging’, 1850, II (okt) 397-443.
Boissevain, Ch., ‘Elizabeth Barrett Browning’, 1867, III (juli) 66-94.
Boissevain, Ch., ‘Iets over poëzie’, 1871, I (mrt) 506-560.
Boissevain, Ch., ‘Letterkundige studiën’ (I, II), 1872, I (jan) 47-80 en II (feb) 323-344.
[p. 636]
Boissevain, Ch., ‘Iets over de tentoonstelling in Arti’, 1872, II (juni) 529-562.
Boissevain, Ch., ‘Een Genie’, 1872, IV (dec) 485-536.
Boissevain, Ch., ‘Slechte manieren in de letterkunde’, 1873, I (jan) 127-155.
Boissevain, Ch., ‘Onder de kastanjeboomen’, 1873, II (juni) 559-595.
Boissevain, Ch., ‘Iets over het lezen van romans’, 1875, I (feb) 178-216.
Boissevain, Ch., ‘Ultramontaansche poëzie’, 1875, IV (nov) 267-308.
Boissevain, Ch., ‘De poëzie der Puriteinen’, 1877, I (jan) 132-160.
Boissevain, Ch., ‘Het lied der kinderen’, 1877, III (aug) 361-382.
Boissevain, Ch., ‘Iets nieuws’, 1879, IV (dec) 421-457.
Boissevain, Ch., ‘'s Winters op de Noordzee. Laurens Rijnhart Koolemans Beynen’, 1880, I (jan) 85-151.
Boissevain, Ch., ‘Victor de Laprade’, 1884, I (jan) 93-120.
Boissevain, Ch., ‘Een heldenleven’, 1884, II (mei) 362-401, (juni) 540-585 en III (juli) 92-128.
Boissevain, Ch., ‘Ons vaderland’, 1895, I (jan) 123-137.
Boissevain, Ch., zie ook: Oudenaerde, M. van.
Boissevain, G.M., ‘Nederlandsch-Indië in de laatste vijftien jaar’, 1887, II (mei) 333-349.
Booms, P.G., ‘Atjeh’, 1875, I (feb) 381-390.
Booms, P.G., ‘De afwachtende en de agressieve politiek in Atjeh’, 1879, II (mei) 327-362.
Bosboom-Toussaint, A.L.G., zie: Toussaint, A.L.G.
Bosch, W., ‘Een woord over de kolonisatie onzer Oostindische bezittingen’, 1858, I (feb) 165-188.
Bosse, J.P. van, ‘Decentralisatie in Nederlandsch-Indië’, 1875, IV (dec) 417-452.
Brandt, W., ‘God, godsdienst, religie’, 1892, II (mei) 256-278.
Brill, W.G., ‘Goethe uit het staatkundig oogpunt beschouwd’, 1843, M 653-662.
Brill, W.G., ‘De Republiek der Vereenigde Provinciën in het tijdperk van haren bloei. (Eene wijsgeerig-historische studie)’, 1848, I (mrt) 277-318.
Brill, W.G., ‘Wat wij beleven is meer geschied. Twee hoofdstukken uit de Romeinsche geschiedenis’, 1849, I (mrt) 317-328.
Brill, W.G., ‘Over den besten waarborg van staatswelvaren en volksgeluk’, 1849, I (apr) 454-464.
Brill, W.G., ‘Over de middelen tot het herstel der kranke maatschappij’, 1850, I (jan) 78-89.
Brill, W.G., ‘Proeve eener geluksleer’, 1850, I (juni) 751-765.
Brill, W.G., ‘Apologie van Holland’, 1884, III (aug) 331-352.
Bruining, A., ‘De theologie in de kring der wetenschappen’, 1884, II (juni) 449-501.
Bruyn Kops, J.L. de, ‘Korte beschouwingen over plaatselijke accijnzen’, 1851, I (apr) 389-438.
Burger jr., D. rec. J.H. Scholten, Over het Godsbegrip van Krause (Leiden 1846), 1846, B 313-319.
Busken Huet, Cd., ‘Stichtelijke lektuur’, 1859, I (mrt) 372-433, (apr) 469-520, (mei) 642-702.
Busken Huet, Cd., ‘Eene kerkelijke beweging in Duitsch-Zwitserland’, 1860, I (mei) 577-636.
Busken Huet, Cd., ‘Drostelijke teederheid’, 1862, I (feb) 206-243.
Busken Huet, Cd., ‘Letterkunde. Kroniek en kritiek’, 1862, IV (dec) tot 1865, I (jan).
Busken Huet, Cd., ‘Vanity Fair’, 1864, IV (nov) 216-222.
[p. 637]
Busken Huet, Cd., ‘Letterkunde. - Een Avond aan het Hof, December 1864’, 1865, I (jan) 115-131.
Busken Huet, Cd., ‘Een dichterlijk regtsgeleerde’, 1880, II (mei) 280-303.
Busken Huet, Cd., zie ook: Een Geabonneerde van het Bijblad.
Bussy, I.J. de, ‘De ontwikkelingsgang van de moderne richting’, 1889, IV (okt) 91-135.
Buys, J.T., ‘Een monument voor Hogendorp’, 1864, II (apr) 87-99.
Buys, J.T., ‘Het moderne staatsbegrip’, 1864, III (aug) 193-217.
Buys, J.T., ‘De donkere dagen vóór Kersmis’ [sic], 1865, I (jan) 1-24.
Buys, J.T., ‘Misverstand’, 1865, III (juli) 84-111.
Buys, J.T., ‘Een gevaarlijk kiesstelsel’, 1865, IV (okt) 130-147.
Buys, J.T., ‘Zomer- en winterstormen’, 1866, III (juli) 1-32.
Buys, J.T., ‘De ontknooping’, 1866, IV (dec) 447-467.
Buys, J.T., ‘De debatten over de staatsbegrooting’, 1867, II (apr) 130-161.
Buys, J.T., ‘Gemeen overleg’, 1867, IV (nov) 287-300.
Buys, J.T., ‘Avontuurlijke politiek’, 1868, I (jan) 51-79.
Buys, J.T., ‘Een politiek drama’, 1868, II (apr) 108-135.
Buys, J.T., ‘Onze kieswet’, 1869, II (mei) 345-371.
Buys, J.T., ‘Stil leven’, 1870, IV (nov) 279-307.
Buys, J.T., ‘Het koloniaal debat’, 1870, II (mei) 338-371.
Buys, J.T., ‘Onze politieke toestand’, 1871, IV (dec) 523-558.
Buys, J.T., ‘De vruchten van een tiendaagschen veldtocht’, 1872, II (juni) 463-496.
Buys, J.T., ‘Van 18 November tot 24 December’, 1873, I (jan) 1-35.
Buys, J.T., ‘Een casus positie’, 1874, IV (okt) 49-85.
Buys, J.T., ‘De zelfstandigheid van het staatsrecht’, 1876, I (mrt) 417-436.
Buys, J.T., ‘Groen van Prinsterer’, 1876, II (juni) 540-546.
Buys, J.T. rec. W.C.D. Olivier, Van de Staten-Generaal (Den Haag 1876), 1876, IV BA (okt) 153-171.
Buys, J.T., ‘Heden en morgen’, 1877, I (jan) 104-131.
Buys, J.T., ‘Een Alarmkreet’, 1877, II (apr) 46-84.
Buys, J.T., ‘Op de grenzen van het beloofde land’, 1879, I (jan) 153-183.
Buys, J.T., ‘Bedenkelijke leuzen’, 1881, I (jan) 118-160.
Buys, J.T., ‘Onze aanstaande Reformbill’, 1882, I (feb) 306-342.
B[uys], J.T., ‘De dood van den Kroonprins’, 1884, III (juli) i-iv.
Buys, J.T., ‘Non possumus’, 1886, II (mei) 326-352.
Buys, J.T., ‘Grondwetsherziening’, 1887, II (mei) 288-319.
Buys, J.T., ‘Teleurstellingen en verwachtingen’, 1888, I (jan) 122-155.
Buys, J.T., ‘De Eerste Kamer en de schoolwet’, 1889, IV (nov) 367-384.
Buys, J.T., ‘Willem de Derde, 1849-1890’, 1890, IV (dec) i-iv.
Buys, J.T., ‘Rumor in casa’, 1891, I (jan) 101-139.
Buys, J.T., ‘Aan gene zijde van het algemeen stemrecht’, 1892, IV (nov) 204-228 en (dec) 406-458.
Bijl, Jan [=J. van Gilse], ‘Splinters van oud en nieuw hout’, 1858, I (apr) 617-621.
Byvanck, W.G.C., ‘Rembrandt-legende’, 1890, II (mei) 274-298.
Byvanck, W.G.C., ‘Shelley’, 1892, III (aug) 308-338, (sept) 478-519.
Byvanck, W.G.C., ‘Onze betrekkingen tot Lombok’, 1894, IV (okt) 134-157 en (nov) 299-338.
C. [=C.J. Fortuijn] rec. T.M. Roest van Limburg, Liberalismus (1837), 1838, B 303-313.
C. [=E.J. Potgieter] rec. H.A. Spandaw, Gedichten I (Groningen 1836), 1837, B 201-204.
Candore et ardore [=W.J.C. van Hasselt] rec. Verdediging der regten van Nederland
[p. 638]
tegen aanmatigingen van Groot-Brittaniën, met betrekking tot het tractaat op den 17den maart 1824 gesloten (tweede druk, Amsterdam 1836), 1837, B 39-41.
Candore et ardore [=W.J.C. van Hasselt] rec. A. de Jager ed., Taalkundig magazijn (1835-1836), 1837, B 136-143.
Cappelle, H. van, ‘De symboliek van den schedel’, 1854, II (okt) 433-461.
Chantepie de la Saussaye, P.D., ‘Ethisch pantheïsme’, 1885, I (feb) 341-350.
[Clercq, G. de], ‘Het voorstel ter grondwetsherziening’, 1845, M 61-96.
(Clercq, G. de] rec. [H. Box], Staatkundige brieven aan een Lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nrs. 3-5 (Den Haag 1844-1845); [P.L.F. Blussé], Nu of nooit; een ernstig woord aan alle gezeten burgers van Nederland (Dordrecht 1845) en Een woord aan den Koning (Amsterdam 1845), 1845, B 392-400.
[Clercq, G. de] rec. [H. Box], Staatkundige brieven. Aan de negen Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, die het voorstel tot herziening der Grondwet deden, nr. 6 (Den Haag 1845), 1845, B 639-643.
[Clercq, G. de] rec. De Staatkundige Tooverlantaarn, of Utopisch Politische Snelwagen, I (Kampen 1845), 1845, B 897-898.
Clercq, G. de, ‘Louis Blanc’, 1846, M 1-33, 48-78, 131-162.
[Clercq, G. de?] rec. M. Cabet, Communistische geloofsbelijdenis. Naar het Fransch, met de belijdenis des vertalers (z.p. 1846), 1846, B 620-625.
[Clercq, G. de] rec. G. Engelberts Gerrits, Het leven en de regering van Z.M. Willem I (Amsterdam 1845); A.J. Lastdrager, Nieuwste geschiedenissen van Nederland in jaarlijksche overzigten (Amsterdam 1839-1844); Idem, Belegeringen verdediging des Kasteels van Antwerpen (Amsterdam 1846) en I. Kuranda, België sedert de omwenteling in 1830 (Amsterdam 1846), 1847, B 256-312 en 869-956.
Clercq, G. de, ‘De nationaliteits-strijd in Sleeswijk’, 1847, M 233-270.
Clercq, G. de, ‘Arnold Ruge over de Fransche socialisten’, 1847, M 313-346.
d.C. [G. de Clercq], ‘De buitengewone armenbedeeling te Amsterdam in 1847’, 1848, I (mrt) 369-380.
[Clercq, G. de] rec. 1 da Costa, Wachter! Wat is er van den nacht? Een lied bij de uitgangen van 1847 (Haarlem 1848), 1848, I BA (apr) 499-502.
Clercq, G. de rec. S.J. van den Bergh, Onzen Koning, 13 maart 1848. Een lied (Haarlem 1848), 1848, I BA (apr) 502-504.
[Clercq, G. de], ‘De vlugschriften van den dag’, 1848, I (mei) 630-648.
Clercq, G. de. ‘Twee nieuwe bijdragen tot het vóór en tegen der regtstreeksche verkiezingen’, 1848, I (juni) 764-778.
Clercq, G. de, zie ook: G.
Coronel, S.S., ‘In 't Gooi’, 1863, I(mrt) 435-485 en II (apr) 46-65.
Coronel, S.S., ‘Een blik op de maatschappelijke en staatkundige ontwikkeling der arbeidende klassen in Engeland’, 1869, II (juni) 473-528.
Cort van der Linden, P.W.A., ‘Vrijheid en Hervorming’, 1887, II (juni) 389-425 en III (juli) 72-125.
Cort van der Linden, P.W.A., ‘Conservatief of progressief’, 1893, I (jan) 137-173.
Cort van der Linden, P.W.A., ‘Wapenstilstand’, 1894, I (jan) 34-50.
Cort van der Linden, P.W.A., ‘Na den strijd’, 1894, II (mei) 283-306.
Cort van der Linden, P.W.A., ‘Staat en gemeenschap’, 1894, IV (nov) 239-266.
Cort van der Linden, P.W.A., ‘Beginselen of formules’, 1895, I (jan) 72-81.
[Costa, I. da], ‘Bij de rivieren van Babel’, 1841, M 202-204.
Couperus, L., ‘Noodlot’, 1890, IV (okt) 1-66 en (nov) 177-234.
Couperus, L., ‘Extaze. Een boek van geluk’, 1892, I (jan) 1-90.
Couperus, L., ‘Kleine raadsels’, 1892, II (juni) 448-459.
[p. 639]
D. [=C.H. Riehm], ‘De scheikunde en het mikroskoop’, 1850, II (nov) 587-618.
Delprat, G.H.M., ‘Geven en wéldoen. Bijdragen tot de geschiedenis der armenverzorging bij Christenvolken gedurende de Middeleeuwen’, 1853, I (apr) 457-477.
‘De Nederlandsch-Zuid-Afrikaansche Vereeniging’, 1886, IV (nov) 185-190.
Deventer, C.Th. van, ‘Een eereschuld’, 1899, III (aug) 205-257.
Deventer, M.L. van, ‘Toussaint l'Ouverture’, 1854, I (feb) 229-244.
Deventer, M.L. van, ‘De ontwikkeling der constitutie van Duitschland. Historische schets’, 1852, II (aug) 149-175. (okt) 433-472 en (dec) 685-733.
Deventer, M.L. van, ‘Het tijdperk van Oldebarnevelt’, 1858, I (apr) 562-578.
Deventer, M.L. van, ‘Een gevaarlijke tocht naar de “Zuid-Afrikaanders”’, 1887, IV (dec) 476-513.
Dixi rec. P.W. Alstorphius Grevelink, Korte bedenkingen op het werk van den Heer G. Luttenberg. Proeve van onderzoek omtrent het armwezen in ons vaderland (Assen 1842), 1843. B 55-57.
Donders, F.C. rec. G. Valentin, Natuurkunde van den mensch, vert. J.G. Rooseboom (Gouda 1845), 1846, B 750-783 en 863-900.
Doorninck, J.I. van, ‘Oud-Holland’, 1884, I (jan) 162-174.
Dozy, R., ‘Studiën over de Vereenigde Staten’, 1871, II (mei) 193-219 en (juni) 425-454, III (juli) 101-131.
Dusseau, J.L., ‘Het leven’, 1852, II (juli) 1-44.
Duyl, C.F. van rec. Jan Holland, Darwinia, een roman uit eene nieuwe wereld (Deventer 1876), 1878, I BA (mrt) 569-584.
D.W. [=J.C. Zimmerman], ‘Alexander Verhuell’, 1853, I (mrt) 336-348, (apr) 478-491, (juni) 745-756
E. rec. Verslag der Commissie der Koninklijke Akademie van Wetenschappen tot het opsporen en het bekend maken van de overblijfsels der vaderlandsche kunst uit vroeger tijden (Amsterdam 1667), 1868, I BA (mrt) 551-560.
E. rec. J.Ph. Koelman, De handelingen der Commissie voor het Nationaal Gedenkteeken getoetst aan de authentieke stukken (Den Haag 1868), 1868, III BA (aug) 369-371.
Een Geabonneerde van het Bijblad [=Cd. Busken Huet], ‘De Tweede Kamer en de Staatsbegroting voor 1865’, 1865, I (jan) 42-63.
Elout van Soeterwoude, W., ‘De Surinaamsche goudvelden’, 1884, I (mrt) 436-499.
Emants, M., ‘Pro domo’, 1889, II (juni) 527-551.
Engelbregt, C.A. rec. Th. Carlyle, De Fransche omwenteling, een geschiedkundig tafereel, vert F.F.W. Koch (Maarssen 1849-1850), 1851, I BA (juni) 790-801.
Engelbregt, C.A., ‘Twee staatkundige geschiedschrijvers over den jongsten tijd’, 1852, II (nov) 573-616.
Evers, J.C.G. en J. de Witte van Citters, ‘Gezondheidsleer. - Voeding’, 1851, I (apr) 439-475.
Faber, G.J.A., ‘Pauperisme en armoede’, 1851, II (aug) 190-206.
Farncombe Sanders, A.J.W., ‘Grondwetsherziening en Kiesregt’, 1885, IV (nov) 298-332.
Fortunio [=J.N. van Hall], ‘Moderne sonnetten. Modellen voor dichters, of die het worden willen’, 1885, IV (nov) 333-334.
Fortunio [=J.N. van Hall], ‘De dichter der toekomst’ en ‘Moderne gedichten’, 1886, IV (okt) 122-124.
Fortunio [=J.N. van Hall], ‘Nieuwe proeven van moderne poëzie’, 1887, IV (nov) 355-358.
[p. 640]
[Fortuijn, C.J.] rec. D. Donker Curtius, Proeve eener nieuwe grondwet (Arnhem 1840), 1840, B 370-371.
[Fortuijn, C.J.] rec. J.C. de Jonge, Redevoering over de staatkunde hier te lande na den Utrechtschen vrede; een waarschuwend voorbeeld voor onzen tijd (Den Haag en Amsterdam 1841) en J.R. Thorbecke, Oratio de Simonis Slingelandtii Rempublicam emendandi studio (Leiden 1841), 1841, B 289-299.
Fortuijn, C.J., zie ook: A.; C.; N.
Fransen van de Putte, I.D., ‘Mijn advies aan den minister van koloniën nader toegelicht’, 1876, IV (dec) 507-518.
Fr. B. rec. F.C. de Greuve, Brieven in antwoord op de brieven van den hoogleraar Ph. W. Heusde, over het beoefenen der wijsbegeerte inzonderheid in ons vaderland en in onze tijden (Groningen 1838), 1838, B 498-500.
F[ruin, R.] rec. C......, Kantteekeningen op het Handboek der Geschiedenis van het Vaderland van Mr. G. Groen van Prinsterer (Nijmegen 1857), 1857, II BA (dec) 850-853.
Fruin, R., ‘Hugo de Groot en Maria van Reigersbergh’, 1858, II (sept) 289-324 en (okt) 417-473.
Fruin, R., ‘Het voorspel van den Tachtigjarigen Oorlog’, 1859, II (dec) 741-798 en 1860, I (feb) 182-121 en (mrt) 379-429.
Fruin, R., ‘Nederland's rechten en verplichtingen ten opzichte van Indië’, 1865, II (apr) 28-52.
Fruin, R., ‘De Gorcumsche martelaren’, 1865, II (mei) 293-336.
Fruin, R., ‘De drie tijdvakken der Nederlandsche geschiedenis’, 1865, IV (nov) 245-271.
Fruin, R., ‘Het geloof aan wonderen’, 1866, II (apr) 28-64.
Fruin, R., ‘De Nederlandsche beroerten in de XVIe eeuw, uit een katholiek oogpunt beschouwd’, 1867, III (aug) 283-318.
Fruin, R., ‘Een proeve van historische critiek’, 1869, I (feb) 193-238.
Fruin, R., ‘De oude verhalen van den moord van Prins Willem I’, 1884, II (mei) 226-271.
G. [=G. de Clercq] rec. Klikspaan, Studentenleven (Leiden 1844), 1844, B 717-741.
[Geel, J.] rec. Symbolae literariae I, 1837, B 392-395
Geel, J. rec. E.J. Potgieter, Het Noorden; in omtrekken en taferelen (Amsterdam 1836, 1840), 1840, B 533-536.
Geerts, A.J.C., ‘Japan in 1870’, 1871, III (sept) 525-568.
Geerts, A.J.C., ‘Japan in 1871’, 1872, III (aug) 275-345, (sept) 497-544.
Genestet, P.A. de, ‘De weduwe van Orléans’, 1848, I (mei) 649-652.
[Genestet, P.A. de], ‘Leekedichtjes’, 1859, II (nov) 690-694 en 1860, I (jan) 125-131.
Gilse, J. van, ‘De geschiedenis van de opvoeding des menschdoms en de Openbaring des Bijbels’, 1848, II (okt) 430-461.
Gilse, J. van, ‘Nieuwe bundels preken’, 1852, I (apr) 401-436, (mei) 545-592.
Gilse, J. van, ‘De ontwikkeling van het Protestantisme’, 1855, I (juni) 673-694.
Gilse, J. van, ‘De Groninger Godgeleerden in hunne eigenaardigheid’, 1856, I (mrt) 305-340.
Gilse, J. van, ‘Het gebruik van de Latijnsche taal in de theologie’, 1857, I (apr) 504-536.
Gilse, J. van, ‘Het duizendjarig rijk en het gezag der Heilige Schrift’, 1857, II (juli) 1-46.
Gilse, J. van, ‘Ulrich van Hutten’, 1858, I (mei) 653-702.
Gilse, J. van, ‘De brieven van Schleiermacher, eene getuigenis van zijn leven’, 1858, II (dec) 681-746.
Gilse, J. van, zie ook: Bijl, Jan.
[p. 641]
Glasius, L.J.M., ‘Eene klacht’, 1883, IV (dec) 428-449.
Gorter, S., ‘Arcachon. Uit brieven’, 1867, II (juni) 437-496.
Gorter, S., ‘Een groot man en een felbewogen tijd’, 1867, II (apr) 1-39, (mei) 232-273.
Gorter, S., ‘Van Huis, Anna Rooze, Lidewyde’, 1869, I (feb) 275-344.
Gram, J., ‘In het Palais-Royal. Uit eene correspondentie’, 1867, III (sept) 532-561.
[Hall, J.N. van] rec. P. de Mont, Lentesotternijen (Gent 1881), Idem, Lorelei (Utrecht 1882) en Idem, Idyllen (Sneek 1882), LK, 1883, I (feb) 376-383.
[Hall, J.N. van] rec. Jacques Perk, Gedichten, met voorrede van Mr. C. Vosmaer en inleiding van Willem Kloos (Sneek 1882), LK, 1883, I (feb) 383-387.
[Hall, J.N. van] rec. P. Vluchtig, Haagsche hopjes (Haarlem 1883), LK, 1884, I (feb) 373-376.
[Hall, J.N. van] rec. H. Swarth, Eenzame bloemen (Roeselare 1884), LK, 1884, I (mrt) 567-570.
[Hall, J.N. van] rec. L. Couperus, Een lent van vaerzen (Utrecht 1884), LK, 1884, III (aug) 359-361.
[Hall, J.N. van] rec. Soera Rana, Met een meeuwepluim en andere gedichten (Amsterdam 1884), LK, 1884, III (aug) 355-358.
[Hall, J.N. van] rec. H. Swarth, Blauwe bloemen (Utrecht 1884), LK, 1885, I (jan) 191-192.
[Hall, J.N. van] rec. De Nieuwe Gids I, 1 (oktober 1885), LK, 1885, IV (nov) 363-364.
[Hall, J.N. van] rec. A. Verwey, Persephone en andere gedichten (Den Haag 1885), LK, 1885, IV (dec) 544-548.
[Hall, J.N. van] rec. E. Zola, Germinal (1885) en Idem, L'Oeuvre (1886), A. Cooplandt, Uit het leven (1885) en F. Netscher, Studies naar het naakt model (1886), LK, 1886, II (mei) 383-396.
[Hall, J.N. van] rec. W. Kloos en A. Verwey, De onbevoegdheid der Hollandsche literaire kritiek (Amsterdam 1886) en L. van Deyssel, Over literatuur (de heer F. Netscher) (Amsterdam 1886), LK, 1886, II (juni) 583-587.
[Hall, J.N. van], ‘Uit de geschiedenis van de Gids’, LK, 1886, IV (dec) 569-590.
Hall, J.N. van, ‘Het dagboek van Marie Bashkirtseff’, 1887, III (sept) 348-373.
Hall, J.N. van, ‘De “decadents” in Frankrijk’, 1888, I (feb) 416-436.
Hall, J.N. van, ‘Groote geluiden’, 1888, II (apr) 136-151.
[Hall, J.N. van] rec. H. Gorter, Mei (Amsterdam 1889), LK, 1889, II (apr) 185-196.
[Hall, J.N. van] rec. Physiologie van De Nieuwe Gids (Amsterdam 1889), 1889, III Bibl. (juli) 182.
Hall, J.N. van, ‘Twee drama's van Ibsen’, 1889, III (sept) 461-478.
[Hall, J.N. van] rec. A. Verwey, Nieuwe gedichten (Amsterdam 1890), LK, 1890, I (mrt) 601-604.
[Hall, J.N. van] rec. L.Tolstoi, La sonate à Kreutzer (Parijs 1890), LK, 1890, II (juni) 545-555.
[Hall, J.N. van] rec. H. Gorter, Verzen (Amsterdam 1890), LK, 1890, IV (dec) 583-592.
[Hall, J.N. van] rec. F. van Eeden, Studies (Amsterdam 1890), LK, 1890, IV (dec) 592-596.
[Hall, J.N. van] rec. J.H. Groenewegen, Bibliographie der werken van Everhardus Johannes Potgieter (Haarlem 1890), 1890, IV Bibl. (dec) 597.
[Hall, J.N. van] rec. P. Tideman, Een jongste generatie en De Nieuwe Gids (Amsterdam 1894), LK, 1894, III (aug) 357-363.
Hall, J.N. van, zie ook: Fortunio.
Hamel, A.G. van, ‘Over Zola’, 1880, I (feb) 326-359.
[p. 642]
Hamel, A.G. van, ‘Weten en dichten’, 1881, II (apr) 143-178.
Hamel, G.A. van, ‘De tegenwoordige beweging op het gebied van het strafrecht’, 1891, I (feb) 316-342.
Hart, C. van der, ‘Herinneringen van Bali in 1849’, 1854, II (dec) 642-656.
Hartevelt, D., ‘Industrie en poëzie’, 1883, III (sept) 515-530.
Harting, D., ‘De geloofwaardigheid van den schrijver van het Boek De Handelingen der Apostelen, verdedigd’, 1849, I (mei) 477-503.
Harting, D., ‘Bijdrage tot de kennis van het hedendaagsche standpunt der kritiek des Nieuwen Testaments’, 1850, I (juni) 673-728.
Harting, D., ‘Een kritisch vraagstuk opgelost. Onderzoek naar de echtheid der Schriften van Johannes’, 1853, I (apr) 397-432 en (mei) 541-568.
Harting, D., ‘Een leefregel voor de Kerk in onzen tijd’, 1854, II (okt) 385-416.
Harting, D., ‘Wetenschappelijk-populaire theologie’, 1856, II (juli) 1-51.
Hartog, L. de, ‘Saint-Simon en de Saint-Simonisten’, 1870, III (juli) 77-116.
H[asebroek, J.P.], ‘Aan het rijm (naar J. Delorme)’, 1837, III 238-240.
Hasebroek, J.P., ‘Aan Nicolaas Beets, op zijn zeventigsten verjaardag, 13 september 1884’, 1884, III (sept) 391-394.
Hasebroek, J.P., zie ook: J.; Jonathan.
[Hasselt, W.J.C. van] rec. [J. de Bosch Kemper], De staatkundige partijen in Noord-Nederland, geschetst in een historisch overzigt van deszelfs binnenlandsche staetsgesteldheid van het einde der grafelijke regering tot op het jaar 1813 (Amsterdam 1837), 1840, B 449-457 en 516-525.
Hasselt, W.J.C. van, ‘De Loevesteinsche gevangenschap’, 1845, M 283-293.
Hasselt, W.J.C. van, zie ook: Ardore et candore; Candore et ardore; V.H.
H.B. [=P.T.L. Helvetius van den Bergh], ‘De vaderlandslievende edelmogende’, 1844, M 492-494.
Heemskerk Az., J., ‘Er waren armen ook in oud-Griekenland’, 1850, I (juni) 729-750.
Heemskerk Az., J., ‘De armoede in het heidensche Rome’, 1851, I (mrt) 309-329.
[Heemskerk Az., J.], ‘Brief van mr. J. Heemskerk Az. aan prof. S. Vissering, over zijne “Opmerkingen over de kwestie van den dag”’, 1852, II bijblad oktober.
[Heemskerk Bz., J.], ‘Staatkundig Overzigt’, 1848, passim.
[Heemskerk Bz., J.], ‘Staatkundige Beschouwingen’, 1849, I (feb) 192-220 en II (okt) 487-508, (nov) 640-667 en (dec) 771-799; 1850, I (jan) 90-99 en (feb) 251-268.
Heemskerk Bz., J., ‘Over de hervorming van de Engelsche scheepvaartwetten’, 1850, I (mrt) 301-324, (apr) 476-495, (mei) 594-621, (juni) 766-784.
Heemskerk Bz., J.; ‘Robert Peel’, 1850, II (okt) 444-473, (nov) 619-643 en (dec) 701-723.
Heemskerk Bz., J., ‘Macaulay en de Engelsche geschiedenis’, 1851, I (feb) 137-164 en (mei) 575-596 en 1852, I (mei) 604-628.
Heemskerk Bz., J., ‘Bijdrage tot de geschiedenis der Nederlandsche diplomatie’, 1852, II (sep) 352-380 en (okt) 473-493.
Heemskerk Bz., J., ‘Koning Willem de Tweede’, 1853, I (feb) 190-213.
Heemskerk Bz., J., ‘Het anti-revolutionaire staatsregt in Nederland’, 1853, II (nov) 481-502 en (dec) 685-703.
Heering, P. rec. Paganus, Wolfskampen Dine. Een verhaal uit het Twentsche volksleven (Nijmegen 1872), 1873, IV BA (nov) 416-418.
Heering, P., ‘Een tochtje door het Tenggergebergte’, 1875, IV (okt) 122-143.
Heering, P., ‘Een kind, dat te veel was’, 1883, II (apr) 1-43.
Heim, J.H. van der, ‘Johan de Witt tegenover Frankrijk’, 1851, I (mrt) 273-308.
Heim, H.J. van der, ‘Aanteekeningen over het armwezen’, 1853, I (feb) 133-166.
Heim, H.J. van der, ‘De wet tot regeling van het armbestuur’, 1854, II (nov) 542-566.
[p. 643]
Heim, H.J. van der, ‘Eenige cijfers der statistiek’, 1857, I (mrt) 334-355.
Heldring, B., ‘Ons bestuur over ons rijk in Indië’, 1872, II (mei) 242-262.
Heldring, B., ‘Suriname’, 1876, I (feb) 217-245.
Heije, J.P., ‘Hasselt, 8 augutus 1831’, 1837, M 307-312.
Heije, J.P., ‘Oude liedekens, vernieuwd’, 1850, I (mrt) 325-344.
Heymans, G., ‘De methode der moraal’, 1881, IV (nov) 193-223 en (dec) 414-448.
Heymans, G., ‘Een nieuwe oplossing der sociale quaestie’, 1883, II (apr) 107-140.
Heymans, G., ‘Volks-en staatssouvereiniteit’, 1883, IV (okt) 84-118.
Heymans, G., ‘Edmond Schérer en de democratie’, 1884, III (aug) 298-313.
Heymans, G., ‘Een laboratorium voor experimenteele psychologie’, 1896, II (apr) 73-100.
Heyse, J.H.C. rec. L. Wallace, Quetzal (vert., Sneek 1876) en Rijkskinderen, een verhaal uit de Nieuwe Wereld (vert., Amsterdam 1876), 1878, I BA (mrt) 600-607.
Heyse, J.H.C. rec. W.G.F. van Sorgen, Eerste viertal novellen (Den Haag z.j.), 1878, I BA (feb) 417-424.
Heyse, J.H.C. rec. Catharina, De schoonzusters en Katy's verloving (Amsterdam z.j.), 1878, III BA (aug) 372-374.
Heyse, J.H.C., ‘Mens sana in corpore sano’, 1879, I BA (mrt) 604-613.
Hildebrand [=N. Beets], ‘Vooruitgang’, 1837, M 345-351.
Hildebrand, ‘Het water’, 1838, M 66-71.
Hildebrand, ‘Begraven’, 1838, M 89-97.
Hildebrand, ‘Eene tentoonstelling van schilderijen’, 1838, M 176-186.
Hildebrand, ‘De wind’, 1838, M 420-423.
Hingst, S.J., ‘Kerk en staat’, 1863, I (feb) 193-213, II (apr) 28-45 en (juni) 443-471.
Hoekstra Bz., S., ‘Het maatschappelijk leven, zijne organisatie, zijne eischen en zijne gebreken. Vlugtige ideën van een leek op dit gebied van wetenschap over hetgeen leeken daarvan behooren te weten’, 1861, I (feb) 198-254.
Hoekstra Bz., S., ‘Het nuttigheidsbeginsel, als rigtsnoer van het zedelijk oordeel’, 1865, I (feb) 243-276, (mrt) 421-451, II (apr) 67-102.
Hoekstra Bz., S., ‘De tegenstelling van optimisme en pessimisme’, 1880, IV (nov) 262-303.
Hoëvell, W.R. van, ‘Het oude Instituut en de nieuwe Akademie’, 1855, I (mrt) 344-369.
Hoëvell, W.R. van, ‘Een dorp en een berg’, 1855, II (okt) 468-489.
Hoff, J.H. van 't, ‘De nieuwe elementen, Argon en Helium’, 1895, II (juni) 461-465.
Hollander, J.J. de, ‘De Maleische proza-literatuur’, 1849, I (mei) 533-584.
Honigh, C., ‘In 's levens lente weggerukt’, 1879, I (mrt) 556-565.
Honigh, C., ‘Eene bladzijde uit den Exodus der Transvalers (29 augustus 1848)’, 1881, I (feb) 370-382.
Hooijer, J.H., ‘Bij het graf van twee dichters - Père la Chaise en Roozendaal’, 1876, IV 447-467.
Hooijer, J.H., ‘De jongste roman van Octave Feuillet’, 1880, I (jan) 6-48.
Hooijer, J.H., ‘Onze nationaliteit’, 1882, IV (nov) 385-400.
Hooijer, J.H., ‘Een wilde vogel’, 1884, I (jan) 1-19.
Hooijer, J.H., ‘Graaf Léo Tolstoi’, 1886, III (juli) 1-32.
Hooijer, J.H., ‘Mors et vita’, 1887, IV (nov) 297-321.
Hooijer, J.H., ‘De toekomst van onzen stam’, 1890, I (feb) 378-394.
Hooijer, J.H., ‘Een Fransch student over den hedendaagschen Franschen roman’, 1890, II (juni) 462-477.
Hooijer, J.H., ‘Een vrouw Fin de Siècle. Madame du Deffand’, 1891, IV (dec) 381-409.
Houten, S. van, ‘Kritiek der practische staathuishoudkunde’, 1863, I (mrt) 401-434.
[p. 644]
Houten, S. van, ‘De staathuishoudkunde als wetenschap en kunst’, 1866, III (aug) 185-209.
Houten, S. van, ‘De methode der natuurwetenschap in verband met die der geestelijke wetenschappen’, 1871, III (aug) 333-348.
Huberts, W.J.A., ‘Eenige aanteekeningen op de Middeleeuwsche geschiedenis des vaderlands’, 1859, II (sept) 332-345.
Hubrecht, A.A.W., ‘Verwording’, 1885, II (mei) 389-406.
Hugenpoth (tot den Beerenclaauw), J.B. van, ‘De Revolutie’, 1871, I (mrt) 405-444.
Hugenpoth, J.B., ‘Anti’, 1877, I (feb) 209-299.
Huizinga, D., ‘Karl Ernst von Baer’, 1868, III (sept) 413-438.
Huizinga, D., ‘Leven’, 1873, I (jan) 36-63.
Hulshoff Pol, J., ‘Indische adviezen in de Staten-Generaal’, 1877, III (aug) 257-286.
Huysmans, C.C., ‘De kunstbeschouwing van den nijverheidsstand en de middelen om haar te bevorderen’, 1853, I (mei) 583-617.
Irving, E.J., ‘John Ruskin’, 1889, IV (dec) 485-512.
J. [=J.P. Hasebroek], ‘Gekroonde vrouwen’, 1838, M 1-9.
Jonathan [= J.P. Hasebroek], ‘Sint-Nicolaas’, 1838, M 440-446.
jonckbloet, W.J.A. rec. B.H. Lulofs, Handboek van den vroegsten bloei der Nederlandsche letterkunde, of proeven uit Nederlandsche schriften der dertiende en veertiende eeuw (Groningen 1845), 1846, B 1-56.
Jonckbloet, W.J.A., ‘De dierensage in Vlaanderen. Fragment eener geschiedenis der Middennederlandsche dichtkunst’, 1851, I (feb) 185-220.
Jorissen, E.J.P., ‘De moderne theologie op den kansel veroordeeld’, 1862, I (mei) 633-657.
Jorissen, E.J.P., ‘Vereenvoudiging en zuivering van den theologischen strijd’, 1868, I (mrt) 377-403.
Kalff, G., ‘Persoonlijke dienstplicht. Herinneringen en wenken’, 1889, I (juni) 401-434.
Kalff, G., ‘Eene enquête’, 1892, II (juni) 460-482.
Kalff, G., ‘Onderwijs en opvoeding’, 1895, I (mrt) 521-534.
Kan, M.C., ‘Nieuw-Holland en zijn Engelsche Koloniën’, 1871, III (aug) 244-295 en (sept) 468-524.
Kan, M.C., ‘Stanley's jongste reis’, 1890, I (feb) 254-282.
Kate, H.F.C. ten, ‘Een en ander over Suriname’, 1888, III (aug) 181-221.
Keller, G., ‘Jacob Jan Cremer. Een woord van herinnering’, 1881, IV (nov) 224-244.
[Kiehl, E.J.], ‘De onderwijsvraag’, 1857, I (apr) 433-503 en (mei) 612-686.
Kielstra, E.B., ‘De toestand van het Indische leger’, 1884, II (apr) 154-186.
Kielstra, E.B., ‘Steenkolen en spoorwegen ter westkust van Sumatra’, 1884, IV (okt) 1-41.
Kielstra, E.B., ‘De uitbreiding van het Nederlandsch gezag op Sumatra’, 1887, IV (nov) 256-296.
Kneppelhout, J., ‘Mijn zwarte tijd’, 1844, M 159-164.
Kneppelhout, J., ‘Een dichter uit het volk’, 1849, I (apr) 427-453.
Kneppelhout, J., ‘Aan den Wel-Edel Geboren Heer A.J. de Bull, Lid der Commissie, door den Koning benoemd, ter beraming en opgave der middelen tot herstel van het nationaal tooneel’, 1851, II (sept) 390-392.
K[neppelhout], J., ‘Overdenkingen bij het sluiten der Algemeene Tentoonstelling te Parijs’, 1856, II (okt) 481-509.
[p. 645]
K-t [=Kneppelhout], J. ‘Over tooneel’, 1880, I (feb) 233-248.
Knoop, W.J., ‘Bijdrage tot de kennis van ons krijgswezen te lande’, 1849, I (feb) 121-171.
Knoop, W.J., ‘Nog iets over onze landsverdediging’, 1850, I (jan) 59-77.
Knoop, W.J., ‘De verdediging van Nederland in 1672 en 1673’, 1851, II (aug) 129-171, (sept) 304-340 en (okt) 415-462.
Knoop, W.J., ‘Bijdragen tot de Nederlandsche krijgsgeschiedenis’, 1853, I (jan) 51-82.
Knoop, W.J., ‘Over het tegenwoordige krijgswezen van Frankrijk en over de verdediging van België’, 1853, I (mei) 618-660.
Knoop, W.J., ‘Séneffe’, 1854, II (juli) 1-50 en (aug) 181-241.
Knoop, W.J., ‘Beschouwingen over onze Indische krijgsgeschiedenis’, 1860, II (juli) 1-57 en (aug) 189-232.
Knoop, W.J., ‘Iets over het verband van het Indische leger met het leger hier te lande’, 1862, I (mrt) 365-379.
Knoop, W.J., ‘Een woord over den militairen toestand van Nederland’, 1871, I (feb) 137-238.
Knoop, W.J., ‘Boni (1859-1860)’, 1873. II (mei) 324-368.
Knoop, W.J., ‘Iets over ons krijgswezen’, 1874, IV (okt) 86-108.
Knottenbelt, W.C., ‘Emancipatie en Evangelie’, 1857, I (feb) 250-286.
Koekebakker, H., ‘De ontwikkelingstheorie en de zedeleer’, 1881, III (aug) 259-323.
Kollewijn, R.A., ‘Bilderdijk's karakter’, 1890, II (apr) 75-99.
Koo, J. de, ‘Het volkslied in Nederland’, 1877, III (juli) 225-256.
Koorders, D., ‘De jongste bestrijding der Groninger School’, 1852, I (mrt) 299-325.
Koorders-Boeke, H., ‘Brief over A.C.E. [sic] Wallis: In dagen van strijd’, 1878, II (apr) 132-145.
K.B., H. [=H. Koorders-Boeke] rec. M.C. Frank, Hoe zij oude vrijster werd. Een Nederlandsch-Indische roman (Leiden 1877), 1878, I BA (feb) 408-411.
K.B., H. [=H. Koorders-Boeke] rec. Miss Mulock, De noodlottige brievenbus (vert., Deventer 1877) en Idem, Het lamme prinsje (vert., Amsterdam 1877), 1878, I BA (mrt) 608-611.
Koster, W., ‘Het natuurlijk ontstaan van den mensch’, 1875, I (feb) 241-277.
Koster, W. rec. Kosmos. Natuurwetenschappelijke bladen (Haarlem 1874), 1875, I (mrt) 636-637 en 1877, IV (nov) 356-368.
Koster, W., ‘De verdediging der teleologie in den laatsten tijd’, 1877, III (sept) 457-502.
Koster, W., ‘Voor en tegen het Darwinisme’, 1880, I (feb) 272-310 en (mrt) 462-494.
Koster, W., ‘Erfelijkheid en sociale psychologie’, 1885, II (mei) 253-286.
Koster jr., Bern. [=J.C. Zimmerman], ‘Zamenspraken zonder zin, of “Wat is nu de idée van dat ding?”’, 1860, I (apr) 512-530.
Koster jr., Bern., ‘Fictie en historie’, 1860, II (nov) 680-700.
Koster jr., Bern., ‘Parijsche photographiën’, 1867, II (mei) 193-231.
Laging Tobias, P.F., ‘Onze tegenwoordige politiek in Atjeh en hare gevolgen’, 1886, II (mei) 274-307.
Lamping, J.A., ‘Schoolwetsherziening’, 1868, II (mei) 193-231 en (juni) 431-475.
Land, J.P.N., ‘Dienstbare wijsbegeerte’, 1864, II (juni) 369-423.
Land, J.P.N., ‘Kritische zedeleer’, 1874, II (apr) 1-38.
Land, J.P.N., ‘Overtuiging’, 1875, I (jan) 1-68.
Leemans, C., ‘De kunst in Nederland’, 1854, II (aug) 145-180.
Leendertz Wz., P., ‘Midden-Nederlandsche prosodie’, 1850, I (mrt) 269-300 en (apr) 409-439.
[p. 646]
Lewe van Middelstum, J.C., ‘Het Chineesch-Engelsche vraagstuk’, 1857, I (mei) 705-728.
Lewe van Middelstum, J.C., ‘De openstelling van Japan’, 1858, II (juli) 42-88.
Limburg Brouwer, P.A.S. van, ‘Een nieuw adept der antirevolutionaire school’, 1854, I (apr) 437-464.
Limburg Brouwer, P.A.S. van, ‘Positieve staatsleer’, 1854, II (sept) 265-291.
Limburg Brouwer, P.A.S. van, ‘Een protest tegen de Reactie’, 1855, I (jan) 1-21.
Limburg Brouwer, P.A.S. van, ‘Het leven van een denker’, 1855, I (apr) 409-443.
Limburg Brouwer, P.A.S. van, ‘Een anti-filosofische roman’, 1855, II (aug) 129-157.
Limburg Brouwer, P.A.S. van, ‘Gervinus, geschiedschrijver der negentiende eeuw’, 1856, I (jan) 1-50 en (feb) 176-218.
Limburg Brouwer, P.A.S. van, ‘Een bespiegelend empirist’, 1856, II (juli) 52-101.
Limburg Brouwer, P.A.S. van, ‘Nieuwe politiek onder oude vormen’, 1856, II (nov) 561-602.
[Limburg Brouwer, P.A.S. van], ‘Problematische politiek. Het nieuwe ministerie en de volksvertegenwoordiging in 1856’, 1857, I (feb) 161-216.
Limburg Brouwer, P.A.S. van, ‘Theocratie in de negentiende eeuw’, 1857, I (mei) 577-611.
Limburg Brouwer, P.A.S. van, ‘De ontknooping’, 1857, II (sept) 305-330.
Limburg Brouwer, P.A.S. van, ‘De ijzeren eeuw van Nederland’, 1858, I (jan) 1-65.
Limburg Brouwer, P.A.S. van, ‘Twee ketters van onzen tijd’, 1858, I (juni) 845-886 en II (juli) 1-41.
Limburg Brouwer, P.A.S. van, ‘Midas Diplomatist’, 1859, I (juni) 885-899.
Limburg Brouwer, P.A.S. van, ‘Nitisâstra’, 1860, I (jan) 22-46.
Limburg Brouwer, P.A.S. van, ‘Vuurdienst. Eene proeve uit eene nieuwe wetenschap’, 1860, I (apr) 474-493.
Limburg Brouwer, P.A.S. van, ‘Buddha’, 1860, II (sept) 317-344.
[Limburg Brouwer, P.A.S. van], ‘Parasitische politiek’, 1861, I (feb) 137-174.
[Limburg Brouwer, P.A.S. van], ‘Koloniale kamerkout’, 1863, I (feb) 249-277.
[Limburg Brouwer, P.A.S. van], ‘Een pracht-brochure van een oud-minister’, 1863, II (apr) 1-27.
Limburg Brouwer, P.A.S. van, ‘Oostersch atheïsme’, 1868, IV (dec) 425-451.
Limburg Brouwer, P.A.S. van, ‘Vergelijkende mythologie’, 1871, II (apr) 1-30.
Limburg Brouwer, [geen initialen bekend] van, ‘Javaansche zang’, 1877, II (mei) 286-311.
Linden, J.W. van der, ‘De geschiedenis en de beteekenis der “Ethische” Richting onder de Modernen’, 1883, IV (dec) 450-465.
Linden, J.W. van der, ‘Stelsels en personen’, 1886, IV (nov) 213-229.
Lith, P.A. van der, ‘Het Noord-Borneo tractaat’, 1891, IV (dec) 444-478.
Lith, P.A. van der, ‘Bombay’, 1892, III (juli) 11-30.
Loenen Martinet, J. van, ‘Longfellow's Divine Tragedy’, 1877, II (apr) 33-55.
Loenen Martinet, J. van, ‘Godsdienstprediking’, 1891, I (feb) 293-315.
Loman, A.D., ‘De Opstanding van Jezus. Het geloof der gemeente en de bedenkingen der wetenschap’, 1861, I (apr) 449-507.
Loman, A.D., ‘Het Evangelie der toekomst’, 1865, II (mei) 209-242.
Loman, A.D., ‘De Godsdienst voor onzen tijd. Eene pleitrede voor denkenden’, 1869, IV (nov) 224-250.
Loman, A.D., ‘Het Onuitsprekelijke’, 1876, II (juni) 409-442 en 1878, I (feb) 193-248 en 1879, I (jan) 23-84.
Loman, A.D., ‘Spraakverwarring’, 1877, I (mrt) 449-511.
[p. 647]
Loman, A.D., ‘Antiek en modern Christendom’, 1880, II (apr) 26-59.
Loman, A.D., ‘Symbool en werkelijkheid in de evangelische geschiedenis’, 1884, I (feb) 265-304.
Loman, A.D., ‘De oorsprong van het geloof aan de opstanding van Jezus’, 1888, I (mrt) 502-545 en II (apr) 86-135.
L. [=M.C.L. Lotsy], ‘Democratie en Constitutionele Monarchie’, 1871, II (apr) 59-112.
Lotsy, M.C.L., ‘Democratie en Theocratie’, 1872, IV (okt) 32-68.
Lorentz, H.A., ‘De door Prof. Röntgen ontdekte stralen’, 1896, I (mrt) 510-528.
Louter, J. de, ‘De Transvaalsche deputatie’, 1884, II (juni) 502-539.
Louter, J. de, ‘Decentralisatie in Britsch-Indië’, 1887, I (jan) 24-51 en (feb) 237-275.
Louter, J. de, ‘Het Kiesrecht’, 1893, III (juli) 76-101.
Macalester Loup, R., ‘Politiek Overzicht’, 1880, I (jan) - 1883, IV (nov).
Macalester Loup, R., ‘Een constitutioneele strijd’, 1884, II (mei) 313-331.
M[argadant?], J., ‘Marnix van St. Aldegonde, en de jongste uitgever zijner werken’, 1857, II (nov) 625-667.
Margadant, J., ‘Een teeken des tijds’, 1862, I (jan) 1-26.
Margret, J., ‘Parijsch leven en denken’, 1867, IV (okt) 71-110.
Menno Huizinga, J., ‘Slapende zielen’, 1889, IV (dec) 436-484.
Mens ingenua Deo grata [=J.A.M. Mensinga] rec. C. Hooijer, Kerkelijke wetten voor de Hervormden in het Koninkrijk der Nederlanden (Zaltbommel 1846), 1847, B 425-476.
Mensinga, J.A.M., ‘Diorismen over kerkzang en kerkmuzijk’, 1845, M 479-522, 547-576.
Meulen, F.P. ter, ‘De maatstaf der kunst’, 1874, II (sept) 502-514.
Meulen, F.P. ter, ‘Kunstwaarde’, 1879, I (jan) 85-98.
Meijboom, L.S.P., ‘De Groninger School in haren strijd’, 1852, I (feb) 148-202.
Millies, H.C., ‘De inhuldiging en een wapenschild. Eene nabeschouwing’, 1849, I (jan) 721-735.
Millies, H.C., ‘De Javaansche Bijbelvertaling’, 1853, II (aug) 148-169.
Miquel, F.A.W., ‘Over de natuurlijke gesteldheid van het eiland Java en andere gewesten van Neêrlandsch Indië’, 1853, II (dec) 642-684.
Mirandolle, C.J.F. rec. N.G. Pierson, Het Kultuurstelsel. Zes voorlezingen (Amsterdam 1868), 1868, IV (nov) BA 417-422.
Modderman, A.E.J., ‘Politiek Overzicht’, 1864, III (aug) 328-351.
Moleschott, J., ‘Bij een feest van de wetenschap’, 1887, IV (dec) 514-525.
Molster, J.A., ‘Twee studeerkamers’, 1851, II (aug) 207-226.
Muller, H.P.N., ‘Herinneringen uit de Transvaal. Fragmenten van een reisverhaal’, 1888, II (mei) 223-274.
Muller, P.N., ‘Iets over de graankwestie in Nederland’, 1855, I (mrt) 319-343.
Muller, P.N., ‘De Zondsche tol’, 1855, I (apr) 444-464.
Muller, P.N., ‘Bijbelsche staathuishoudkunde en de accijnskwestie’, 1855, I (juni) 738-758.
Muller, P.N., ‘Moderne alchymie. Eene handelstudie’, 1856, I (jan) 70-129.
[Muller, P.N.], ‘Felix Meritis. Werkzaamheden der Afdeeling Koophandel’, 1856, I (mei) 685-727.
M[uller, P.N.] rec. Brandtz Mayer, Twintig jaren uit het leven van een slavenhandelaar, vert. M. Keyzer (Den Haag 1856), 1856, II BA (sept) 415-416.
Muller, P.N., ‘Het vrijhandels-congres te Brussel (22, 23, 24 en 25 september 1856)’, 1856, II (nov) 620-667 en (dec) 718-770.
[p. 648]
Muller, P.N., ‘Volks-Lectuur’, 1857, I (juni) 822-854.
Muller, P.N., ‘De handelscrisis van 1857’, 1858, I (feb) 277-303.
Muller, P.N., ‘Spoorwegen’, 1859, II (okt) 530-566.
[Muller, P.N.], ‘Help u zelven’, 1860, II (okt) 485-516.
Muller, P.N., ‘Eene verdediging van Neêrlands handelspolitiek’, 1860, II (dec) 741-759.
Muller, P.N., ‘Beter onderwijs’, 1864, III (sept) 463-485.
Muller, P.N., ‘Fernan Caballero’, 1867, III (sept) 435-471.
M[uller, P.N.] rec. Differentieele rechten in Nederlandsch Indië, door een Amsterdamsch koopman (Amsterdam 1872) en Een woord aan allen die belang stellen in den bloei onzer koloniën, in verband met onzen handel en onze industrie (Amsterdam 1872), 1872, I (feb) 369-372.
Muller, P.N., ‘In- en uitwendige grootheid’, 1883, IV (okt) 25-44.
Muller, P.N., ‘Een nieuw koloniaal tijdschrift’, 1885, III (sept) 491-506.
Muller, P.N., ‘Koloniaal gevaar’, 1886, III (aug) 348-355.
Muller, P.N., ‘Anglomanie’, 1889, III (aug) 263-277.
Muller van Voorst, S., ‘Wat ontbreekt Suriname?’, 1887, II (apr) 162-172.
Muller van Voorst, S., ‘Suriname’, 1890, I (mrt) 535-544.
N. [=C.J. Fortuijn] rec. [W.T. Gevers Deynoot], Iets over de vroegere Staatsregelingen en de tegenwoordige Grondwet van Nederland (Dordrecht 1839), 1839, B 451-452.
N. [=C.J. Fortuijn] rec. J.R. Thorbecke, Aanteekening op de Grondwet (Leiden 1839), 1840, B 72-79.
Netscher, F., ‘Het naturalisme in Engeland’, 1886, I (jan) 71-91 en (feb) 286-306.
Niermeijer, A., ‘Het wezen der Christelijke Openbaring’, 1850, I (feb) 109-149.
Nievelt, C. van rec. E. van der Ven, Fantasia. Novellen (Schoonhoven 1877), 1878, I BA (feb) 412-416.
OEC. [=R.C. Bakhuizen van den Brink] rec. J.H. Reddingius Gz., Het christelijk geloof van Schleiermacher in verband tot het Rationalismus beschouwd (Groningen 1836), 1837, B 64-70, 118-132.
Opzoomer, C.W. rec. J.I. Doedes, J.J. van Oosterzee e.a. ed., Jaarboeken voor wetenschappelijke theologie I (1845), 1845, B 405-427, 473-496, 555-598.
Opzoomer, C.W. rec. [J. Nieuwenhuis], De wijsgeer der negentiende eeuw (Leiden 1845), 1845, B 766-778.
Opzoomer, C.W., ‘Eene geschiedenis der filozofie’, 1854, II (okt) 417-432.
Oudenaerde, M. van [=Ch. Boissevain], ‘Op den familiedag’, 1886, IV (nov) 307-335.
Ovink, B.J.H., ‘Sceptische overtuigingen’, 1893, II (juni) 381-414.
P. [=D.A. Portielje?] rec. B. Albarda, Het heil van den staat de hoogste wet. Bijdragen tot eene verbeterde staatshuishouding in Nederland (Leeuwarden 1843) en [A. Heemskerk), Het crediet alleen kan den staat behouden, of onderzoek naar de middelen ter verbetering der financiën (Amsterdam 1843), 1843, B 654-655.
P. [=D.A. Portielje?] rec. J.H. van Rechteren, De staatkundige strekking van de verwerping der wet tot regeling van 's rijks openbare schuld (Den Haag 1843) en A. Vogelsang, Eerlijkheid het heil van Nederland, eene wederlegging der bijdragen van mr. B. Albarda (Dordrecht 1843), 1844, B 180-183.
Panhuys, W.E. van, ‘Europesche volkplantingen in tropische gewesten’, 1870, I (mrt) 401-444.
Philips, A. rec. A. Thiers, Over den openbaren onderstand. Verslag bij de wetgevende vergadering van Frankrijk ingediend, namens de Commissie van openbare onderstand (1850), 1850, II BA (sept) 390-396.
[p. 649]
[Piaget, E.], ‘De Jezuïten en Ellendorf’, 1843, M 397-412, 453-468.
Piaget, E. rec. G. Libri, De Fransche geestelijkheid onder den invloed der Jezuïten (Amsterdam 1844), 1844, B. 636-644.
Pierson, A., ‘Prof. Hoekstra's verdediging van het indeterminisme’, 1858, I (apr) 493-561.
Pierson, A., ‘Prof. Scholten's monisme’, 1859, I (juni) 749-798.
Pierson, A., ‘Een misverstand’, 1860, I (juni) 745-814.
Pierson, A., ‘Waardeering’, 1861, I (mei) 663-691.
Pierson, A., ‘Een keerpunt in de wijsgeerige ontwikkeling’, 1871, II (juni) 455-487.
Pierson, A., ‘Mill over godsdienst’, 1874, IV (dec) 458-493.
Pierson, A., ‘Eene geschiedenis van het materialisme’, 1875, II (juni) 385-444.
Pierson, A., ‘George Eliot’, 1881, I (feb) 261-268.
Pierson, A., ‘Bij een onuitgegeven werk’, 1888, III (aug) 369-400.
Pierson, A., ‘Jongere tijdgenoten. II’, 1890, II (mei) 177-196.
Pierson, A., ‘Dr. Kollewijn's Bilderdijk’, 1891, IV (okt) 25-48.
Pierson, A., ‘Over Opzoomer’, 1893, I (mrt) 413-440.
Pierson, H., ‘De heerschappij der bourgeoisie in de Nederlandsch Hervormde Kerk’, 1869, I (mrt) 441-476.
P[ierso]n, [N.G.] rec. A.V.S., Is de emancipatie der slaven in onze West-Indische bezittingen tijdig? (Amsterdam 1861) en J. van der Smissen, Over de emancipatie der slaven (Haarlem 1861), 1862, I BA (jan) 127-139.
Pierson, N.G., ‘De grondslagen van Ricardo's stelsel’, 1864, I (feb) 225-256 en (mrt) 468-512.
Pierson, N.G., ‘Het begrip van volksrijkdom’, 1864, III (sept) 393-435 en IV (okt) 14-48.
Pierson, N.G., ‘Friedrich List en zijn tijd’, 1866, III (sept) 353-388.
Pierson, N.G., ‘Economisch Overzicht. Buitenlandsche letterkunde’, 1867, IV (nov) 185-222; 1868, I (jan) 23-50; 1869, IV (nov) 177-223.
Pierson, N.G., ‘De inkomstenbelasting’, 1871, I (jan) 1-32.
Pierson, N.G., ‘Armverzorging’, 1872, III (juli) 45-76.
Pierson, N.G., ‘Het katheder-socialisme’, 1878, III (aug) 250-281.
Pierson, N.G., ‘Werkkring en methode der staathuishoudkunde’, 1879, III (sept) 377-411.
Pol, H., ‘Iets over den toestand der poëzy in Spanje, Italië en Griekenland, gedurende de laatste vijf en twintig jaren’, 1844, M 495-508, 551-567.
Polak, H.J., ‘Tweeërlei letterkundige kritiek. Potgieter en Huet’, 1891, II (apr) 1-56 en (mei) 273-329.
[Potgieter, E.J.], ‘De Schaakspelers van Moritz Retzsch’, 1837, M 53-60.
[Potgieter, E.J.], ‘Marten Harpertsz. 1607-1609’, 1837, M 60-69, 106-111, 136-154.
[Potgieter, E.J.], ‘Goethe en eenige zijner beroemdste tijdgenooten’, 1837, M 125-136.
[Potgieter, E.J.], ‘De letterkundige Bentgenooten te Parijs’, 1837, M 224-234, 240-251, 297-306, 327-338.
[Potgieter, E.J.], ‘Goethe en Schiller’, 1837, M 259-266.
[Potgieter, E.J.], ‘Richard Coeur de Lion en Saladin, in den Slag bij Ascalon, 1191’, 1837, M 339.
[Potgieter, E.J.] rec. A.D. van Buren Schele, Het Slot te Vollenhoven, of vrijheidsmin en heldendeugd (Amsterdam 1836), 1837, B 32-39.
[Potgieter, E.J.] rec. Uitspannings-Lectuur voor Catholyken (Grave 1836), 1837, B 155-157.
[Potgieter, E.J.] rec. A.C.W. Staring, Gedichten (tweede ed., Arnhem 1836), 1837, B 236-250, 294-304, 345-351 en 1838, B 199-207.
[p. 650]
[Potgieter, E.J.] rec. [P.T. Helvetius van den Bergh], De Neven. Blijspel in vier bedrijven (Den Haag 1837), 1838, B 257-271.
[Potgieter, E.J.] rec. Parisina en andere gedichten van Lord Byron. Uit het Engelsch, door Nicolaas Beets (Haarlem 1837) en Parisina; een verhaal, Vrij naar Lord Byron gevolgd, door J.J.L. ten Kate (Den Haag 1838), 1838, B 490-497.
[Potgieter, E.J.] rec. A.L.G. Toussaint, De graaf van Devonshire. Romantische episode uit de jeugd van Elisabeth Tudor (Amsterdam 1838), 1838, B 650-664.
[Potgieter, E.J.?] rec. Belgisch Museum voor de Nederduitsche taal- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands, ed. J.F. Willems, I-III (1837, 1838), 1839, B 351-353.
[Potgieter, E.J.] rec. H.C. Andersen, O.T. (Deventer 1838) en Idem, 't Was maar een speelman (Amsterdam 1840), 1840, B 197-212 en 253-261.
[Potgieter, E.J.], ‘Kopijeerlust des dagelijkschen levens’, 1841, B 442-460, 501-522, 577-594.
[Potgieter, E.J.], ‘Als een visch op het drooge. Aert, Sicco, Ernst’, 1842, M 413-445.
[Potgieter, E.J.] rec. Constantijn Huygens, Cluys-Werck. Dichtstuk, ed. W.J.A. Jonckbloet (Den Haag 1841), 1842, B 159-173 en 216-232.
[Potgieter, E.J.], ‘'t Is maar een pennelikker!’, 1842, M 561-585 en 621-654.
[Potgieter, E.J.] rec. A. Beeloo, 's Gravenhage. Een berijmd verhaal, met geschiedkundige aanteekeningen (Den Haag 1842), 1843, B 221-240.
[Potgieter, E.J.], ‘Leuchtstein’, 1843, M 262-275.
Potgieter, E.J., ‘Het Rijks-museum, te Amsterdam’, 1844, M 17-26, 208-216, 391-423, 585-595, 599-609.
P-r [=E.J. Potgieter] rec. [C.E. van Koetsveld], Schetsen uit de pastorij te Mastland. Ernst en luim uit het leven van den Nederlandschen dorpsleeraar (Schoonhoven 1843, 1844, B 27-40.
P-r [=E.J. Potgieter], ‘Een blik op de Vlaamsche letterkunde’, 1844, B 155-170 en 222-238.
Potgieter, E.J., ‘Eerlijke Armoe's Klagte en Kreet’ (naar Th. Hood), 1845, M 173-180.
[Potgieter, E.J.] rec. A.W. Engelen, Staatshervormen. Dichterlijk vertoog. Horatius nagebootst (Groningen 1845), 1845, B 793-810, 875-893.
Potgieter, E.J. rec. Christophilus voor 1846 (Nijmegen 1845), Aurora. Jaarboekje voor 1846 (Den Haag 1845), Nederlandsche Musen-Almanak voor 1846 (Amsterdam 1845), 1846, B 57-89.
Potgieter, E.J., ‘Hollandsche politieke poëzij’, 1848, I (juni) 739-763.
Potgieter, E.J., ‘Jacob van Heemskerck en vijf en twintig jaren Hollandsche poëzij’, 1849, I (jan) 1-34, (feb) 172-191, (mrt) 329-349, II (juli) 34-71, (okt) 461-486.
P[otgieter], E.J. rec. J. Kneppelhout, Schetsen en verhalen uit Zwitserland (Haarlem 1850), 1850, I BA (apr) 505-514.
Potgieter, E.J., ‘Een prospectus’, 1850, I (mei) 622-642.
Potgieter, E.J., ‘Hollandsche dramatische poëzij’, 1850, II (juli) 62-113, (aug) 168-230, (dec) 724-762.
Potgieter, E.J., ‘Winterbloemen’, 1851, I (jan) 65-75.
[Potgieter, E.J. (e.a.)], ‘Salmagundi’, 1851, I (apr) 501-536, (mei) 635-671, (juni) 744-781, II (juli) 74-105, (aug) 230-262 en (sept) 355-387.
Potgieter, E.J., ‘Piëtistische poëzij’, 1853, II (sept) 282-316.
P[otgieter], E.J. rec. Nederlandsche Volks-Almanak voor 1854, 1854, I (jan) 143-148.
Potgieter, E.J., ‘Grond en geschiedenis’, 1857, I (jan) 31-109.
[Potgieter, E.J.], ‘Prof. Domela Nieuwenhuis en de redactie van De Gids’, 1859, I bijblad mei.
[Potgieter, E.J.?], ‘In memoriam. Jan van Gilse, 1810 † 1859’, 1859, I bijblad juni.
[p. 651]
P[otgieter], E.J. rec. De rustdag en de werkende stand. Een getuigenis vaar eene waardige viering van den zondag (Amsterdam 1859), 1860, I BA (apr) 544-564.
[Potgieter, E.J.], ‘Ter gedachtenisse. 1813-1863’, 1863, IV bijblad november.
[Potgieter, E.J.], ‘Eene novelle?’, 1864, III (sept) 521-563.
[Potgieter, E.J.], ‘Onder weg in den regen’, 1864, IV (dec) 427-453.
Potgieter, E.J., zie ook: C.; Salmagundist, De; T.; W.D-s. Bij enkele opsommingen van bijdragen van Potgieter is verwezen naar J.H. Groenewegen, Bibliographie der werken van Everhardus Johannes Potgieter (Haarlem 1890).
Pijzel, E.D., ‘Giacomo Leopardi’, 1881, I (jan) 1-58 en (feb) 269-316.
Pijzel, E.D., ‘Democratische proefnemingen’, 1887, I (jan) 52-74.
Quack, H.P.G., ‘Politiek Overzicht’, 1861, II (nov)-1864, I (feb) en 1866-1869, passim.
Quack, H.P.G., ‘Ferdinand Lasalle’, 1864, IV (okt) 1-13.
Quack, H.P.G., ‘Theophile Gautier. Emaux et Camées’, 1867, I (feb) 326-338.
Quack, H.P.G., ‘Ivan Tourguenef’, 1868, I (feb) 336-354.
Quack, H.P.G., ‘Staat en maatschappij’, 1868, IV (nov) 193-214.
Quack, H.P.G., ‘Martinus des Amorie van der Hoeven’, 1869, III (aug) 177-262, (sept) 369-445.
Quack, H.P.G., ‘Victor Aimé Huber’, 1874, I (feb) 318-368.
Quack, H.P.G., ‘Maurice en de arbeiders’, 1874, IV (nov) 177-232.
Quack, H.P.G., ‘Bouw en samenstel der maatschappij’, 1875, II (apr) 1-27.
Quack, H.P.G., ‘De nieuwe Fransche dichters’, 1875, IV (dec) 453-486.
Quack, H.P.G. rec. J. ten Brink, De opstand der proletariërs. Geschiedenis der omwenteling van 18 maart 1871 (Amsterdam 1876), 1876, II (mei) BA 602-607.
[Quack, H.P.G.] rec. Cd. Busken Huet, Het land van Rembrand. Studiën over Noord-Nederlandsche beschaving, I (Haarlem 1882), LK, 1883, I (jan) 183-189.
Quack, H.P.G., ‘Sociale politiek. Rede bij de aanvaarding van het hoogleeraarsambt te Amsterdam’, 1885, IV (okt) 139-164.
Quack, H.P.G., ‘Prins Kropotkin’, 1886, I (feb) 209-258.
Quack, H.P.G., ‘Sociale rechtvaardigheid’, 1886, II (juli) 60-89.
Quack, H.P.G., ‘Het St. George's Gild van John Ruskin’, 1892, I (mrt) 405-452.
Quack, H.P.G., ‘De Zwijndrechtsche broederschap. Godsdienstig communisme in de eerste helft onzer eeuw’, 1892, III (aug) 230-264.
Quack, H.P.G., ‘Adolf Kolping’, 1893, I (feb) 265-295.
Quack, H.P.G., ‘Over het begrip der gemeenschap’, 1894, III (juli) 66-89.
Quarles van Ufford, J.K.W., ‘Over het koloniaal monopoliestelsel’, 1851, II (dec) 653-694.
Quarles van Ufford, J.K.W., ‘Toenemende beoefening der staathuishoudkunde in Nederland’, 1854, I (apr) 465-484.
Quarles van Ufford, J.K.W., ‘Nog iets over de toenemende beoefening der staathuishoudkunde in Nederland’, 1854, II (juli) 79-87.
Quarles van Ufford, J.K.W., ‘Iets over de staatsinstellingen van Groot-Brittannië’, 1855, II (sept) 291-318.
Quarles van Ufford, J.K.W., ‘De reis van den Gouverneur-Generaal Duymaer van Twist naar de Molukken, in 1855’, 1857, I (juni) 772-821 en II (juli) 47-88.
Ramaer, J.N., ‘De wetenschap der natuur’, 1848, II (juli) 1-35.
Rana, Soera [=I. Esser jr.], ‘De amandeltak’, 1881, III (aug) 349.
Ranitz, S.N.S. de, ‘Een blik op onze strafwetgeving’, 1871, III (aug) 296-332.
Redactie van den Gids, De, [voorwoord januari 1837], 1837, B i-vi.
[p. 652]
[Redactie], ‘Prof. Lulofs en De Gids’, 1838, M bijlage.
[Redactie], ‘Een antwoord aan de minister van oorlog’, 1863, I bijblad januari.
Redactie, ‘Nicolaas Beets’, 1884, III (sept) 369-370.
Redactie, ‘Bij het aftreden van Mr. J.N. van Hall’, 1916, I (jan) 1-9.
Reepmaker, J.C., ‘Wenken, ontleend aan de statistiek der laatste jaren’, 1856, I (jan) 51-69.
Rees, O. van rec. X. Eyma, Scènes de moeurs et de voyages dans le Nouveau-Monde (Parijs 1862), 1862, I (juni) 906-912.
Rees, W.A. van, ‘Onze Hollandsche broeders in Zuid-Afrika’, 1876, I (feb) 331-345.
Rees, W.A. van, ‘De Atjeh-zaak’, 1877, I (feb) 325-345.
Reiger, W.A., ‘Nieuwe kiesstelsels’, 1866, IV (nov) 189-248.
Reiger, W.A., ‘Wijzigingen van onze kieswet’, 1872, II (apr) 1-64.
Riehm, H., ‘Alfred Meiszner. Een dichter uit Bohemen’, 1850, I (mrt) 365-408.
Riemsdijk, Th.H.F. van, ‘Het behoud en de waardeering van onze monumenten’, 1878, IV (dec) 454-477.
[Robidé van der Aa, C.P.E.], ‘Reinder’, 1837, M 176-183.
Robidé van der Aa, P.J.B.C., ‘Koloniale politiek (II). Staatkundig belang der Evangelisatie’, 1860, I (juni) 831-854.
Roodhuijzen, H.G., ‘Een dringend volksbelang’, 1879, II (apr) 99-127.
Roorda, T., ‘Verdediging der miskende metaphysica’, 1852, I (feb) 137-147.
Roorda, T., ‘De vrijheid van den mensch in de bepaling van zijn wil, en de strijd tusschen determinisme en indeterminisme’, 1859, II (juli) 1-46.
Rooses, M., ‘Vijftig jaren poëzie. De Zuid-Nederlandsche dichters van 1830 tot 1880’, 1881, II (juni) 481-510.
Rooses, M., ‘Taine’, 1882, I (feb) 281-299 en (mrt) 421-450.
Rooses, M., ‘De jongste richting in de Zuid-Nederlandsche letterkunde’, 1883, II (mei) 393-415.
Rooses, M., ‘Zuid-Nederlandsche poëzie’, 1885, II (juni) 537-548.
Rooses, M., ‘Het nieuwe Rijksmuseum te Amsterdam’, 1885, III (aug) 277-291.
Rost van Tonningen, [M.B.?], ‘Billiton voorheen en thans’, 1875, I (feb) 330-380.
S. [=R.C. Bakhuizen van den Brink] rec. P. van Limburg Brouwer, Verhandelingen en losse geschriften (Groningen 1836), 1837, B 1-8.
Sachse, J.E., ‘Twee voorloopers’, 1889, II (juni) 435-470.
Sachse, J.E., ‘Gustave Flaubert’, 1890, I (jan) 28-70.
Salmagundist, De [=E.J. Potgieter], ‘Landverhuizing naar de Vereenigde Staten. Een brief uit Pella’, 1855, I (apr) 465-530.
Schasler, M., ‘Kunst. - Schoonheid. - Idéaal.’, 1851, II (nov) 552-580.
Scheltema, S.P., ‘Schriften over de homoeöpathie’, 1837, B 12-18, 76-80.
Scheltema, S.P. rec. H.A. Spandaw, De invloed des gevoels, op den geest en de verstandelijke vermogens (Groningen 1842), 1843, B 511-528.
Schimmel, H.J., ‘De dichter-schilder’, 1851, I (apr) 476-500.
[Schimmel, H.J.e.a.], ‘Eenige prachtbanden’, 1852, I (jan) 103-121, (feb) 203-228, (apr) 508-524.
Schimmel, H.J., ‘Blikken in de werkelijkheid (I)’, 1853, I (jan) 83-103.
Schimmel, H.J., ‘Blikken in de werkelijkheid (II)’, 1853, II (juli) 27-62.
S[chimmel, H.J.] rec. Holland. Almanak voor 1854, 1854, I (jan) BA 119-142.
Schimmel, H.J., ‘Eene bladzijde uit de geschiedenis van ons drama’, 1855, II (juli) 1-54, (sept) 355-401, (nov) 612-667.
Schimmel, H.J. rec. J.J. Cremer, Daniel Sils (Arnhem 1856), 1857, I BA (feb) 302-304.
[p. 653]
Schimmel, H.J., ‘Poëzij voor onzen tijd?’, 1857, II (okt) 552-581.
[Schimmel, H.J.], ‘Bloempjes’, 1858, I (feb) 304-306 en II (juli) 137-138.
Schimmel, H.J., ‘Melodrama en tragedie’, 1860, II (sept) 354-373.
Schimmel, H.J., ‘Beets' jongste gave’, 1860, II (nov) 657-679.
S[chimmel, H.J.], ‘Eene soirée literaire’, 1860, II (dec) 781-814.
[Schimmel, H.J.], ‘De watersnood en de poëzij (een doodengerigt)’, 1861, I (apr) 556-579.
Schimmel, H.J., ‘Hollandsche Tooneelpoëzy’, 1865, IV (dec) 446-477.
Schimmel, H.J., ‘Een Nederlandsche zedenroman’, 1866, III (sept) 511-527.
Schimmel, H.J., ‘Een prachtig gedicht’, 1867, II (juni) 497-533.
Schneevoogt, zie: Voorhelm Schneevoogt, G.E.
Schüller [tot Peursum, C.L.] rec. Levensgeschiedenis van den Amerikaanschen slaaf W. Wells Brown, afgevaardigde bij het Vredescongres te Parijs, 1849. Door hem zelven beschreven, vert M. Keyzer (Zwolle 1850), 1851, I BA (jan) 135-136.
Seyffardt, A.L.W., ‘Wat nu? Beperkte of algemeene dienstplicht?’, 1888, I (jan) 95-121.
Sibmacher Zijnen, F.P.J., ‘Kerk en individu’, 1861, I (juni) 753-771.
Sieburg, N.C., ‘Cherbourg’, 1858, II (okt) 474-485.
Sillem, J.A., ‘Frederik de Groote’, 1880, II (mei) 193-227 en (juni) 474-524.
Sillem, J.A., ‘Joan Derck van der Capellen tot den Pol. (1741-1784)’, 1882, IV (nov) 204-279 en (dec) 401-460.
Sillem, J.A., ‘De Jacobijnen’, 1885, I (mrt) 459-499.
Simons, L., ‘Naar aanleiding van het 21ste Noord- en Zuid-Nederlandsch Taal- en Letterkundig Congres’, 1891, IV (okt) 86-113.
Snouck Hurgronje, C., ‘De Islam’, 1886, II (mei) 239-274, (juni) 454-498, III (juli) 90-134.
Spruyt, C.B., ‘De scheikunde in de volksschool’, 1870, I (feb) 292-325.
Spruyt, C.B., ‘Populaire voordrachten over natuurwetenschap’, 1870, II (juni) 411-462.
Spruyt, C.B., ‘Het algemeene postulaat van Herbert Spencer’, 1871, I (mrt) 445-505.
Spruyt, C.B., ‘Kritisch-metaphysische politiek’, 1871, I (mei) 246-280.
Spruyt, C.B., ‘Aangeboren waarnemingsvormen’, 1871, III (juli) 1-68 en (sept) 414-467.
Spruyt, C.B., ‘De achterhoede van het idealisme’, 1872, II (juni) 385-438, III (juli) 77-108.
Spruyt, C.B., ‘Oude dwalingen in een nieuw kleed’, 1873, I (feb) 225-265.
Spruyt, C.B., ‘Natuurkundige phantasieën’, 1874, I (mrt) 401-440.
Spruyt, C.B., ‘Een anachronisme’, 1875, II (apr) 28-65 en (mei) 226-290.
Spruyt, C.B., ‘Jong-Hollandsche wijsbegeerte’, 1876, II (apr) 1-32.
Spruyt, C.B., ‘Een nieuw pleidooi voor het monisme’, 1878, IV (nov) 225-270.
Spruyt, C.B., ‘Persoonlijke dienstplicht’, 1881, I (feb) 225-260.
Spruyt, C.B., ‘Iets over den oorsprong en het wezen van den godsdienst’, 1886, II (apr) 36-84.
Spruyt, C.B., ‘De kwalen van ons gymnasiaal onderwijs’, 1887, II (apr) 107-129.
Spruyt, C.B., ‘Uit Zuid-Afrika’, 1891, I (mrt) 526-540.
Spijker, H.J., ‘Het beginsel en stelsel van Hervorming’, 1851, I (feb) 165-184.
Staring, W.C.W., ‘Scheikunde en landbouw’, 1855, II (aug) 199-212.
Star Numan, C. rec. J.M. Kemper, Verhandelingen, redevoeringen en staatkundige geschr