|
|
|
| |
| | | |
De bruiloft van Kloris en Roosje.
In de eerste jaren der 18e eeuw heeft, behalve
Hermanus Koning, vermoedelijk ook
Thomas van Malsem de rol van
Gijsbreght vervuld.
Hij wordt door Corver met Koning in één adem genoemd
(zie hiervoor blz. 38) en was een zeer goed acteur. Bovendien is deze Thomas
van Malsem nog in een ander opzicht van beteekenis voor de historie der
Gijsbreght-traditie. Hij is het namelijk geweest, die ‘de
Bruiloft van Kloris en Roosje’ als naspel van Vondel's drama
introduceerde. Daarbij bracht deze Thomas zelf voor het eerst de figuur
van Thomasvaer op de Amsterdamsche planken. Het oubollige,
oudhollandsche type van deze rol is door hem, - misschien in overeenstemming
met zijn eigen aard, - geschapen.
Van Malsem was vooral in komische rollen zeer gezien; men noemde
zelfs langen tijd iemand, die zich dwaas gedroeg, ‘een van
Malsem’.
Zijn vrouw,
Petronella Kroon, was de eerste
Pieternel. Misschien is ze, als partner van haar man in de rol van
Badeloch opgetreden. Een tijdgenoot noemt haar
‘de grootste vrouw, die ooit naar eigenschap en aart,
Natuur op 't Schoutooneel vertoonde, en juist verbeelde,
Elk deed geloven 'tgeen zij speelde.’
1
Het zangspel: ‘De Bruiloft van Kloris en Roosje’
is op de volgende wijze tot stand gekomen.
Op het fraaie buiten ‘Duynzigt’ bij Rijswijk hield
Ridder | | | | Mr.
Dirck Buysero, Heer van Ginhoven en
Heeraertsheyninge, lid van het College der Admiraliteit te Rotterdam, zich in
zijn vrijen tijd bezig met het schrijven van modieuze herdersspelen in
Franschen trant. Dichters van naam, als Vondel en
Antonides waren met hem bevriend. Te
Parijs had Dirck Buysero geruimen tijd het mondaine leven
meegemaakt; hij zag er
Floridor,
Molière en
Scaramouche spelen en hoorde daar voor het
eerst een opera. Dit nieuwe genre trachtte hij nu in Nederland in te
voeren. Na een eerste poging, die niet veel succes had, schreef Buysero het
herdersspel: ‘De Vrijadje van Cloris en Roosje’; de
Amsterdamsche componist
Servaas de Koning maakte er muziek bij.
Dit opera-tje werd in den Haagschen Schouwburg onder leiding van
Jacob van Rijndorp opgevoerd. Het
succes was zeer groot, zoodat de theaterdirecteur besloot, een tweede zangspel
in denzelfden geest te spelen. Zoo ontstond, uit de samenwerking van den
dichter Buysero en den toneelleider van Rijndorp een vervolg: ‘De
Bruiloft van Kloris en Roosje’. Ook deze nieuwe komische opera maakte
grooten opgang. De Amsterdamsche tooneelspeler Thomas van Malsem kreeg het
tekstboek eenige jaren later in handen, en maakte er een bewerking van; een
oude boer en een boerin in het stukje, de ouders van het bruidspaar, noemde hij
naar de acteurs, die in deze rollen optraden: Thomasvaer en Pieternel.
‘De Bruiloft van Kloris en Roosje’ werd nu in deze
versie op het tooneel van den Amsterdamschen schouwburg vertoond na Vondel's
‘Gijsbreght van Aemstel’ op 19, 22, 27 en 29 December 1707. Deze
voorstellingen hadden buitengewoon grooten toeloop; de tweede opvoering
behaalde een hooger recette dan sedert vele jaren ooit was ontvangen. De
schouwburg moet opgepropt vol zijn geweest! Terwijl sinds 1692 telkens slechts
twee jaarlijksche reprises van den ‘Gijsbreght’ plaats hadden,
steeg nu het aantal tot vier of vijf opvoeringen per jaar. Wel vertoonde men
nog enkele malen, behalve ‘De Bruiloft van Kloris en Roosje’ ook
andere naspelen, maar het arcadische zangspel bleek zóó in den | | | | smaak te vallen, dat dit in 1717 het traditioneele naspel is geworden
(Afb. 5).
Zoo ontmoetten Vondel en zijn vriend Buysero elkander in een
Amsterdamsche traditie!
1
De oudste gedrukte Nieuwjaarswensch dateert van het midden
der 18e eeuw. Een ‘Zamenspraak tussen Tomas en Kreel, dienende tot een
voorspel voor de Bruiloft van Kloris en Roosje’ werd al in 1748 bij een
opvoering van het zangspel tijdens de Haagsche Kermis gehouden.
Het uitspreken van een nieuwjaarswensch is een zeer oud gebruik, dat
al bij de Rederijkers in zwang was. Op 1 Januari zal ongetwijfeld door
één der tooneelspelers altijd reeds een dergelijke berijmde
wensch zijn uitgesproken.
In ieder geval zijn van 1756 af de Nieuwjaarswenschen van
Thomasvaer bewaard gebleven
2.
|
1Verzameling van gedichten van, voor en tegens
den Amsterdamschen Schouwburg; handschrift in de Amsterdamsche
Universiteitsbibliotheek.
1Over ‘De Bruiloft van Kloris en
Roosje’ zie: Worp, Drama en Tooneel II, bl. 8, 223 e.v.; - Loffelt, Een
en ander over de Bruiloft van Kloris en Roosje in Het Tooneel, 17e jrg.
(1887/88); - Over Buysero: Worp in Oud Holland 1891; - Over de historie der
opvoeringen: J.H. Rössing in Eigen Haard, 1904; en het Alg. Handelsblad
van 31/12/1929 avbl. Er bestaan verschillende versies van het
zangspel: 1688. De Vrijadje van Cloris en Roosje, herdersspel van Buysero
met muziek van Servaas de Koning. ? (vóór 1700). De Bruiloft
van Kloris en Roosje, kluchtspel van Buysero en van Rijndorp; pas in 1727
gedrukt. Muziek van S. de Koning (?). 1700. Het Boere Opera. Plagiaat van
de twee voornaamste rollen. z.j. De Bruyloft van Krelis en Neeltje.
Landspelletje door juffr. N.N. 1707. De Bruiloft van Kloris en Roosje.
Thomas van Malsem's bewerking van het zangspel, dat in 1727 zou worden gedrukt.
Met enkele wijzigingen wordt dit ook nu nog gespeeld. De tegenwoordige muziek
is echter vermoedelijk van
Barth. Ruloffs. 1715. De boere
bruyloft, van H. Varenhorst. 1806. De huwlijksdag van Krelis en Elsje, van
J.G. van Beuningen.
2Die van 1756 heet ‘Schuldige Eerbied,
openbaar betuigd op den Amsterdamschen Schouwburg, den 5den Januarij 1756,
onder het vertoonen van de bruiloft van Kloris en Roosje door Thomasvaer en
Pieternel. Gedrukt in Amsterdam 1756’.
|
|